Home

Schermafbeelding 2015-08-27 om 11.48.33
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ik geef het eerlijk toe, ik heb iets lekkers gezocht bij een glaasje bubbels. ’t Is een beetje feest vandaag, m’n niuwe boek komt uit (klik hier) en dat wil ik dan ook gepast vieren. Met een luchtig toetje voor bij een lichte lunch, omdat de echtgenoot beslist heeft dat we vanavond serieus uit eten gaan. En wie ben ik om me daar tegen te verzetten?
Er waren nog aardbeien bij de marché paysan (en dan moet je meteen toeslaan) dus ik kwam uit op dit van origine Italiaanse receptje. Makkelijk en snel te maken. Al moet je er wel rekening mee houden dat de boel een uurtje of wat moet opstijven in de koelkast, dus op tijd beginnen. En er mag alvast een glaasje bij. ’t Is feest vandaag tenslotte.

Ingrediënten:
1 bakje aardbeien (400 gram)
250 gram ricottakaas
75 ml slagroom
2 volle eetlepels suiker
2 eetlepels vloeibare honing
sap van ½ citroen
rasp van ½ citroen
sap van ½ sinaasappel
4 amaretti (of bitterkoekjes)
handje ongezouten pistachenootjes (facultatief)

Bereiding:
Klop de slagroom stijf.
Boen de citroen schoon, rasp de helft van de schil eraf en pers een helft uit.
Pers de halve sinaasappel uit.
Ontkroon de aardbeien en snij de grotere exemplaren in stukjes.
Doe de ricotta samen met de slagroom, de honing en de citroenrasp in een kom en meng alles door elkaar. Dek af en zet weg in de koelkast.
Doe de aardbeien samen met de suiker en het citroensap in een andere kom, meng eveneens door elkaar, dek af en zet de kom gezellig naast de ricottakom in de koelkast.
Leg de amaretti een kwartiertje voor het opdienen in een diep bord en giet er het sinaasappelsap overheen zodat ze zacht worden. Prak ze een beetje uit elkaar.
Hak de pistachenootjes grof, als die ook mee mogen doen.
Verdeel de ricotta over ruime glazen, verdeel de aardbeien daar overheen, daarna de amaretti. Leuk eventueel op met de fijngehakte nootjes.

Het verboden B-woord

augustus 26, 2015

Schermafbeelding 2015-08-11 om 15.13.16
“Als ik nog één keer het woord ‘boek’ hoor, pak ik de honden en m’n koffers.”
De echtgenoot is het een beetje zat. Snap ik ook wel, als er een boek van me dreigt te verschijnen word ik een beetje zenuwachtig. Nou ja, zeg maar gerust steeds onuitstaanbaarder naarmate de fatale datum nadert. En vrijdag is het zo ver, dus ik ben niet meer te genieten tussen nu en overmorgen. Gewoon, uit pure onzekerheid. Op elk moment van de 24 uren die er in een dag gaan – inderdaad, ik por ‘m zelfs wakker – bestook ik hem met nerveuze vragen. ‘Heb ik dit wel goed gedaan, ben ik dat niet vergeten, is de verhalenkeuze in orde, zijn alle correcties correct uitgevoerd, klopt de cover, ligt het ook daadwerkelijk vanaf 28 augustus in de verkoop? En wie wil zo’n boekje van mij nou eigenlijk helemaal lézen?’ In het begin bromde hij braaf een antwoord, maar dat werd na verloop van tijd een onbestemde brom, een dwarsig stilzwijnen en uiteindelijk die voor zijn doen heftige uitbarsting op ingehouden fluistersterkte. Ik weet, dan moet ik oppassen. Ik zeg dus niks meer in de huiselijke kring en geloof me, dat valt niet mee. Want het gaat niet vanzelf weg hè, ik blijf een opgewonden horlogeveer tot ‘jour J’ daar is.
Nou ja, nog twee nachtjes wakker liggen en het verboden B-woord vermijden. Gelukkig is er vanavond boekbal – sorry, voetbal – op tv. Dat leidt af. En er is de klaagmuur van Twitter en Facebook, waar iedereen me altijd snapt. Dus please: met wat duimpjes ben ik al een heel eind geholpen. Als ze niet naar beneden wijzen tenminste. Merci!

Schermafbeelding 2015-08-21 om 12.16.36
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Heerlijk! Het wordt weer flink druk op de wegen dit weekeinde. Het gros van de ‘aôutistes’ stevenen weer op huis aan en dan gaat er hier een zucht van verlichting door het dorp: eindelijk weer onder ons. Na zo’n beetje de heetste en drukste vakantiemaand ooit zijn we wel toe aan een glaasje op ons eigen terras, waar we nu weer gewoon terecht kunnen. En al die toeristen zijn mooi op tijd opgehoepeld voor als we ons traditionele aïoli-feest houden. Da’s voor die toeristen ook beter, want het dorp en alle dorpelingen walmen nog dagen na van de knoflook. Geeft niks als je gezellig mee-gefeest en vooral mee-gesmikkeld hebt, maar voor iedere ander moet de lucht niet te harden zijn. Tijdens zo’n aïoli staan op het plein bovenin het dorp lange schragentafels opgesteld waaraan we met z’n allen aanschuiven. De wijnboer van het lokale château zorgt voor de wijn én voor de muziek, want in z’n vrije tijd zingt ie in z’n eigen bandje. Niet om aan te horen, maar ja, híj levert de flessen….
Aïoli wordt in de Provence traditioneel gegeten met hardgekookt ei, rauwe selderijstengels, kort gekookte wortels en haricots verts, gekookte aardappelen (rattes, roseval, maar krieltjes kunnen ook heel goed) en stokvis, maar eigenlijk kun je net zoveel variëren als je wilt. Ik vind broccoli, gekookte bietjes, komkommer, tomaat, kabeljauw, zalm, of gamba’s, of (lams/varkens)koteletjes er ook goed bij passen, om maar wat te noemen. Ook met patat vormt aïoli een prima combinatie. En je kunt wat aïoli – een beetje verdund met bijvoorbeeld wijnazijn – ook prima gebruiken als sladressing. En ik vind dat je ook op de traditionele aïolisaus best een beetje mag variëren. Dus heb ik er lekker veel kruiden door gedaan.Voilà, aïoli aux herbes. Vergeet het stokbrood en een koel glas rosé niet!

Ingrediënten:
2 eierdooiers
1 theelepel mosterd
6 teentjes knoflook
citroensap van een halve citroen
zout en peper
½ bosje platte peterselie
½ bosje basilicum
2 takjes dragon
4 takjes citroentijm
olijfolie (veel)

Bereiding:
Pel de knoflooktenen en pers ze met de knoflookknijper uit boven een vijzel. Stamp ze met wat zout (gaat makkelijker) tot pulp en voeg wat scheutjes olijfolie toe tot het een smeuïge puree is.
Doe de puree, de mosterd en de eierdooiers in een ruime kom en meng alles goed door elkaar. Voeg dan onder goed kloppen scheutje voor scheutje steeds meer olijfolie toe, tot een heel dikke, stevige mayonaise ontstaat. Hoe meer olijfolie, des te stijver de mayonaise. Pak gerust de mixer of de keukenrobot; dat je alleen een vork zou mogen gebruiken en altijd in dezelfde richting moet klutsen, is onzin. Pers de halve citroen uit en voeg druppelsgewijs toe, maar laat de mayonaise niet te dun worden. Breng op smaak met zout, eventueel wat peper, maar de knoflook is al flink sterk dus niet teveel.
Doe de kruiden bij de knoflookpulp. Gebruik van de peterselie en de basilicum alleen de blaadjes, verwijder de stelen. Strip de blaadjes/naaldjes van de dragon en de tijm. Mix alles goed door elkaar en doe de prut pas over in een goed afsluitbare pot. Zet een half uurtje in de koelkast zodat de smaken in elkaar kunnen trekken. Voor gebruik even op kamertemperatuur laten komen, maar haal niet méér uit de koelkast dan je denkt te gebruiken; er zit rauw ei in. De in de koelkast bewaarde aïoli is ongeveer een week houdbaar. Wel goed controleren: zodra het er anders gaat uitzien, of ruiken (al is het maar een klein beetje) meteen weggooien! Een voedselvergiftiging heb je zo.

De weg kwijt

augustus 20, 2015

22382210provence3-jpg
“Na 600 meter naar rechts”, gebiedt de boordnavigator ergens halverwege de kronkelige Route Départementale tussen mijn huis en de grote stad Draguignan. Ik kén deze weg en denk: ‘mooi niet’.
Ping ping ping! Nú rechtsaf slaan”, klinkt het dwingend.
‘Je kan me wat’, foeter ik terug, en zoef met een jofel gangetje langs de steile rotswand waartegen deze wegwijzer me had willen laten opklauteren.
“Bij de eerstvolgende kruising linksaf en terugrijden tot de kruising, dan linksaf slaan.” Alleen ís er de komende 50 kilometer geen eerstvolgende kruising, en de vorige was er ook al niet.
Het is z’n beetje de standaardkritiek op mijn wegenkennis, waarmee dit dwarsig stukje elektronica zich denkt te moeten bemoeien. En ik vind het zo langzamerhand behoorlijk irritant worden.
Ja ja, ik hoor ‘m al aankomen: “dan zet je dat ding toch gewoon af.” Maar zo simpel is dat niet. Ergens onder een vorig bewind is het ding op de een of andere automatische piloot klem gezet, zelfs de garagist op het dorp krijgt hem er niet meer af. Dus zodra ik start jengelt het geval om een bestemming. En als ik die niet intik, blijft ie daar de hele weg om zeuren, vervelende pingel inbegrepen; probeer dan maar eens ontspannen naar een moppie Bach te luisteren. Tik ik de bestemming wèl in, dan weet het eigenwijze kreng het altijd beter dan de wegenbouwers het bedoeld hadden. Zelfs de 200 jaar oude Route Napoléon wordt bij elke kronkel satalietverantwoord heringericht. Er spruiten zijwegen uit het niets, bochten worden van rotondes voorzien en de eindbestemming een kilometertje of wat verlegd. En dan heb ik het alleen nog maar over de route via officieel erkende wegen tussen serieuze bestemmingen. Moet ik in de haarvaten van het wegennet zijn, en is het einddoel een piepklein plaatsje, dan geeft de namaak-tomtom niet thuis; of ik maar even een andere bestemming wil kiezen.
Voor de beterweters: ik hèb de jongste kaarten gedownload, maar daar heeft deze stugge dwarsligger geen boodschap aan.
Ik ben zo langzamerhand een beetje navigatie-moe. Ik rijd nog liever met een kaart op schoot en draai in de buurt van de bestemming het raampje open om gewoon ouderwets de weg te vragen, dan dat ik nog langer geterroriseerd word door technisch onbenul. Bijkomend voordeel: warm menselijk contact. De laatste keer dat ik ergens in een gehuchtje van niks de weg vroeg resulteerde dat in een bijzonder aangenaam en geanimeerd gesprek met een gesoigneerde heer op leeftijd die me zwierig had uitgenodigd voor een glaasje op het naastgelegen caféterras. Je kunt per slot niet zomaar middenin de dorpsstraat blijven staan en het verkeer ophouden. Na een verhandeling over de fraaie streek en het pittoreske plaatsje in het bijzonder, kwamen we via Olympique Marseille en Rugby Club de Toulon uiteindelijk bij de duiding van de juiste route naar mijn eindbestemming. Vlekkeloos helder uitgelegd, geen straat verkeerd gereden, ik kwam wel iets te laat. Maar ja, dat is ook een kwestie van Provençaalse beschaving, het ‘petit quart d’heure de courtoisie’ zoals dat heet. Kwartiertje extra voorbereidingstijd voor de ontvangende partij, exact op tijd komen is hier hoe dan ook en doodzonde. Spreekt me nogal aan, moet ik zeggen.
Ondertussen denk ik dat ik ergens een navigatiekabeltje ga doorknippen. De vraag is alleen welk kabeltje dat dan wel zou kunnen zijn….

Schermafbeelding 2015-08-12 om 17.54.14
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

“Die zijn heel gezond, weet u dat.” Het kleine, grijze vrouwtje in het blauw-gebloemde mouwschort priemde met een spits vingertje naar de rij kisten met blakende courgettes in alle soorten en maten. Er is een ruime keus op de marché paysan, maar ik ben niet zo van de courgettes, dus ik knikte beleefd en wilde doorlopen. Naar de komkommers, de sla, de bosaardbeitjes, de perziken. Die al knipogend lagen te lonken. Kansloos, ik kreeg college. Over hoeveel vitaminen (A, C en B 1, 2, 3, 6, 11 en K) er wel niet inzaten. En mineralen ( molybdeen, mangaan, kalium, magnesium, fosfor en koper). Plus fytonutriënten, luteïne, zeaxanthine, antuoxydanten, polyfenolen, olysacchariden en omega3-vetzuren. Nee, ze somde ze niet uit het hoofd op, ik heb het later opgezocht via Google. Ze wist gewoon dat die courgettes heel gezond waren, dat ze hielpen tegen haar suikerziekte en aderverkalking, hoe dat verder in elkaar zat interesseerde haar niet: “ça marche”, dat was voldoende. Met die slimme oogjes van haar had ze ook meteen gezien dat ik niet zo’n courgette-type was. “Faisez une soupe”, vertrouwde ze me toe terwijl ze me bemoedigend op de arm klopte en haar glanzend-groene gezonde jongens begon te herschikken in hun kistjes.
“Vous avez une recette?” vroeg ik ondoordacht. Nou, Madame Boulanger, zoals ze zich voorstelde, had er wel honderd. En ze begon ze af te ratelen. Dat was zelfs voor een in het Provençaals getraind gehoor niet bij te houden, dus ik vroeg haar of ze er misschien eentje voor me wilde opschrijven. Ze greep een bruine papieren zak en toverde een potloodstompje vanachter haar oor vandaan. Na de derde zak heb ik haar vriendelijk bedankt en ben ik voorzichtig achteruit getijgerd naar de kassa. Vandaag doen we dus zak 1. En ik moet zeggen, ik vind ‘m verrassend lekker.

Ingrediënten:
6 middelgrote courgettes
2 tenen knoflook
1 bosje peterselie
4 puntjes La vache qui rit (of vergelijkbare kaas)
1 rolletje geitenkaas
10 cl witte wijn
20 cl melk
vloeibare honing
olijfolie
peper en zout
8 sneetjes schuin gesneden stokbrood

Bereiding:
Was de courgettes, schil ze maar laat om en om een reepje zitten (voor de sier; geeft straks kekke donkergroene stipjes in de soep), snij ze in blokjes.
Pel de knoflooktenen.
Snipper de peterselie.
Verhit een scheut olijfolie in een pan en laat de courgetteblokjes even aansmoren, doe de knoflook erbij en laat zo’n twee minuten sudderen. Voeg peper en zout en de witte wijn toe, laat 10 minuten op zacht vuur pruttelen met het deksel op de pan.
Laat afkoelen tot lauwwarm, zet de staafmixer in de pan, of doe de prut over in een keukenrobot en maak er een glad papje van.
Doe de fijngesnipperde peterselie erbij (hou wat apart voor de garnering) plus de Vache qui rit en de melk, en laat alles weer even doorwarmen. Voeg eventueel nog wat peper en zout naar smaak toe.
Verwarm intussen de oven voor op 200 graden.
Snij plakjes van het rolletje geitenkaas en verdeel die over de sneetjes stokbrood. Druppel er wat vloeibare honing over en schuif ze op een bakblik (leg er een velletje bakpapier onder) in het midden van de hete oven tot de kaas gesmolten is.
Verdeel de soep over kommen of borden en geef de sneetjes stokbrood erbij.
De soep kan warm of koud gegeten worden, maar de kaasstokbroodjes moeten warm en knapperig geserveerd worden.

Zo’n stapeltje blogjes

augustus 11, 2015

Schermafbeelding 2015-08-11 om 15.13.16
Lang geleden, toen internet nog niet bestond, had Youp van ’t Hek het in een van zijn conferences over de ontlezing van Nederland. Hij probeerde iemand uit te leggen wat een boek was: “je weet wel, zo’n stapel faxen.” Ik moest er meteen aan denken toen een boekenuitgever me mailde met het voorstel om van mijn blogstukjes een boekbundeltje te maken. Tja.
Een aantal trouwe volgers had er al eens om gevraagd, maar ik dacht, het zijn momentopnames, stukjes voor even wat leesplezier (of ergernis) en verder niks.
“Mis”, zei de uitgever, “die stukjes van jou schetsen een beeld van een niet zo alledaags leven in de Provence, het jouwe. Daar zit wel degelijk een boek in.”
Ik aarzelde. Ik heb al een paar boeken gepubliceerd, maar dat zijn kookboeken en een autofictieve roman. Ander spul dan verhaaltjes over mijn bestaantje in Zuid-Frankrijk.
“Er zijn al zoveel van die Frankrijk-boekjes”, verzuchtte de echtgenoot. Dat hielp ook niet echt.
Maar ik snapte het wel. Hij en onze huisdieren hebben liever niet dat ik op rare uren aan een boek sleutel, dat ik onuitstaanbaar onaanspreekbaar ben, dat ik ‘stamp niet zo’ tegen de kat bulder als ie langs sluipt en dat maaltijden er bij inschieten omdat de echtgenoot wel kán koken, maar liever ‘bekookt’ wórdt.
De potentiële uitgever nodigde me uit voor een onderhoud in Nederland. Leek me geen goed idee. Ik ben er al jaren niet meer op visite geweest en de kans is klein dat ik er ooit nog kom. Ik inviteerde de uitgever dus naar mijn deel van de wereld over te steken. Voor een lunch in ons dorpsrestaurantje van gering allooi. Een paar weken later zaten we daar aan tafel. Het klikte. En toen ging het snel.
Dus is er nu mijn boekje ‘Kijk, Zuid-Frankrijk’, al in de voorverkoop bij Bruna te bestellen (klik hier) en binnenkort ook bij bol.com en al die andere boekverkopers.
De pers heeft er ook al aan gesnuffeld: de kritische criticus van het op Frankrijk georiënteerde tijdschrift ‘En Route’ stuurde me zijn oordeel toe. Hij pleit ervoor dat God het bundeltje even leest. Want ik zou een portret van een Zuid-Frankrijk schetsen zoals Hij het ooit bedoeld heeft.
Lijkt me een tikkie overdreven, maar helemaal ongelijk heeft ie ook niet. Dus ik zou zeggen, oordeel zelf. Dan bid ik intussen dat Hij en hij gelijk hebben.

Schermafbeelding 2015-08-06 om 18.41.33


Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Bij de marché paysan lagen ze torenhoog opgestapeld, de pomodori, in alle soorten en maten. Van mini-trostomaat tot enorme coeur de boeuf; joekels van tomaten met het uiterlijk van een opgewonden pompoen. En ik moest meteen denken aan een stukje dat Ewoud Sanders deze week in de rubriek Taalhoek in de NRC schreef. Hij had het over liefdesappels, dat vond ie zo’n mooi woord. Ik citeer een stukje: “Anders dan je zou verwachten is de liefdesappel helemaal geen appel; het woord betekent ‘tomaat’. Liefdesappel is dus een woord dat je op het verkeerde been zet, dat door z’n betekenis van kleur en vorm verandert. Op slag zijn liefdesappels rood, de kleur die met liefde wordt geassocieerd. […]
Hoe is men er ooit toe gekomen om de tomaat liefdesappel te noemen?
Door een misverstand. In het Italiaans werd de tomaat in de 17de en 18de eeuw pomo dei Mori genoemd, ‘appel van de Moren’. Italië exporteerde tomaten naar Frankrijk, waar de naam pomo dei Mori niet werd begrepen en daardoor werd verbasterd tot pomme d’amour. Een naam die op zijn beurt in het Nederlands werd vertaald als liefdesappel.”
Dat vind ik dus leuk. En bij mijn marché paysan heten ze allemaal pomodori (we zitten nou eenmaal vlak tegen Italië aan), zonder onderscheid des tomaats. Niks kerstomaatje, trostomaat, roma, vleestomaat of hoe ze allemaal ook modieus mogen heten, niks groen, geel, donkerpaars of bleekwit. Gewoon knalrode, dagverse, prachtig rijpe pomodori en allemaal van eigen kweek hier in de buurt. Ik liep er verlekkerd langs en ging voor de moppig dikke rijpe verse variant van de boer hier om de hoek. Toen ik zag dat er ook nog heerlijke zoete bosaardbeitjes waren, en piepjonge geitenkaasjes, bedacht de lunch zich als het ware zelf.

Ingrediënten:
4 grote rijpe tomaten
400 gram bosaardbeitjes
4 kleine piepjonge geitenkaasjes
paar blaadjes verse mint
notenolie (of sesamolie voor wie een exotisch tintje wil)
balsamicoazijn
zout en peper uit de molen

Bereiding:
Laat de geitenkaasjes tot op het allerlaatst in de koelkast.
Was de tomaten, haal de harde kroon eruit en snij ze in dikke stukken.
Haal de kroontjes van de aardbeitjes en snij de grotere exemplaren in tweeën of vieren.
Snij de (grotere) mintblaadjes in reepjes.
Verdeel de tomaten en de aardbeien over de borden.
Snij de geitenkaas in partjes en leg die er bovenop.
Bestrooi met peper en zout.
Strooi er de mint overheen.
Besprenkel met de notenolie (of sesamolie), en daarna met de balsamicoazijn.
Lekker met boeren- of stokbrood en een mooi zomers glas natuurlijk.