Schijnveiligheid

Nice-Rent-A-Car
De dochter ging naar huis. Het was een merkwaardige vakantie geworden. De aanslag in Nice op 14 juillet zal ze niet gauw vergeten. ’t Was haar verjaardag, ze kwam ‘m hier vieren, maar er viel weinig meer te vieren. We maakten er de dagen daarna maar wat van. Een drankje op het dorp, hapje eten een dorp verderop, een ritje door de omgeving. Tot de zon verduisterde vanwege dikke rookwolken en we op een ‘route barrée’ stuitten nabij het biodorpje Correns: bosbrand. Bijna 600 hectaren afgefikt, de brand onder controle maar nog niet echt uit, zagen we de volgende ochtend op het net. Nog dagen lang rook het naar verbrande bomen. En je let onwillekeurig toch op; of de wind niet draait.
We namen de lift vanaf de parkeergarage naar ‘départs’. En werden vrijwel van de sokken gelopen door een langsdravende horde vakantiegangers die zich vanaf de goedkope vluchtenafdeling met veel teveel tegelijk door de smalle passage naar de dure vluchtenafdeling worstelde. Rolkoffertjes stuiterden in het rond, tassen mepten mederenners tegen de ledematen en hier en daar zelfs tegen de vlakte, torenhoog beladen bagagekarren werden als pantservoertuigen met geweld door de massa gedreven. Wat bezielt mensen toch om voor een beknopte vakantie van een paar weken de complete garderobekast en de halve inboedel mee te slepen?
Iemand riep in paniek: “What’s happening?”
“I don’t know, something!” kwam het al even paniekerige antwoord ergens vanuit de op hol geslagen kudde.
We plakten ons zo plat mogelijk tegen de gesloten liftdeuren aan. “Die mensen hebben haast”, riep ik geruststellend bedoeld tegen de dochter, maar ik zag de angst in haar ogen. Even later was alles voorbij gedraafd en werden we een blonderige jongen in camouflage-uniform gewaar die niets anders deed dan de uit het zicht verdwijnende horde nakijken. Hij kon ook weinig anders, zo zonder wapen, zonder helm en kogelvrij vest. Op mijn vraag wat er aan de hand was haalde hij de fragiele schouders op. Achter hem, in de vrijwel verlaten goedkope vluchtenhal, was – behalve die van het druk telefonerende luchtvaartpersoneel – geen uniform te bekennen, laat staan een bewapende legerbrigade. We liepen richting de andere vertrekhal en kwamen de inmiddels tot wandelpas vertraagde draafpassagiers tegen die op de terugweg waren. “Loos alarm”, ving ik op, er zou een verdachte verlaten koffer zijn geweest. Blijkbaar niet verdacht genoeg om er de ‘bombsquad’ bij te halen. Bij het ophalen van de dochter was er ook zo’n verdachte koffer geweest: buiten, bij de busterminal. Maar daar hadden ze tenminste nog een rood/wit lint omheen gespannen en werden we door een zwetende man in hemdsmouwen vriendelijk verzocht er met een boogje omheen te lopen. Zijn colbertje hing over de bloembak naast de koffer.
Op weg naar de juiste vertrekhal kwamen we zowaar nog drie militairen in volle uitrusting tegen. Ze gebbelden wat met elkaar onder aan een roltrap, de mitrailleur losjes in de armen. Bij het meisje wipte een koket paardenstaartje onder de helm uit.
Bj de incheckbalies was het hoogseizoendruk, lange rijen die wel vier, vijf keer langs elkaar kronkelden, de mensenmassa als makke schapen tussen de linten. Geen beveiliging te bekennen. ‘Eén gek’, dacht ik terwijl ik de dochter uitzwaaide naar de gate.
“Eén gek”, zei ik tegen de echtgenoot terwijl we door de glazen schuifpui (nergens bewaking) terugliepen naar de parkeergarage (zonder bewaking). “Eén gek is genoeg, die kan overal zó doorlopen met een jasje of tasje vol bommen. Je zou toch meer beveiliging verwachten?”
“Mwah,” bromde hij, “dat maakt niks uit, da’s alleen maar schijnveiligheid. Zo’n vliegveld ís gewoonweg niet te beveiligen.”
Zouden de verantwoordelijke overheden in Nice er ook zo over gedacht hebben toen de Promenade des Anglais op die 14e beveiligd moest worden? Ik las vandaag in de krant dat Sandra Bertin, chef du centre de supervision urbain (CSU), door Minister van Binnenlandse Zaken Bernard Cazeneuve aangeklaagd gaat worden wegens smaad. Bertin is hoofd van de afdeling videosurveillance van de politie en zou hebben geconstateerd dat er veel te weinig politie op de been was en dat de Prom’ slechts was afgesloten door één politie-autootje. Ze zei er iets over op haar Facebook- en Twitteraccount. Dat ging ‘viral’.
Door het ministerie werd meteen aangedrongen op een officieel rapport. Hard aangedrongen, Bertin kreeg nauwelijks de tijd om het te schrijven. Bovendien werd met grote nadruk gevraagd om een ‘rapport modifiable’: een rapport waarin nog dingen veranderd konden worden. Dat weigerde ze. En nou heeft zij het gedaan. Haar Facebook- en Twitteraccount heeft ze inmiddels verwijderd. En ze heeft een advocaat genomen. Over schijnveiligheid mag je blijkbaar niks zeggen. Je zou de mensen maar wakker schudden.

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

5 gedachten over “Schijnveiligheid

  • ma 25 juli 2016 om 20:34
    Permalink

    Ik verlang zo naar de jaarlijkse komkommertijd.

    Een gek kan ik al niet begrijpen, maar het huidige nieuws wil ik niet kunnen begrijpen …..

    Bezorgde groet,

    Beantwoorden
  • ma 25 juli 2016 om 21:27
    Permalink

    Mooi samengevat, Renée, wat een verdriet en ellende. En toch proberen we er allemaal weer iets van te maken. Dochter weer goed thuis gekomen?
    Wij genieten elke week weer van je recepten en verhalen.

    Beantwoorden
  • di 26 juli 2016 om 13:00
    Permalink

    Als ik het interview met Bertin goed gelezen heb, is het het zelfs nog erger. Ze kreeg eerst opdracht om aan de hand van camerabeelden in haar rapport twee plekken heel precies aan te geven waar nationale politie opgesteld stond. Alleen was er op de beelden helemaal geen nationale politie te zien, dus dat weigerde ze. Vervolgens kreeg ze verzoek om een aanpasbaar rapport: ,,Anders moeten we het helemaal overtikken.”

    Beantwoorden
    • di 26 juli 2016 om 16:18
      Permalink

      Inmiddels schijnt ook de persoon die dat rapport vroeg en druk zette, bekend te zijn. Volgens Europe 1 “Un commissaire de police travaillant à l’état-major de la direction centrale de la sécurité publique (DCSP)”. Lijkt op Binnenlandse Zaken via een tussenpersoon, maar dat mogen we vast niet zeggen.

      Beantwoorden

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: