Gas en hout

“Het ware verhaal van de Provence!”, verzuchtte de echtgenoot vilein. Toch al geen francofiel, zat hij somber aan tafel bij kaarslicht in een boek te lezen. Het was een uur of acht ’s avonds. De stroom was ’s ochtends vroeg al uitgevallen, de rivier rukte gestaag op tot onderaan de rotsterp waarop ons huis staat. Het regende al geruime tijd méér dan een beetje. De honden en de kat waren al even verongelijkt: hoezo geen licht, hoezo de (elektrische) luiken niet open? Ik hulde me in mijn klassieke lange regenjas met capuchon, ooit in Londen in een dump gescoord tijdens een hoogzomerse hoosbui, trok mijn kaplaarzen aan en dwong de dieren en de echtgenoot tot even snel buiten pissen (nee, de echtgenoot hoefde geen pootje te lichten). Dit kwam mijn populariteit niet ten goede. Weer in huis zag ik dat de echtgenoot bij die kaarsen en inmiddels geassiteerd door een zaklamp in ‘De hapklare historie van Frankrijk’, trachtte te lezen, een fantastisch geschiedenisboek dat ik al uit had, ik ben haantje de voorste als het om goede boeken inpikken gaat. En ik kan dit boek iedereen kan aanraden. Zo te zien was híj pas bij de middeleeuwen, wat ik in ander verband trouwens wel vaker denk, daar hebben we het later nog weleens over. Maar in een flits dacht ik aan de grote filosoof Johan Cruyff en zijn statement dat ‘elk nadeel zijn voordeel heb’. Of andersom, dat kan ik nooit onthouden. Qua ideeën ben ik tot op zekere hoogte wel een fan van de denker JC. Maar in het stadion blijf ik ernstig bezwaar maken tegen zijn trouvaille dat een keeper óók meespeelt. M’n tenen trekken krom als ik een doelverdediger ineens langs de middenstip zie rennen om zijn collega in het tegenoverliggende doel te belagen. Begon al bij Ajaxkeeper Stanley Menzo, die dat moest van Cruyff. Ik raak er acuut van in de stress. Een doelman hoort in zijn hok. Soit!
Tegen de lezende echtgenoot zei ik – ook een tikkie vilein: “Spannend hè, die middeleeuwen. Als de stroom niet uitgevallen was en je vandaag over die nu onbegaanbare kuilenpiste van ons naar het dorp had gekund, zat je nu een dagverse Var Martin te lezen. In plaats van een boek dat ertoe doet. Elk nadeel heb zijn voordeel, ik citeer even je Amsterdamse vriend Cruyff”.
Hij keek een ogenblik verstoord op, stelde vast dat een dagverse espresso er nog steeds niet in zat wegens geen stroom, en riep gebelgd dat er dus ook al geen tv was. Hoe moest dat dan verder? Uitgerekend dit weekeinde stonden er spannende wedstrijden geprogrammeerd. Ervan overtuigd dat de Provence tot de ‘tiers monde’ (derde wereld) gerekend moet worden, vreesde hij vele etmalen zonder elektriciteit. Ik eigenlijk ook wel. Maar mij pakken ze niet zo makkelijk. Waar ik ook gewoond heb, altijd koken op gas (uit die niet te tillen Butagasflessen) en altijd houtverwarming. Ook als alles qua nutsvoorzieningen weer eens uitvalt, kun je in elk geval iets te eten maken en zit je niet in de kou. Gas en hout, ik zeg het tegen iedereen die hier wil komen wonen, zijn een eerste levensbehoefte. Plus een transistorradiootje op batterijen om de calamiteiten te kunnen volgen.
Zijn gezeur nogal zat, vroeg ik de echtgenoot hoe hij dacht dat die monniken in de middeleeuwen dan overleefden. Ik wees naar zijn boek. “Die lazen ook bij kaarslicht, die schreven hele bijbels over en niks geen Specsavers of Eyelove.”
Hij keek me streng aan en zei: “Maar ze hadden er wel wat te drinken bij”. Punt voor hem. En ik was niet te beroerd om een flesje rood open te trekken. Het liep inmiddels tegen achten ’s avonds, nog steeds bij schimmerend kaarslicht. Pardoes begon het elektrische licht te flikkeren, en een paar seconden later was de stroom terug. De magie van een goede rouge?
“Nou, deze kerst was van korte duur”, schamperde de echtgenoot. Nog steeds uit z’n hum blies hij de kaarsen uit en zette de tv aan voor een nieuwsupdate. Hij schonk ook mij zonder morren en morsen een rouge in en installeerde zich op de bank. De honden kwamen vertrouwd tegen hem aan liggen. Ik haastte me intussen naar m’n kantoor: yes, het internet was er ook weer. Snel keek ik de weersvoorspellingen na. Zag er goed uit! Gerustgesteld zocht ik m’n plekje op m’n eigen bank op. Eh… nee, daar durft geen hond een poot te zetten. Maar dat komt meer door de kat, die het als zíjn domein beschouwd; ik word nog net geduld. De tv-beelden lieten aan duidelijkheid niets te wensen over: een en al ellende, doden, vermisten, verschrikkelijk. We zapten alle kanalen af op zoek naar meer informatie, zagen dat er hier een dorpje verderop iemand vermist werd, dat er bij ons 263 mm regen in 12 uur was gevallen, dat de rivier in geen 40 jaar zo hoog had gestaan.
En toen wilden de honden eten, en de kat ook. Een tweede flesje wijn en wat te eten zou ook voor ons geen gek idee zijn.
“Zeg”, vroeg ik aan de echtgenoot, “wie zou er eigenlijk koken vanavond?”
“Jij toch?” antwoorde hij verstrooid, terwijl hij de brokken over de hondenbakken verdeelde.
“Dacht het niet. ’t Was jouw beurt!”
Het werd een bordje kaas, en de lieve vrede. Bij een knapperend haardvuur.
Mazzel gehad. In meer dan een opzicht.

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler.

5 gedachten over “Gas en hout

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: