Contactloos betalen? Suf geluld!

‘O god, kippenhok’, dacht ik meteen toen ik vanmorgen de tabac binnenstapte en er een kakelende kluit dorpsdames aantrof. Dat gebeurt wel vaker, de tabac is ‘the place to be’ als er wat te roddelen valt. Even snel de sigarenvoorraad van de echtgenoot aanvullen kon ik wel vergeten. Nee, dat doet ie niet zelf, dat hebben we namelijk liever niet sinds wegens verregaande onhandigheid met betrekking tot elektronisch betalingsverkeer de bankrekening maar liefst twee keer achter elkaar geblokkeerd werd wegens vermeende frauduleuze handelingen met betaalpasjes. Dus ben ik met enige regelmaat de sjaak. Geeft niet, doorgaans wip ik snel de auto uit en weer in, meestal nog voordat de champêtre schuin tegenover de tabac uit z’n slaapstand is geschoten om me er omstandig op te wijzen dat ik toch echt niet op die invalidenparkeerplaats voor de deur mag staan. Om eenmaal naderbij gesjokt vast te stellen: “ O nee, u staat er net naast.” Inderdaad. Op dat rommelige plekje net naast de vorig jaar omgezaagde plataan dat nog niet door de gemeente van strakke lijnen is voorzien en dus als een soort van mini-vrijplaats geldt voor wie het toevallig weet. En ik wéét het toevallig, de champêtre heeft me er ooit hoogstpersoonlijk op gewezen toen ik de familiebolide net iets te slordig (vlak voor sluitingstijd van de tabac) met twee wielen in dat blauw omlijnde invalidenvak had geplempt: “Op die ruimte ernaast mag u trouwens wel parkeren hoor.” Omdat het de eerste keer was liet hij het bij een preek van een minuutje of zeven; de man verveelde zich de godganse dag zó te pletter in dit dorpje waar niks te doen is dat zelfs zo’n contact beter was dan geen contact.
Bon, even snel de tabac binnen gesneld dus. Om op zo’n muur van Provençaals gekakel te stuiten. De mij inmiddels wel bekende koppies van de roddelkonten uit het dorp – en daar zitten minstens drie kerels bij – hingen met opgewonden rode koontjes rond de toonbank en bemoeiden zich met vereende krachten met de inspanningen van de tabagiste die iets onduidelijks achter de balie deed en van wie alleen met enige regelmaat een donker gegrom te horen was. Ik worstelde me min of meer naar de toonbank, links en rechts vriendelijk groetend (ik moet hier nog vaker terug kunnen komen) en had net het gedeelte van de toonbank waarachter ik de kont van de tabagiste omhoog zag steken bereikt, toen er een opgelucht ‘putain, ça marche!’ opklonk en de tabagiste samen met een betaalautomaatmonteur omhoog rees. De man grijnsde schaapachtig en ging er als een haas vandoor, hij had er duidelijk meer dan tabak van.
De tabagiste zag me staan en wist: ‘ha, slachtoffer!’ Ik keek als een konijn in de koplampen van de stroper en wist: ‘ik ben het haasje.’ Ik wist alleen nog niet waarvan, maar dat werd snel duidelijk.
“Deux?” vroeg de tabagiste terwijl ze geroutineerd twee doosjes cigarillos uit het schap achter zich viste; ze kent mijn vaste bestelling.
“Oui, merci”, gaf ik toe en trok de knip.
Of ik niet liever met een kaartje wilde betalen? Dat kon vanaf vandaag contactloos! Die monteur had net een nieuw apparaat geïnstalleerd, dus kwam dat even goed uit.
“Zie je wel, proefkonijn’, wist ik meteen.
“Si vous voulez”, zei ik meegaand, terwijl een naderend gevoel van onheil me bekroop. Ik haalde – door alle ogen gevolgd – mijn bankpasje overlangs het kersvers geïnstalleerde betaalapparaat en met z’n allen wachtten we op de bevrijdende piep die nu zou moeten volgen. Niets.
“Probeer het nog eens”, zei de tabagiste. Maar ook na de zesde keer: geen piep.
“Het ligt aan het kaartje”, zei de tabagiste vastbesloten, want het kon natuurlijk nooit aan die gloednieuwe betaalmachine van haar liggen. “Da’s vast niet geschikt voor contactloos betalen. En liquide dan maar?”
“Nee”, zei ik gedecideerd, “ik kon hier altijd gewoon met m’n kaartje betalen, dus ik zie niet in waarom dat nu ineens niet meer kan. Een volgens mij kun je m’n pasje nog gewoon in de gleuf steken en de code intikken, zoals vroeger.”
Achter me hield iedereen de adem in. Werd dit een confrontatie, een clash tussen die etrangière en de matrone van het huiskamerroddelcircuit?
De tabagiste aarzelde, ik ben een goeie klant en bovendien is haar in de winkel meehelpende moeder nogal op me gesteld omdat ik een zwak heb voor haar verguisde bastaardhond Eros (driemaal raden hoe hij aan die naam komt). Maar ze kon net zo goed opnieuw afgaan als ook de gleuftruc niet zou werken.
“Probeer maar”, zei ik stoutmoedig, “en anders sta ik morgen meteen bij de bank om een nieuw pasje te eisen.” Dat leek me de enige escape om iedereen gezichtsverlies te besparen.
De gleuftruc werkte, achter me hoorde ik iedereen opgelucht uitademen. En in een pandemonium van losgebarsten geldingsdrang wilde iedereen ineens wel zijn ervaringen met een gefrustreerde betaalmachine en/of gemankeerd betaalpasje kwijt. Na een kwartiertje of zo, kon er eindelijk tussenuit knijpen.
Contactloos betalen? Nog nooit zoveel contact gehad! Je wordt suf geluld!

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

4 gedachten over “Contactloos betalen? Suf geluld!

  • vr 22 december 2017 om 18:31
    Permalink

    Fijn voor je dat je bankkaart geen contactloos betalen faciliteert, naar ik verneem is dat een fraudegevoelige uitvinding omdat boeven je kaart zelfs door je tasje heen zouden kunnen uitlezen. Ik heb het laten uitschakelen op mijn Sociéte Générale CB.

    Beantwoorden
    • vr 22 december 2017 om 19:04
      Permalink

      Ik voel het ook beslist niet als een gemis Henri.

      Beantwoorden

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: