Een eigentijdse mensch

prise_en_charge_facturation_fuite_eau_canalisation1
Hij heette Guillaume, maar daar kwam ik later pas achter. Bij de eerste kennismaking kon ik niets anders verstaan dan ‘Glhmèu’ wegens een bijzonder eigengereid Provençaals accent, dat ook de rest van de spaarzame conversatie goeddeels smoorde. Maar hij kwam als geroepen.
Gisterenavond stond er in het gangetje tussen woon- en slaapgedeelte ineens een klein plasje op de tegelvloer. Foutje van een van de honden, dacht ik argeloos en dweilde het op. Bij een volgende passage was het terug, en de honden waren gegarandeerd de woonkamer niet uitgeweest. En vanochtend vroeg kletste ik nietsvermoedend door een plas die het halve gangetje besloeg. Lekkage. Maar wat? Waar? Het dak was heel, in de badkamer en in de keuken was alles droog en ook de rest van het huis had nergens last van. Zo’n plas welt bovendien niet ineens uit de grond op, er moést dus ergens iets minder voor de handliggends lekken. Terwijl ik al peinzend de boel stond op te soppen zag ik een minuscuul straaltje water onder de deur van de kapstokkast uitsijpelen. Ik trok de deur open en zag nog een plas. De jassen erboven kurkdroog. Ik haalde de zaklamp en scheen het donkere hol in. Plafond: droog. Zijwanden: droog. Vloer: steeds groter wordende plas. Ik keek nog eens en zag dat er zich linksonder langzaam een onaangename natte plek over het spaanplaten zijwandje uitbreidde. Kwam dat door die plas? Of kwam die plas door die natte plek? En waar kwam die dan wel vandaan? De boiler! Die stond aan de andere kant van het schot, dat moest de boosdoener zijn! Met een grimmige ruk trok ik de toegangsdeur van het boilerhok open. Kurkdroog! Hier waren mysterieuze krachten aan het werk die dringend bezworen moesten worden. Ik belde de loodgieter op het dorp: dépannage moet je dicht bij huis zoeken. Zijn vrouw liet weten dat Jean niet beschikbaar was wegens buikgriep in een vergevorderd stadium en hing tamelijk schielijk op na een getergde brul op de achtergrond. Toch ging even later de telefoon. Jean. Désolé dat ie niet zelf kon komen maar hij had een collega gebeld uit een naburig dorp en die kwam meteen. Zo snel werd ook de verbinding weer verbroken, ik vermoed vanwege onuitstelbaar toiletbezoek.
Er ging een uurtje voorbij, en nog een. Mijn gedweil kon de plas al geruime tijd niet meer bijhouden. In een laatste wanhoopspoging belde ik Jean opnieuw. Er werd niet meer opgenomen. Ik was net achter de computer geschoven om dan maar een verderweg wonende loodgieter te Googelen toen de klopper met een staccato roffel op de voordeur rammelde.
“Glhmèu”, mompelde het hoogbejaarde mannetje dat me vanonder een petje van de lokale bouwmarkt aanglunderde en me een knokig handje toestak.
“Bienvenue!” Ik trok hem schielijk het huis binnen voor hij zich zou kunnen bedenken; loodgieters zijn ook hier een schaars gezaaid edelgewas. En voerde hem mee naar het inmiddels geheel blank staande gangetje.
“Ah bèn”, zei hij terwijl hij zich peinzend over de grauwe stoppelkin wreef, “une fuite”. Ja, daar was ik zelf ook al achter, maar ik hield wijselijk mijn mond.
Glhmèu trommelde met zijn wijsvinger tegen de zijkant van zijn neus en verroerde verder geen vin. Na zeker vijf minuten zo voor de geopende garderobekast gestaan te hebben, schoot hij ineens naar voren en trok met afgemeten rukjes het doorweekte spaanplaat weg. “Voilà”, knorde hij triomfantelijk, “votre fuite”. In het gat glom een tweetal koperen waterleidingen dat bij de koppelingen inmiddels een fonteintje van water rondsproeiden. De leidingen van de boiler, die weggestopt hadden gezeten achter dat dubbele wandje. Glhmèu rommelde wat, draaide wat aan, en het lekken hield op.
“Bèn”, zei hij zakelijk, “dat is dan 66000 francs.”
“Pardon?” schrok ik.
“Ah, nee, ik bedoel 660 francs”, ik reken soms nog in oude francs. Dat zit er nog steeds in, hein”, glimlachte hij verontschuldigend.
“Mag het ook in euro’s?” vroeg ik voorzichtig, “ook die nieuwe francs zijn al een tijdje uitgeteld.”
Even zag ik hem hoofdrekenend de vertaalslag maken naar de 21e eeuw: “Doe maar 40 euro”, zei hij gul. Het leek me een koopje. Maar toen ik het later omrekende bleek het precies te kloppen.
Bij het afscheid stak hij me een eigentijds visitekaartje toe, met daarop zijn naam (Guillaume dus) en zijn emailadres.
Blijkbaar verhulde ik mijn verbazing slecht.
“Je moet wel met je tijd meegaan, hein”, zei hij terwijl hij zijn bouwmarktpetje weer op zijn donzige haardos schroefde. “À la prochaine.”
Ik heb de gang droog gedweild, en iets vroeger een glaasje ingeschonken.

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

15 gedachten over “Een eigentijdse mensch

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: