Erfgoed

“Les journées du patrimoine”, zei ik vorige zaterdagochtend blijkbaar net iets te vroeg tegen de echtgenoot. “Zullen we eens op het dorp gaan kijken of daar nou werkelijk belangstelling voor bestaat?”
“Mhrmpf”, klonk het vanonder de dekens. “Kijk in de spiegel, heb je patrimoine genoeg.” Die dekens hingen ineens heel snel te luchten uit het slaapkamerraam. En niet veel later (oké, hij mocht nog even douchen en ontbijten) stuurde ik de auto richting dorp, waar ik minstens drie bezoekwaardige erfgoederen aanwezig wist. Er was het kapelletje bovenaan het dorp, de oude Romeinse brug over de rivier, en natuurlijk het kasteel; daar kwamen de hele zomer al wel toeristen op af.
We stelden ons strategisch op, op het caféterras, al had dat nog enige voeten in de aarde: het liep tegen het apéro en vrijwel alle plekjes waren bezet toen we aankwamen. Gelukkig zag ik onze wereldkampioen-serveuse Nina net een tafeltje afruimen. Ernaast stond een groepje potentiële klanten af te wachten.
“Bonjour Nina!” groette ik enthousiast en zoende haar op beide wangen, terwijl ik m’n achterste in het dichtstbijzijnde stoeltje manoeuvreerde. Plekje veroverd.
Vanachter een glaasje rosé bekeken we het gedoe om ons heen. Je kunt zeggen wat je wilt van de Fransen, maar voor hun patrimoine komen ze massaal hun bed uit; zelden zoveel volk buiten het hoogseizoen op het dorp gezien, en de toeristen waren in de minderheid. Voor de mairie, terzijde van het terras had zich de ‘hardcore’ van het Provençaalse erfgoed verzameld: de dames van het bejaardentehuis in authentieke klederdracht die kantgekloste kleedjes en handgepunnikte poppenkleertjes in de aanbieding hadden. Ze waren blijkbaar vroeg uit de veren gekomen, want er werd al flink van de meegebrachte baguettes gehapt. Een besmuikt flesje wijn in een neutrale papieren zak ging rond langs de plastic koffiebekertjes. Er stond geen hond stil bij hun stalletje. De meeste belangstelling ging uit naar het kasteel, een monsterlijk stuk ‘hoogbouw’ uit de 11e eeuw – met een hegjestuin van een beroemde architect ervoor – dat het dorp domineert en waar je tegen betaling een rondleiding kunt krijgen. Je komt bij de ingang door een steil hellingpad te beklimmen dat naast het caféterras begint. Er staat ook een bordje bij, in het Frans en in het Engels, waarop de tijden van die rondleidingen staan. Als je dat leest, kun je je een hele klim besparen want die rondleidingen zijn zeldzaam. Maar ja, ‘journées du patrimoine’, dus iedere willekeurige voorbijganger denkt: “hé, effe kasteeltje kijken.” Mooi niet, we zagen de ene na de andere erfgoedbezoeker die steile helling beklimmen en ontgoocheld weer naar beneden kachelen: poort potdicht.
De huidige kasteeleigenaar houdt niet zo van pottenkijkers. Zo’n pand onderhouden kost geld, veel geld, vandaar die reguliere rondleidingen. Daar is de huisbewaarder mee belast, de nurkste kasteelheer zelf begint er hoe dan ook niet aan, die blijft in z’n eigen stukkie privékasteel verstopt. Bon, je zou dus zeggen: ff een paar keer extra de poort van het slot tijdens zulke open monumentendagen en het is kassa. Maar nee, daar begon die huisbewaarder weer niet aan, die werd betaald voor de reguliere rondleidingen, niet voor extra overwerk. En dus bleef het kasteel op slot en mochten al die potentiële bezoekers gissen naar het erfgoed dat zich achter die poort bevond.
Ik ook, ik ben er nog nooit binnen geweest, het leek me niet zo mega-spannend om daar eens rond te neuzen.
“Missen we nou wat?” vroeg ik Nina toen ze onze glazen kwam verversen.
“Wat? Dàt?” antwoordde ze schouderophalend, “ouwe meuk, die wil je zèlf zelfs niet eens in huis hebben. Maar de toeristen vinden het prachtig. Je weet wel, authentiek oud-Frans en zo.”
“Waarom mag je er dan uitgerekend vandaag niet in?” vroeg ik verbaasd.
“De vakbond”, verklaarde ze, “de huisbewaarder staakt tot hij loonsverhoging krijgt omdat hij extra werk moet doen, de vakbond steunt hem.”
Ook patrimoine, dacht ik: we nemen er nog eentje. En ja, ook dat is patrimoine. Geen spiegel voor nodig. En nog goed voor de dorpseconomie ook.

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

6 gedachten over “Erfgoed

  • do 21 september 2017 om 18:57
    Permalink

    O wat heerlijk geschreven ! In het departement Lot waar wij wonen komen we ook geregeld dit soort wederwaardigheden tegen waarvan je denkt “dit kan niet waar zijn”. Maar dat wordt dan weer gevolgd door een schouderophalen of een knipoog en tja dan denk je “ ja hiervoor zijn we in Frankrijk komen wonen” onbetaalbaar en zo heerlijk ??

    Beantwoorden
    • do 21 september 2017 om 22:59
      Permalink

      We boffen Toni, we boffen!

      Beantwoorden
  • do 21 september 2017 om 19:02
    Permalink

    lieve Renée, dank voor je mooie verhaal alweer…Ik zit er in mijn eentje gewoon mee te lachen met je realistisch geschrijf over de mentaliteit in het Zuiden van Frankrijk hier en zo herkenbaar! Fijne avond nog voor jullie daar! x

    Beantwoorden
    • do 21 september 2017 om 23:00
      Permalink

      Mooi zo! Al is het maar een glimlach, dan ben ik er al blij mee. Jij ook een fijne avond Tine.

      Beantwoorden
  • do 21 september 2017 om 23:10
    Permalink

    Of ik erbij ben wat een heerlijk verhaal weer. En daarom ben ik dol op Frankrijk. (Helaas wonen we er niet.) Al die fratsen hihi geweldig

    Beantwoorden
    • vr 22 september 2017 om 10:24
      Permalink

      Dank je wel Leni. En fratsen… het went hoor ;-]

      Beantwoorden

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: