Karakter

schermafbeelding-2016-12-06-om-18-45-14

 

Goed, net een nieuw boekje uit, en dan begint het. Of ik maar even wil invliegen om het te komen promoten. “Dat is heel goed voor de verkoop van ‘Provençaalse Praatjes’“, wist de samensteller van de boekenrubriek van een lokale krant absoluut zeker, hij zou wat regelen bij de plaatselijke boekhandel.

“Da’s mijn boek niet, dat is het boek van een collega. Het mijne heet ‘Kijk, nog meer Zuid-Frankrijk!’ maar ik wil ze best allebei promoten hoor. Stuur je een ticket?”
Dat blijkt niet de bedoeling, dat wist ik natuurlijk ook wel. En het komt me uitstekend uit. Want ik vlieg niet meer. Al een aantal jaren niet meer. Mijn besluit viel lang voor de terreurdreigingen en verhoogde veiligheidscontroles waarmee je tegenwoordig te maken hebt, daar gaat het niet om. Ik had gewoon geen trek meer in oeverloos lange rijen voor incheckbalies, terwijl er toch echt met een loketje of twee erbij amper stagnatie zou zijn. In volgepropte vliegtuigen met te weinig arm- en beenruimte, met krijsende en tegen je stoelleuning trappende koters die niet door de bijbehorende ouders in bedwang worden gehouden. In incheckcontroles waarbij je nog net niet in je onderbroek aan de andere kant van het poortje belandt. Terwijl je jasje, broeksriem, schoenen, horloge, telefoon, handtas, en god mag weten wat nog meer, over de lopende band door de scanner achter je aanhobbelen. En dan gaat dat poortje vanzelfsprekend toch nog piepen. Waarna je ook nog eens door een daartoe blijkbaar bevoegde bewakingsbeambte wordt betast op verborgen ‘gebreken’. En negen van de tien keer is dat géén bewakingsbeambtenares. Daar was ik het een keer niet mee eens. Het is dat de echtgenoot me snel de mond snoerde, anders had ik waarschijnlijk nu nóg op overheidskosten gelogeerd.
Misschien niet echt handig om vliegend vervoer af te zweren als je in Zuid-Frankrijk woont en weleens naar het oude vaderland terug moet, maar het is te doen. Ik heb tot op heden dan ook geen gebruik meer gemaakt van een vliegtuig. En dat is niet alleen beter voor mij.
Kijk, ik ben behept met een wat dwarsig karakter en een niet al te lang lontje, een combinatie die mij gedeeltelijk – en soms zelfs geheel – ongeschikt maakt voor een aangename sociale omgang. In de huiselijke kring valt het nog wel mee, men is eraan gewend. Zowel echtgenoot als honden brommen iets onverstaanbaars als er stoom uit de ketel moet en wachten onaangedaan tot de storm weer is gaan liggen. Duurt nooit lang, en het kan verder geen kwaad.
Buitenshuis is het een ander verhaal. Niet dat ik het opzoek, maar je moet het niet te gek maken. Zo ben ik eens door twee potige bekwakers van een multinational onder de okseltjes opgepakt en van het terrein verwijderd. Ik had een afspraak voor een interview en meldde me keurig op tijd bij de portier. Die vervolgens iedereen die de poort in- en uitging met veel joviaal dan wel serviel vertoon van dienst was, maar die consequent weigerde dat vreemde juffie van een of ander blaadje bij de persoon in kwestie aan te melden. De minuten verstreken, het tijdstip van de afspraak verliep, en ondanks mijn herhaalde verzoeken vertikte hij het om de hoorn van de haak te trekken. Toen ben ik zelf maar het terrein opgestapt. En er weer af geflikkerd. Het werd uiteindelijk een telefonisch interview.
Iets dergelijks overkwam me bij een garage. De auto moest een beurt. Alles netjes van tevoren afgesproken en op het gewenste tijdstip aanwezig. Niemand aan de receptie, keurig gewacht tot er iemand vanuit het kantoor langs gesneld kwam. “Ik kom de auto brengen voor…”
“Ogenblik!” En weg was ie. Op zijn retourtocht probeerde ik het nog eens. En werd met een “Nu even niet!” op m’n plek gezet. Na de vierde keer vond ik het wel mooi geweest en liep achter wat blijkbaar de garagebaas was, de werkplaats in, waar ik hem de autosleuteltjes voor de neus hield en zei dat hij mocht kiezen: óf ze in ontvangst nemen, óf een goeie klant verliezen. Waarop hij de onsterfelijke woorden sprak die nu nòg in familiekring gebezigd worden: “Mevrouw, uw karakter past niet bij onze garage.”
Dat gaf ik schriftelijk door aan de importeur van wie de garageman dealer was.
Een week later kreeg ik een uitgebreide excuusbrief van de dealer. Ik ben er nooit meer terug geweest, nooit meer een Nissan gekocht ook.
En dus vlieg ik ook niet meer; mijn karakter past niet bij moderne vliegvelden.
Wie me wil zien, komt hier maar heen.
Dat zei ik dus ook tegen de accountant die me vis-à-vis wilde spreken om even wat cijfertjes door te nemen.
“Maar weet je wel wat dat kost?” riep hij geschrokken.
“Ja”, gaf ik terug, “hetzelfde als de andere kant op, alleen dan op míjn kosten.”
We hebben de zaken naar ieders tevredenheid per email afgehandeld.

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

10 gedachten over “Karakter

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: