Home

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ik leen wel eens vaker een receptje bij de Italiaanse buren van net over de grens als het om lekker eten gaat, dus stond er gisteren onvervalste Spaghetti Aglio e Olio op het lunchmenu. Hier in de Provence overigens beter bekend als Spaghettata. Terwijl ik opzocht op internet waar dat nou vandaan kwam, stuitte ik op een eethuisje dat zo heet. In Rotterdam! Je hebt je hielen nog niet gelicht of ze gaan daar ook ineens Zuid-Frankrijkje spelen, zelfs die pasta staat op het menu! Maar goed, spaghettata schijnt oorspronkelijk uit Napels te komen en betekent zo iets als ‘maaltje spaghetti’. Armeluis’ voedsel, want als je niks had, had je altijd nog wel wat pasta, knoflook, olie, zout & peper in huis. Maar ja, als je wat méér in huis hebt, ga je optutten. En dat doen ze hier in de buurt dan ook volop; er wordt dus van alles en nog wat aan die basispasta toegevoegd. Ik hou het liever bij de oervorm: dunne spaghetti met knoflook, olijfolie en een pepertje. Nou ja, met een béétje variatie dan; ik gebruik liever sambal in plaats van een fijngesneden pepertje (ik hou niet zo van een heel reepje peper in de bakkes), basilicum (in plaats van peterselie) vind ik smaakrijker, een schep zeezout vervang ik liever door wat groentenbouillon, tomatenblokjes maken het net wat vrolijker, en geraspte parmesan vind ik gewoon lekker. Spaghettata di casa mia dus! Moet kunnen.

Ingrediënten:
400 gram spaghetti
4 tenen knoflook
1 uitje
½ bosje basilicum (platte peterselie mag ook)
4 grote tomaten (blikje gepelde mag ook)
likje sambal (of een ragfijn gesneden pepertje)
½ groentenbouilllontablet
eventueel wat zout
olijfolie
geraspe parmesan

Bereiding:
Pel de knoflooktenen, pel en snipper het uitje.
Snij de basilicum (of peterselie) fijn.
Snij de tomaten in vieren, haal de harde kroontjes en de zaadlijsten eruit, snij het vruchtvlees in blokjes. (Of laat de bliktomaten uitlekken in een vergiet en snij die in blokjes.)
Kook de pasta in ruim water met een flinke scheut olijfolie beetgaar.
Verhit intussen een scheut olijfolie in een koekenpan, doe er het gesnipperde uitje en de uitgeperste knoflooktenen bij en laat op zacht vuur onder af en toe omroeren een paar minuten pruttelen. Verkruimel er de ½ groentenbouillontablet bij, voeg een likje sambal (of dat pepertje) toe, plus de tomatenblokjes, roer alles door elkaar en laat nog een minuutje doorwarmen. Eventueel wat sambal en/of wat zout toevoegen als de saus te flauw is. Draai het vuur uit.
Giet de gare pasta af in een vergiet (niet afspoelen!), schudt een paar keer om en doe over in een ruime kom. Voeg de saus plus de basilicum toe, schep alles om en verdeel over de borden. Bestrooi met geraspte parmesan.
Geef er een salade plus stokbrood en uiteraard een glaasje rosé bij.
Tip: voor een uitgebreidere maaltijd kun je er ook wat gegrilleerde (of gebakken) garnalen of kipsnippers bij geven.

schermafbeelding-2016-12-30-om-12-51-51

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

De laatste dag van het jaar, druk druk. Alles staat in het teken van de avond, en wie denkt er nou helemaal aan de lunch? O ja, die hadden we ook nog. En als je straks nog even móet, dan kan een hapje zo halverwege de dag je nou net de basis geven om nog een tijdje door te kunnen. Worstelend met oliebollenbeslag, aanmodderend met appelbeignets. Of druk in de weer met een klassieke zalmsalade, je geestelijk voorbereidend op het openslopen van oesters…
Rustpuntje dus. Met een snelle hap waarmee je halverwege de dag weer even op krachten kunt komen. Niks ingewikkelds, maar wel een snelle ‘powerboost’.
Dus gewoon genieten van een relaxte lunch en rustig doorademen. Komt die hele jaarwisseling helemaal vanzelf goed.

Ingrediënten:
1 bakje (kastanje)champignons
1 bosje peterselie
1 teen knoflook
4 eieren
witte wijn
olijfolie
truffelolie
zout en zwarte peper uit de molen

Bereiding:
Spoel de champignons af, snij het onderste stukje van de voetjes en hak ze grof.
Hak de peterselie fijn, gooi de dikste stelen weg.
Pel de knoflookteen.
Verhit een scheutje olijfolie in een ruime koekenpan.
Doe er de peterselie bij en laat even aansmoren.
Voeg de champignons toe, roer om en giet er een ferme scheut witte wijn bij. Laat ze stoven tot ze beginnen te verkleuren.
Knijp de knoflook uit de knijper er over uit, voeg zout en peper naar smaak toe en roer alles nog eens door elkaar, laat nog een minuutje doorstoven.
Breek de eieren, elk in een ‘hoekje’ van de pan, en laat alles op laag vuur sudderen tot de eieren beginnen te stollen.
Druppel er in de warme pan wat truffelolie overheen.
Verdeel alles over de borden en probeer de eieren heel te houden; iedereen mag op z’n eigen bord de boel verder door elkaar husselen.
Geef er sneden geroosterd boerenrood bij. En een glaasje stevig rood.
Bon app! Bonne année!

schermafbeelding-2016-11-11-om-16-07-01

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Als de mistral snoeihard om het huis giert zoals vandaag, krijg ik altijd iets onrustigs over me. En ik ben de enige niet. Al sinds ik hier zo’n 26 jaar geleden kwam wonen krijg ik te horen dat de mistral je niet in de koude kleren gaat zitten. Sterker nog, dat mensen er gek van kunnen worden. Dat leek me altijd tamelijk overdreven, maar zet een paar Provençalen bij elkaar in de kroeg als die koude noorderwind waait en de verhalen komen los. Over die oude boer die het geloei van de storm niet meer kon harden en zich aan de hanenbalken in de koeienschuur verhing. Of die verbeten jager die tijdens de mistral het gehuil van een eenzame wolf achterna ging het bos in en er nooit meer uitkwam: “als de mistral giert kun je ze nog steeds allebei horen huilen.” En niet te vergeten het aardappelvrouwtje. Oud, kromgetrokken en net zo rimpelig als de bewaaraardappeltjes in haar voorraadkelder. Als de mistral raasde sloot ze zich daar in paniek op. Tot de kelderdeur een keer openvloog en ze met flapperende zwarte rokken door de wind werd meegevoerd. “Nooit meer teruggevonden, maar bij volle maan kun je haar langs zien vliegen terwijl ze piepers jast.”
Ik weet het, volksverhalen. En toch. Het is een wind die overal dwars doorheen snijdt, ook door je ziel. En die – telkens als je denkt dat het ophoudt – met nieuwe windstoten aan de luiken komt rammelen. Zo’n mistral duurt dagen. En als ie bij volle maan nog steeds rond raast kunnen dat weleens weken worden. Onzin? Nee, net iets te vaak meegemaakt. En voor maandag staat er een supermaan op het programma; de grootste en helderste sinds 1948 en pas opnieuw te zien in 2034. Zou me niks verbazen als daar ook een supermistral aan vast bleef hangen.
Troost-eten dan maar, lekker warm, iets met aardappel natuurlijk. Want kom zeg, wij laten ons niet gek maken.

Ingrediënten:
800 gram aardappels (roseval, rattes; stevig dus)
2 eieren
25 cl tomatencoulis/saus (mag uit een potje hoor)
2 tenen knoflook
1 bosje bieslook
60 gram geraspte parmesan
1 eetlepel herbes de Provence
zout en peper
olijfolie
4 volle eetlepels Boursin-cuisine o.i.d.

Bereiding:
Verwarm de oven voor op 160 graden.
Schil de aardappels en snij ze in flinterdunne schijfjes met de mandoline/rasp. Doe ze in een vergiet en druk zoveel mogelijk het vocht eruit.
Pel de knoflooktenen.
Snij de bieslook fijn.
Doe de aardappelschijfjes met de bieslook, de herbes de Provence, de uitgeperste knoflooktenen, de parmesan, de eieren, de tomatencoulis, plus peper en zout naar smaak, in een ruime kom. Meng alles door elkaar.
Bekleed een bakblik met bakpapier en vorm – met ruim voldoende afstand ertussen – vier hoopjes van het aardappelmengsel. Mooier is om ze in een bakring (emporte pièce in het Frans) te scheppen, maar die moet je maar net in huis hebben; ik natuurlijk weer niet, dus ik heb er met alufolie een ‘dijkje’ omheen geknutseld.
Schuif het bakblik in het midden van de voorverwarmde oven en laat de taartjes in ongeveer een half uurtje goudbruin en gaar worden. Schuif ze voorzichtig met een spatel of breed mes van het bakblik op de borden, haal de folie of bakring weg, schep er een klodder Boursin o.i.d. op en serveer met een fruitig glas rosé en een salade, of een bosje haricots verts, of wat zoetzure bietjes, of iets anders groente-achtigs.

schermafbeelding-2016-11-04-om-17-28-51

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Nou had ik natuurlijk een heel verhaal kunnen ophangen over dauwtrappende dorpsgenoten die in de vroegte van het ochtendaperitiefje in de kroeg trots hun oogst van die ochtend kwamen showen. Maar de kroeg is net weer open na het ‘congé annuel’ en het is gewoon vrijdag/werkdag, dus ik kwam pas tegen het middaguur een versnaperingetje scoren. Met in de tas wel een mooi maaltje cèpes, want op de marché paysan een dorp of wat verderop lag er zowaar zo’n juwelenkistje te pronken. Ik heb bescheiden ingekocht; vooralsnog doen de cèpes € 34 de kilo(!) vanwege de magere oogst door de langdurige droogte. Ik kon het toch niet laten een paar mooie exemplaren af te tikken. Ik liet ze zien aan de kroegbazin die meteen achterdochtig vroeg of ik soms een geheim plekje ontdekt had (lees hier waarom) maar ik kon een geruststellend bonnetje van die goed georganiseerde boerenmarkt laten zien.
“Wat of ik ermee ging doen”, twee cèpes was aan de magere kant voor een ‘poëlle nature’, wat gewoon gebakken in de koekenpan met een stuk boerenbrood erbij inhoudt. Daar had ze een punt. Dus ik heb er maar wat omheen bedacht om de boel een beetje aan te dikken zonder teveel aan smaak in te boeten. De echtgenoot vond het een “geslaagd hapje.”
“Eh, dat was je lunch!”
“Dan was het een geslaagde lunch. Doen we een stukje kaas toe? En misschien iets bij de koffie?”
Zo’n werkdag dus.

Ingrediënten:
200 gram cèpes (of champignons)
20 gram boter
20 gram bloem
15 cl melk
2 eierdooiers
4 eiwitten
2 tenen knoflook
paar takjes peterselie
1 theelepeltje gedroogde rozemarijn
snufje nootmuskaat
zout en zwarte peper uit de molen
beetje olijfolie en bloem voor de soufflébakjes
scheut olijfolie om te bakken

Bereiding:
Pel de knoflooktenen en hak ze fijn, hak de peterselie ragfijn.
Snij de voetjes van de cèpes (of champignons), veeg/borstel voorzichtig de rest van de paddenstoelen schoon; bij hardnekkig ‘aardewerk’ eventjes onder de koude kraan afspoelen en droogdeppen. Snij de paddenstoelen in stukjes.
Verhit een scheutje olijfolie in een koekenpan, fruit er snel en heel kort de knoflook en de peterselie in aan. Doe de paddenstoelen erbij, roer goed om en laat op laag vuur een paar minuutjes pruttelen. Draai het vuur uit, laat de pan even afkoelen en giet het paddomengsel door een zeef om zoveel mogelijk van bakolie en vocht kwijt te raken.
Verhit de oven voor op 200 graden.
Vet intussen vier soufflébakjes heel dun in met wat olijfolie en bestuif ze met bloem (beetje bloem erin doen, hand erop, omkeren en even schudden).
Smelt de 20 gram boter op laag vuur in een pannetje, doe er de 20 gram bloem bij en roer (flink) tot een homogene massa; het moet een beetje zompig blijven, anders ietsje boter erbij doen. Een minuutje of 2 laten garen, af en toe omroeren.
Breng de melk aan de kook in een ander pannetje en giet die al roerende beetje bij beetje bij het boter/bloemmengsel tot een glad papje. Voeg de nootmuskaat, de rozemarijn, en peper en zout naar smaak toe en breng voorzichtig aan de kook. Draai het vuur uit, roer er de eierdooiers doorheen en breng het mengsel opnieuw aan de kook; zodra het kookt meteen weer van het vuur halen.
Klop de eiwitten stijf in een kom. Spatel beetje bij beetje het boter/bloemmengsel er doorheen. Schep er op het laatst voorzichtig het paddomengsel doorheen.
Verdeel het eindresultaat over de soufflébakjes en zet ze net onder het midden in de voorverwarmde oven. Het hangt een beetje af van de vorm van de bakjes, maar na een minuut of 20-30 zouden de soufflétjes gaar van binnen en goudbruin van boven moeten zijn.
Serveer ze heet, zó in de bakjes. En geef er een mollige rooie bij, plus brood om te soppen en een slaatje voor de frissigheid.

schermafbeelding-2016-09-22-om-16-18-36

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Herfst dus. Dat is ook al wel te merken aan de bruinende blaadjes, al doet het warme, droge weer nog steeds alsof het zomer is. Maar intussen snakt het bos naar water, staat de rivier op z’n laagste punt in jaren en stoft het paadje er naartoe in kurkdroge wolken omhoog. Heerlijk, zo’n lange ‘été indien’, maar dit was nou ook weer niet de bedoeling. Al helemaal niet als je van bospaddenstoelen houdt, want die zijn er niet. In het café wordt hevig geklaagd. Op de vertrouwde – vanzelfsprekend angstvallig geheim gehouden – plekjes staat slechts verdroogd gras. Het paddenstoelenprobleem is zelfs zo groot dat ’t het landelijk journaal haalde. De kans dat er dit seizoen nog iets boven de grond uit piept lijkt minimaal. Tja, en als iets er niet is, wil je het natuurlijk júist eten. In het café vliegen de recepten je om de oren, de een nog lekkerder dan de ander, in elk geval in de waarneming van de smulpaap die zijn eigen bereidingswijze (nou ja, die van z’n vrouw) in geuren en kleuren uit de doeken doet. En die natuurlijk vol vuur wordt tegengesproken door minstens drie anderen met veel betere recepten. Om de een of andere reden zijn het altijd de bejaarde pastisdrinkers die vol vuur aan receptuur doen. Ik heb me nog niet in de discussie durven mengen, nog te vers in het dorp, maar ik luister natuurlijk wel. En dan hoor je dat wildbraad met ‘cèpes’ (eekhoorntjesbrood) veruit favoriet is, met als goede tweede pasta met ‘trompettes de la mort’ (hoorntjes des overvloeds) en flink veel olijfolie. Maar ja, die zijn er niet. Gelukkig hadden ze op de ‘marché paysan’ wel kastanjechampignons, al heb ik zo’n donkerbruin vermoeden dat die echt niet hier uit het bos komen maar gewoon gekweekt zijn.
Werd het toch nog een lekker herfstig hapje. Buiten op het terras, dat wel. Maar daar kan een mens mee leven.

Ingrediënten:
350 gram pasta naar keuze
250 gram (kastanje)champignons
200 gram roquefort
10 cl crème fraîche
1 uitje
2 teentjes knoflook
paar takjes peterselie
handje walnoten
1 afgestreken theelepel gedroogde rozemarijn
peper uit de molen
olijfolie

Bereiding:
Pel en snipper het uitje, pel de knoflooktenen en snij ze fijn.
Snij de harde voetjes van de champignons, veeg eventuele aarde eraf (spoel ze af als de aarde hardnekkig is) en snij ze in plakjes.
Snipper de peterselie fijn.
Hak de walnoten grof.
Brokkel de roquefort in stukjes.
Ze de pasta op in ruim kokend water met een flinke scheut olijfolie erin en kook ze beetgaar.
Gebruik de kooktijd om intussen een scheut olijfolie in een koekenpan te verhitten en daar het uitje in aan te fruiten. Doe er vervolgens de paddenstoelen bij en de knoflook, en laat een minuutje of drie onder voortdurend omscheppen bakken.
Draai het vuur laag en voeg de peterselie, de crème fraîche, de walnoten, de rozemarijn en pas op het laatst de roquefort toe. Geef een paar draaien aan de pepermolen en schep alles op laag vuur voorzichtig door elkaar. Draai het vuur uit.
Doe de beetgare pasta over in een vergiet en schudt het water er goed uit. Niet (!) afblussen onder de koude kraan, maar meteen terug in de pan doen en de saus er doorheen scheppen.
Verdeel de pasta over de borden en geef er wat brood bij om te soppen, en een licht gekoeld glaasje fruitig rood. Plus een lekker trosje druiven toe.

Schermafbeelding 2016-08-19 om 16.06.12

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ik overdrijf misschien, maar ik geloof dat er in de hele Provence geen gezin te vinden is waar géén eigen variant van de ‘soupe au pistou’ met enige regelmaat op het menu staat. Een heerlijke zomersoep die hier net zoveel varianten kent als zonuren, en dat zijn er nogal wat: tegen de 3000 op jaarbasis. Voor wie het na wil kijken: http://bit.ly/2b4RoBJ (even naar beneden scrollen voor het lijstje), maar daar hadden we het niet over. Het ging over soep. Lichte soep, geen dikke winterbrij waarbij je vanzelf visioenen krijgt van schaatsen en truien. Nee dus: vrolijk zomers en toch voedzaam genoeg om als hele maaltijd te kunnen volstaan. Een tikkie Italiaans, want pistou is verwant aan pesto. Maar in pesto gaan – behalve basilicum – ook pijnboompitjes en Parmezaanse kaas. In pistou draait het voornamelijk om knoflook, basilicum en olijfolie. En daar ‘bouw’ je dan die soep omheen als het ware. Probeer maar, moeilijk is het niet en je hoeft er ook niet te lang voor in de keuken te staan. Want buiten lonkt het terras.

Ingrediënten:
200 gram haricots verts
1 blikje witte bonen
1 blikje gepelde tomaten
1 kleine rode paprika
1 grote ui
1 prei
2 aardappels
1 courgette
3 tomaten
1 bosje basilicum
3 tenen knoflook
20 gram geraspte gruyère (of emmental)
20 gram geraspte parmesan
olijfolie
peper en zout

Bereiding:
Doe de witte en rode (of bruine) bonen in een vergiet en laat ze uitlekken.
Doe hetzelfde met de tomaten, en snij ze in stukken.
Snij de haricots verts in stukjes, verwijder de uiteinden.
Haal kop en kont van de paprika en haal de zaadlijsten eruit; snij hem klein.
Pel en snipper de ui.
Schil de aardappels en snij ze in blokjes.
Snij de courgette klein, evenals het wit van de prei.
Breng in een grote pan 1liter water met wat zout aan de kook, doe de ui, alle groenten (behalve de aardappelen de courgettes en de tomaten) met peper en zout naar smaak erbij en laat alles een ½ uur op laag vuur doorpruttelen. Voeg er zo’n 10 minuten voor het einde de aardappelblokjes aan toe, en vlak voor het einde van de kooktijd de courgette- en tomatenblokjes. Laat weer warm worden en roer de geraspte gruyère erdoor, draai het vuur uit.
Pel de knoflooktenen en snij ze in stukjes, verwijder de steeltjes en snij de basilicumbladeren grof. Wrijf de knoflook en basilicum tot pulp in een vijzel, of gebruik er de keukenmachine voor. Voeg scheutje voor scheutje olijfolie toe, tot er een gladde saus ontstaat; niet te dun laten worden.
Verdeel de soep over de borden en schenk in het midden van elk bord een plasje pistou-saus. Serveer de geraspte parmesan er los bij. Geef er geroosterd boerenbrood bij, en een glaasje koele rosé.

89002737_o

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ik weet het, ik weet het, in het noorden regent het en is het veel te koud voor de tijd van het jaar. Maar hier is het tropisch, en omdat jullie allemaal toch weer massaal deze kant opkomen nu de zomervakanties beginnen, leek het me geen gek idee om alvast een makkelijke maaltijdsalade in de aanbieding te gooien. Zelfs als je allerprimitiefst kampeert kun je je er nog geen buil aan vallen; een piepklein kookdingetje om wat pasta op te garen is genoeg.
Zelf ben ik niet zo van kamperen; moeilijke campingjeugd gehad, zullen we maar zeggen. Weggeregend, ziek geworden, afgezien, dat werk. Eén voorval bezorgt me trouwens nog steeds nachtmerries. En lachstuipen.
Stel je een propvolle, bloedhete Spaanse camping in het pre-glampingtijdperk voor. Een terrassencamping, geen plekje vlak, de benauwde familietent met kunst en vliegwerk vast gescheerlijnd op zo’n smalle terrasstrook. M’n zusje en ik (in de lagere schoolleeftijd) landerig op een wiebelig luchtbed. M’n op moeder op d’r hurken gebogen over een primus kooktoestelletje met daarop een 4-persoonspan waarin snelkook macaroni (met smac en tomatenketchup op te pimpen) gaar moest zien te worden. Dat duurde. En duurde. Te lang, volgens mijn vader die maar eens polshoogte kwam nemen. Hij struikelde over een dwars langs de ingang gespannen scheerlijn, werd de tent door gelanceerd, haakte onderweg de pan macaroni pootje, en verdween aan de andere kant onder het tentzeil door om op het lager gelegen terras bij de benedenburen naar binnen te zeilen. Intussen had mijn moeder de tegenwoordigheid van geest om de primus te grijpen en uit te draaien; god weet wat er gebeurt was als het ding pa achterna gestuiterd was…
Even later kwam hij – nogal verfomfaaid – de rubber tenthamer halen, binnensmonds grommend “’t waren nog Duitsers ook”. We hoorden hem verwoed op verplaatste haringen hameren terwijl m’n moeder de macaroni bij elkaar veegde. Nee, dan mag je niet lachen, niet hardop in elk geval.
Da’s niet gelukt. Die avond aten we een boterham met tevredenheid.

Ingrediënten:
300 gram korte pasta (penne, macaroni, farfalle)
150 gram feta
3 rijpe tomaten
handje kleine zwarte olijven uit Nice
½ komkommer
½ bosje bieslook
½ bosje basilicum
½ citroen
olijfolie
balsamicoazijn
zout, peper

Bereiding:
Kook de pasta ‘al dente’ (beetgaar) in water met een scheut olijfolie, giet af in een vergiet en schudt even om onder de koude kraan zodat de pasta niet verder gaart.
Snipper de bieslook, snij de basilicum in reepjes, maar hou een paar blaadjes achter voor de garnering.
Snij de feta in blokjes (gaat het beste als ie net uit de koelkast komt).
Haal de harde kern en de zaadlijsten uit de tomaten en snij het vruchtvlees in blokjes.
Schil de komkommer, snij hem overlangs in tweeën, rits met een theelepeltje de zaadjes eruit en snij ‘m in blokjes. Doe alle ingrediënten in een kom en meng ze door elkaar (vergeet de pasta en de olijven niet).
Maak een vinaigrette door in een kommetje 3 eetlepels olijfolie, het sap van de halve citroen, 2 eetlepels balsamicoazijn, plus een snuf zout en peper stevig door elkaar te kloppen tot een mollige saus.
Giet de saus vlak voor het opdienen over de pastasalade en geef er (stok)brood en een fris glas koele rosé bij.