Vanavond komt de kaart. De kaart die door directeur-generaal Jérôme Salomon van het Ministerie van Solidariteit en Gezondheid live op tv bekend zal worden gemaakt. De kaart waarop Frankrijk in rode en groene departementen zal zijn opgedeeld. De kaart die gaat beslissen of onze déconfinement verlicht gaat worden, of juist niet. De kaart die bepaalt wat we wel en wat we niet mogen na 11 mei. De kaart waar iedereen hunkerend naar uitkijkt. De kaart van hoop, die misschien wel meteen weer de bodem wordt ingeslagen. Die kaart dus.
Ik geloof niet dat een overheid in welk land dan ook het zó spannend heeft weten te maken; gevoel voor drama kan de regering Macron niet ontzegd worden. De nieuwsmedia speculeren volop, er zijn al ‘misschien’ en ‘als dan’ kaarten in omloop. Trap er niet in, de enige echte kaart komt van de gortdroge wetenschapper Jérôme Salomon. Recht voor z’n raap, zonder franje. Ik zal net als iedereen aan de buis gekluisterd zitten, ik wil weten waar ik aan toe ben.
Op het dorp kom ik niet veel meer aan de weet tijdens mijn wekelijkse boodschappenrondje. Al lijken de verkrampte omgangsnormen zich enigszins te versoepelen. De champêtre kijkt niet eens meer vorsend door het zijraampje als ik bij de tabac parkeer, da autootje kent hij nu wel. De tabagiste, toch wel een van de beste bronnen uit het roddelcircuit, is opgedroogd. En dan heb ik het over de ‘bouche à l’oreille’, niet over haar door het vele wassen verschrompelde mondkapje of over haar door de ontsmettingsgel verrimpelde handen.
Ook épicerientje, van het zaakje schuin aan de overkant, weet amper nog een sappige roddel op te hoesten. Sinds het café dicht is en de ouwe roddelkonten van het dorp thuis zitten opgesloten, is de dorpstamtam met ‘chômage technique’. De enige informatiebron is de site van de gemeente, maar die doet alleen in dienstmededelingen en loopt hopeloos achter. Voor het sappige dorpsnieuws moest je toch echt in de kroeg zijn. Ik heb heimwee naar de dagen dat de kroegbazin zich vertrouwelijk voorover boog en fluisterde: “weet je al dat”, “heb je gehoord dat die”, “wat er nu toch weer”…
Ik mis al die bekende koppen die het dagelijkse decor vormden tijdens l’heure de l’apéro. Je kon er bij wijze van spreken de temperatuur van het dorp aan aflezen zonder dat je er een thermometer instak. Hoe het met ze gaat, geen idee. Ik zie ze niet meer tijdens mijn pitstop in het dorp. En in de tabac of de épicerie kan ik moeilijk gaan vragen hoe het met ‘glaasje rood’, ‘het musje’ of ‘blote poten’ gaat. Dat zijn bijnamen voor karakteristieke verschijningen die ik zelf heb bedacht omdat ik hun echte namen niet ken. Schijnt een typisch Rotterdamse gewoonte te zijn, om mensen van bijnamen te voorzien. In m’n dorp liggen ze voor het oprapen, ik heb ze al eens eerder benoemd, dus klik hier voor het hele lijstje.
Maar wat zou ik ze graag allemaal terugzien, onbekommerd op het kroegterras met een glaasje erbij om de komende zomer te vieren.
Beetje sentimenteel stukkie, sorry. Corona maakt meer kapot dan je lief is, zelfs bij mij thuis. Nu onze dame de ménage die er elke dinsdagmiddag in een ommezien voor zorgde dat mijn huis weer opgeschoond was (‘aan kant’, heette dat vroeger, geloof ik) niet kan komen, heb ik de echtgenoot tot ‘chef aspirateur’ benoemd. Hij vindt het geen promotie op zijn carrièreladder. Ik ook niet. Maar je moet toch wat.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Scroll naar top