Nabuurschap

‘Het zal toch niet waar zijn hè’, schold ik binnensmonds toen ik met het krantje onder de arm van de tabac naar de épicerie overstak, een pontificaal op de zebra (we hebben er daar drie, schuin naast elkaar, maar toch) geparkeerd bestelbusje rondde en voor een gesloten rolluik kwam te staan. Had ik me in de dag/het uur vergist? Nee, leerden m’n horloge en de torenklok op het gemeentehuis die net meedogenloos twaalf slagen – zeg maar gerust oerknallen – begon af te werken. Dat werd dus geen zuurkoolstamppot vanavond. Had me nog wel zo’n mooi troostrijk begin van de winterperiode geleken. Ik slaap al nachten slecht omdat m’n biologische klok de omslag van zomer- naar wintertijd maar niet wil maken. Dan helpt een hapje troosteten, iets dat ‘ha fijn winterkost’ zegt en je sombere humeur weer een beetje opkrikt. Tja, dan ben je verkocht als er voor het eerst weer zuurkool te krijgen is in de supermarché waar ik doorgaans de bulk insla. Niet die voorgekookte troep met reuzel erin, maar choucroute cru: rauw, zuur. Daar kan ik wat mee. Hebben ze helaas nooit bij de épicerie op het dorp. Lekkere aardappels nou juist weer wel. En die dacht ik even te scoren, toen ik tegen dat gesloten rolluik opliep. Ik droop af naar de naastgelegen kroeg. “Wat is er hier aan de hand?” vroeg ik de kasteleinse.
“Nou”, begon de kroegbazin hoogst verontwaardigd, terwijl ze er eens goed voor ging staan, hand in de zij, gezicht op onweer: “C’est exeptionelle!” Letterlijk vertaald ‘het is uitzonderlijk’, maar ze bedoelde duidelijk ‘dit is schandalig!’ Waarna een uitleg volgde die ik liever niet letterlijk vertaal maar die er kort gezegd op neer komt dat ‘we’ niet voor het eerst genaaid worden door de Casino-supermarktketen die ons mini-kruidenierswinkeltje aan zijn assortiment rurale épicerietjes heeft toegevoegd. Een netwerk van winkeltjes van niks die bijna stervende dorpjes op het platteland nog van minimale boodschapjesmogelijkheden voorziet. Moet het wel een beetje renderen. En ons dorpje is niet rendabel. Wat betekent dat het aanbod in het winkeltje steeds verder achteruit kachelt, dat producten steeds vaker over de datum zijn, dat je – heel belangrijk voor de merendeels stokoude inwoners – niks meer ‘op de lat’ kunt kopen als je karige aow-tje nog niet binnen is. En dat dat hele winkeltje gewoon op slot gaat als er in een groter filiaal een stadje verderop personeelstekort is. Dan wordt de enige gérante van ons dorpswinkeltje gewoon uit haar nering geplukt om in dat andere filiaal in het grotere stadje bij te springen.
“Dáár is ze heen!” ziedde de kroegbazin, “moést ze, van die bazen!”
Nee, ze neemt het Mélanie niet kwalijk “die kan ook niet anders, maar dit kun je het dorp toch gewoon niet aandoen? Denk eens aan al die ouwetjes, die geen kant op kunnen, geen vervoer, slecht ter been: het is een schande!”
Ik ben het hartgrondig met haar eens. En niemand weet hoelang het gaat duren voor de épicerie weer open gaat. Intussen drijft het dorp op nabuurschap: wie naar de stad moet, neemt wat mee voor wie dat nodig heeft. Maar deugen doet het natuurlijk niet.
Er schoot me een uitspraak te binnen van een collega die bij tegenslag altijd riep: “De kleine man is weer de dupe.” PvdA-stemmer in een grijs verleden, zou ie nu nooit meer doen, maar gelijk had hij wel. Of zoals Bill Clinton het zei: “It’s the economy, stupid.” De kleintjes gaan eraan voor het grotere belang. Arm tegen rijk: kansloos. Het wordt tijd voor meer dan gele hesjes.
“Ah ja, vroeg de kroegbazin, terwijl ze me een glaasje rosé bijtapte, “wat had je eigenlijk nodig van de épicerie? Misschien kan ik je helpen?”
“Mwah, paar aardappels, voor de zuurkool”, floepte ik eruit.
Nee, die had ze niet. Maar als ik alsnog naar de stad ging om die te halen, dan had ze nog wel een boodschappenlijstje…
“Tuurlijk”, zei ik stoer. En toen bleek dat de enige route départementale naar de grote stad afgesloten was wegens wegwerkzaamheden.
Nabuurschap. Ik hoop dat de épicerie snel weer opengaat.

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler.

2 gedachten over “Nabuurschap

  • di 5 november 2019 om 15:53
    Permalink

    Nabuurschap, een begrip in het Oosten van Nederland.
    Maar hier in de Bijlmermeer ervaar ik iets vergelijkbaars.
    Mijn buren ut alle windstreken helpen elkaar ook op alle manieren.

    Stille groet,

    Beantwoorden
    • di 5 november 2019 om 17:46
      Permalink

      Mooi dat het nog (of weer) bestaat Rob. Maar het zegt ook iets over het gure politieke klimaat…

      Beantwoorden

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: