Home


Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboek.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ingrediënten:
3 kilo kleine mosselen
1 grote ui
4 teentjes knoflook
1 bosje verse basilicum
1 bosje platte peterselie
3 grote tomaten, of 1 blikje gepelde tomaten in blokjes (400 gr)
1 volle eetlepel herbes de provence (gedroogd)
8 eetlepels olijfolie
1½ glas droge witte wijn
zout en versgemalen peper

Bereiding:
Was de mosselen, verwijder de harige uitsteeksels, en gooi alle exemplaren die kapot zijn of open staan, meteen weg. Doe de overige mosselen in een vergiet en laat ze uitlekken.
Hak de basilicum en de peterselie fijn. Doe ze, samen met vijf eetlepels olijfolie in een kom, voeg zout en peper toe en roer alles goed door elkaar. Proef en voeg eventueel wat meer zout en/of peper toe.
Pel en hak de ui fijn, pel de knoflook, en snij de tomaten in blokjes. Verhit drie eetlepels olie in een ruime pan en fruit de ui aan. Doe de mosselen erbij, plus een half glas witte wijn, en laat 5 min op hoog vuur koken met het deksel op de pan. Voeg de rest van de wijn toe en laat nog een paar minuten met dicht deksel doorkoken tot alle mosselen open zijn. Schep de mosselen uit het kookvocht in een vergiet en laat uitlekken. Knijp de tenen knoflook fijn boven het kookvocht en voeg de tomaten (of het blikje tomaat) toe, plus de herbes de provence, en de inhoud van de kom met verse kruidenmix. Breng alles weer aan de kook, doe de mosselen erbij en laat even doorpruttelen, af en toe goed omscheppen. Verdeel de mosselen -met de saus- over de borden. Meteen opdienen.
Heel lekker met de rozemarijnaardappeltjes en zelfgemaakte mayonaise van vorige week.

Ratten vind ik leuke, intelligente beestjes, en van de film Ratatouille heb ik genoten. Maar ik kan me voorstellen dat een paar miljoen van die knaagdieren een beetje veel van het goede is. Sinds de stakingen van de vuilnismannen afgelopen herfst wemelt het in Marseille namelijk van de ratten. Volgens Yves Levy, de commercieel directeur van ISS-Hygiène services dat in ongediertebestrijding doet, zijn het er op het ogenblik zo’n tien per inwoner van de tweede stad van Frankrijk. Marseille telt ongeveer 839.000 inwoners, dus dat maakt circa 8,3 miljoen ratten. En geen kleintjes, bij de Vieux-Port zijn er al exemplaren gesignaleerd ter grootte van een volwassen konijn. “Het kon ook niet uitblijven”, verzuchtte Levy in La Provence, “als je 12.000 ton vuilnis in de straten laat liggen rotten.” Maar ook de werkzaamheden aan de Prado Sud-tunnel doen een duit in het zakje; de ratten worden uit hun leefgebied verjaagd en verspreiden zich over de rest van de stad. “Ze dringen nu ook de huizen binnen in de wijken die er voorheen weinig last van hadden”, aldus Levy, “de vraag naar de diensten van ISS is met ruim 20% toegenomen de afgelopen maanden. Maar we kunnen deze plaag niet aan, te weinig mankracht.”
“Het is een ramp”, bevestigen de winkeliers bij van het Centre Bourse, waar de kruidenier metalen rolluiken heeft laten installeren om de ergste invasie te keren, de apotheker zomaar medicijnen zag verdwijnen en een reisbureautje alleen nog aangevreten brochures in de schappen heeft liggen. En op straat voeren duiven en ratten hele oorlogen om het vuilnis dat bijvoorbeeld in de wijk Noailles nog steeds in de goten drijft. “Vroeger strooide de gemeente rattengif, maar dat gebeurt niet meer.” “Nee”, smaalt een andere winkelier, “dat helpt ook niks, die ratten zijn veel te slim geworden; ze lopen er gewoon omheen. Klemmen zetten? De volgende dag is de kaas weg, meer niet!”
De gemeente wil de plaag nu met een groot tegenoffensief te lijf gaan en zoekt via een advertentiecampagne rattenvangers. Dat wil nog niet erg vlotten. De eerste fase van de grote schoonmaak staat daardoor pas gepland voor eind 2011. Tot die tijd hebben de ratten van Marseille een luizenleventje; de populatie breidt zich dan ook voorspoedig uit.

Lang geleden, toen ik nog in Nederland woonde, heb ik wel gezeild. In Friesland, op de Noordzee en op het IJsselmeer. Mee met een toenmalige zwager die in scheepsbenodigheden deed. Voor de kenners: een 16 meter lange stalen knikspant, tweemaster, zeer gedateerd modelletje. Maar ik bewaar de beste herinneringen aan die zeilavonturen. Met name de Friese wateren hadden (of wie weet: hebben) wel wat. De Friese watersporthavens trouwens ook, vooral Woudsend, waar we vaak aanlegden voor een uitstekende maaltijd in ’t Ponkje, gevestigd in de oude doopsgezinde kerk; het eethuisje bestaat nog steeds. Maar we dwalen af.
In mijn Franse gehucht woont ook een van mijn beste Nederlandse vrienden, en dat zijn er niet zoveel. Ik kan het ook niet helpen dat ik blijkbaar ‘verfranst’ ben. Ik zie meer Fransen dan Nederlanders en van die laatste categorie is dat meestal het vakantievolk; zoiets beklijft niet, voorzichtig gezegd.
Mijn Nederlandse vriend heeft een zeilboot in de jachthaven van Hyères liggen. We zijn een keertje naar Corsica gevaren. Hoog zomer, een fantastische belevenis. Met Friesland had ik definitief niks meer te maken.
Vandaag zaten we in het dorpscafé. Net weer open, want er is een nieuwe gérant. We kwamen te spreken over het gloednieuwe gigajacht ‘Seven Seas’ van Steven Spielberg: 86 meter lang, twee zwembaden, waarvan eentje met omhoog komende bodem zodat het bad verandert in een helikopterdek, een droge en een natte bioscoop (kun je tijdens het zwemmen een filmpje kijken), een eetzaal van 250 m2, en de allerlaatste technische snufjes. Er zijn 26 bemanningsleden nodig om het schip in de vaart te houden. En het werd à raison van 150 miljoen euro gebouwd in….. Alblasserdam. Ik ken die scheepswerf Oceanco nog van vroeger. Gaat goed, ze hebben net weer uitgebreid. Logisch, want de handel in dergelijke jachten is ‘big business & big bucks’. Dus heeft Oceanco intussen ook een ‘design & salesoffice’ in Monaco. Daar worden de rijkaards geworven voor de superjachten die in de Alblasserwaard voor langdurige werkgelegenheid zorgen, want er gaan heel wat arbeidsuren in dergelijke drijvende decadentie zitten.
De ‘Seven Seas’ is inmiddels onderweg naar hier en gaat op nog geen steenworp afstand in de Méditarranée voor de anker. En hoera, we mogen het huren! Voor één miljoen euro per week.
Mijn vriend besloot, nadat we nog een glaasje besteld hadden, dat we het over peperdure onzin hadden. En rekende me voor dat wij amper 350 euro kwijt waren geweest aan ons zeiltochtje van een hele week rond Corsica, inclusief eten en drinken in simpele maar prima eethuisjes in havenstadjes.
Hij heeft gelijk. ’t Is inderdaad tamelijk van god los dat je een miljoen in een beetje spelevaren steekt, terwijl je minstens zoveel plezier kunt hebben met een budget van van 350 euro all in. Dus nee, bedankt. We laten ons de wind niet uit de zeilen nemen door zo’n ‘Seven Seas’. Voor geen goud.

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboek.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Rozemarijnaardappeltjes

Ingrediënten:
4 grote of 8 kleine aardappels, in blokjes (niet te klein)
2 takjes verse rozemarijn
3 teentjes knoflook
4 eetlepels olijfolie
peper en zout

Bereiding:
Verwarm de oven voor op 220 °C. Verhit de olie in een ruime koekenpan en bak de blokjes in circa 5 minuten goudbruin. Doe de aardappels met de olie over in een vuurvaste schaal. Strip de takjes rozemarijn en kneus de naaldjes in een vijzel of met de deegroller; niet fijnhakken! Pel de teentjes knoflook en snij ze in snippers. Bestrooi de aardappelblokjes met de rozemarijn en de knoflook. Zet de schaal in de oven en laat de aardappels 20-25 minuten garen (of tot ze van buiten knapperig en van binnen zacht zijn). Bestrooi vlak voor het opdienen met peper en zout en schud goed om. Lekker met zelfgemaakte mayonaise.

Mayonaise

Ingrediënten:
2 eierdooiers
1 glaasje olijfolie
1 theelepel mosterd
1 eetlepel azijn (facultatief)
peper en zout

Bereiding :
Zorg dat alle ingrediënten op kamertemperatuur zijn. Breek en scheidt de eieren, doe de dooiers in een (niet te grote) kom, doe er de mosterd, wat zout en wat peper bij en roer even voorzichtig door elkaar. Laat een kwartiertje rusten.
Neem een stevige vork of garde en kluts alles stevig door elkaar, en voeg scheutje voor scheutje en in een dun straaltje de olie toe. Steeds doorkloppen -in dezelfde richting- tot de olie volledig is opgenomen vóórdat het volgende scheutje wordt toegevoegd. Na verloop van tijd ontstaat er een dikke mayonaise. Dik genoeg? Dan stoppen met olie toevoegen. Op het laatst kan er druppel voor druppel wat azijn bij worden gemengd, en eventueel wat extra peper en zout naar smaak. Wie het aandurft kan de mayonaise ook met de (staaf)mixer kloppen: op de sloomste stand beginnen en dan wat sneller zetten als de massa dikker wordt.
De mayonaise kan 1-2 dagen in de koelkast bewaard worden.

Ik ben streng gereformeerd opgevoed, ter hoogte van de Nederlandse Bible-belt. Als klein meisje elke zondag twee keer naar de kale kerk. Het was er altijd koud en van die preken over eeuwige schuld en boete werd ik niet warmer. Om het voorzichtig te zeggen.
Toen ik later naar Zuid-Frankrijk was geëmigreerd en min of meer van mijn geloof was gevallen, ging ik op mijn allereerste kerstavond toch naar de nachtmis. Uit platte nieuwsgierigheid, en het hele dorp ging erheen. Dus waarom niet? En we zouden daarna nog van de traditionele ‘Treize Desserts’ gaan genieten in het gemeentehuis.
Het dorpskerkje vond ik die nacht prachtig. Overal kaarsen, en het leek voor een protestantse die alleen een calvinistische ijskast als kerk kende, wel een museum met schitterende schilderijen en indrukwekkende beelden.
De pastoor begon zijn betoog met erop te wijzen dat we vaker moesten komen. Hij stelde vast dat hij op de reguliere zondagsmis -om half tien- voor een vrijwel lege kerk sprak. Waarom waren we er nu ineens wèl met z’n allen?
Aj! Ik was al bijna voor het zingen de kerk weer uit: het klonk toch nogal als -alweer- dat schuld- en boetegedoe.
Maar verschil was er ook. Zo’n priester die bijvoorbeeld een goed glas wijn achterover slaat terwijl wij als eventueel gelovige klanten niks te drinken krijgen, kom je in de gereformeerde kerk niet tegen. Daar staat wel weer bijna zonder uitzondering het kelkje schavuitenwater klaar als de ouderling op huisbezoek komt. Ik noem maar wat.
Met de kennis van nu was ik geloof ik toch liever frivool katholiek dan streng gereformeerd opgevoed. Al zie ik omscholing ook niet echt meer zitten. Stel je voor, dan zou ik nu zo’n beetje als enige parochiaan het dorpskerkje bevolken, want het gaat ronduit slecht met de katholieke kerk in Frankrijk.
Even afgezien van de parochiale leegloop, zijn er ook nog maar 19.640 monniken en nonnen over, van wie de helft ouder dan 75 jaar is en hun dagen in een klooster of verzorgingstehuis slijt. Personeelsgebrek voor de mis. Onze dorpspastoor (over wie ik ooit nog wel eens een heel verhaal zal schrijven) is ‘curé ambulant’: hij doet er als herder nog een paar dorpen bij, rondtuffend in zijn Renaultje Clio.
Dat er (te) veel mis gaat in de katholieke kerk is duidelijk. Nog even afgezien van de zedenschandalen waaronder de Kerk van Rome nu gebukt gaat. Het hele instituut is zó verstard dat gelovigen hun heil massaal elders zoeken.
In Avignon (Vaucluse) werd dezer dagen door trouwe kerkgangers gedemonstreerd tegen de bisschop, die blijkbaar extreem streng in de leer en autoritair is. Ze willen hem weg hebben: hij eruit, of zij eruit.
Pastoor Laurent Lenne in La Seyne-sur-Mer (Var) intussen, ziet zèlf geen dagelijks brood meer in het priesterschap en heeft zich dus maar kandidaat gesteld voor het Franse presidentschap. Je moet toch wat.
Maar er is nog hoop! Paus Benedictus is slimmer dan we denken. Want hij stuurt steeds vaker Afrikaanse priesters als missionaris naar Frankrijk. En zo kon het gebeuren dat het handjevol hoogbejaarden dat de kerk in het mini-gehucht Claviers in de Var voor totale leegstand behoedt, ineens toch weer een eigen pastoor kregen: de eerwaarde Santiago Obama (what’s in name?) uit Guinée. Een vrolijke zwarte man, die met schwung de mis schijnt te leiden en die zojuist zijn eerste CD heeft opgenomen (voor de slachtoffers van Haïti). Met kerst was de kerk afgeladen, en het lijkt ook bij de reguliere diensten steeds drukker te worden. Ik ga beslist een keertje kijken, een kerkdienst kan me niet frivool genoeg zijn. Obama zal het met zijn ontwikkelingshulp nog ver schoppen. Yes he can! Vast wel. Toch?

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboek.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Zo dicht tegen de grens met Italië aan, neem je al snel wat smakelijks over. En zolang het rotweer is, mag dat best iets lekker pittigs zijn. Zwakke magen kunnen de peper er gewoon uitlaten.

Ingrediënten:
500 gram penne (liefst van harde granen)
4 grote tomaten (of 1 blikje gepelde tomaten, 400 gr)
1 bosje verse basilicum (of 1 eetlepel pesto)
handje zwarte olijven (liefst ontpit)
3 verse Spaanse pepertjes (of 1 theelepel sambal)
4 eetlepels tomatenpuree
1 ui
2 tenen knoflook
olijfolie
eventueel zout
eventueel geraspte Parmezaanse kaas

Bereiding:
Begin met de saus. Pel en snipper de ui, pel de knoflook. Haal de harde kern uit de tomaten en snij ze in blokjes. Pluk de blaadjes van de basilicumtakjes en snij ze fijn. Ontpit de olijven en snij ze in tweeën. Snij de Spaanse pepertjes in de lengte doormidden, haal de pitjes eruit en snij ze ragfijn. Let op: handen daarna goed wassen! In plaats van verse tomaten kan bliktomaat worden gebruikt, in plaats van basilicum, pesto en in plaats van Spaanse peper, sambal.
Verhit een scheut olijfolie in een stevige pan (braadpan of grote koekenpan) en fruit er de ui in aan. Doe de tenen knoflook (uit de knijper) er op het laatst bij er roerbak even mee. Doe alle overige ingrediënten -behalve de olijven en de tomatenpuree- erbij en laat een minuutje of 10-15 sudderen met een deksel op de pan. Roer er op het laatst de olijven en de tomatenpuree doorheen en maak eventueel af met wat zout.
Kook de penne beetgaar (de pasta moet van binnen nog een beetje hard zijn) in ruim water met een flinke scheut olijfolie. Gooi in een vergiet, (niet afspoelen met koud water!) schudt even goed los en doe terug in de pan, voeg nog een scheut olijfolie toe en schudt goed om.
Doe de saus bij de pasta, roer alles nog even goed door, en schep op. Serveer zo heet mogelijk, bestrooi eventueel met Parmezaanse kaas.

Ik heb een uitgesproken hekel aan het bijna feodale begrip ‘werkster’ en ‘hulp in de huishouding’ klinkt wel iets socialer, maar ik zie Mme Mahmoud toch meer als een vriendin dan als iemand die in ruil voor een bescheiden bedrag vuil en zwaar werk van me overneemt. Ik woon niet groot, wat dat betreft zou ik de huishouding in principe best zelf kunnen doen. Maar ik heb nogal wat huisdieren die zich van God noch gebod iets aantrekken en die ook niet bereid zijn hun poten te vegen voor ze het huis binnenstormen nadat ze aan de wandel of op rooftocht zijn geweest. En ik ben dus al sinds mijn jeugd een reuma-klantje, niet alle gewrichten doen het nog optimaal. Valt best mee te leven hoor, en ik ben ervan overtuigd dat ik ook in dit opzicht gebaat ben bij het subtropisch klimaat van Zuid-Frankrijk.
Hoe het ook zij: ofschoon ik qua opleiding ook nog een jaartje huishoudschool heb gedaan, komt dus elke woensdag Mme Mahmoud op visite om de boel grondig schoon te maken. Alleen als ze verhinderd is, krijg ik mijn man zover dat hij naar de stofzuiger op zoek gaat. De afspraak is dat hij tenminste zijn eigen kantoortje schoonhoudt, maar daar komt dus niets van terecht. Zodra hij een keertje op een woensdag weg is, slaat Mme Mahmoud toe. Is officieel verboden, want hij is als de dood voor schoonmakers die onhandig met zijn spullen omgaan. Alsof een geheel verstofte pc het wél blijft doen. Ik word weleens jaloers als ik lees over minder antieke echtgenoten die zelfs strijken probleemloos tot hun verantwoordelijkheden rekenen. Mijn man heeft mijn wasmachine nog nooit van dichtbij willen zien. Zijn argument: zijn moeder heeft nooit zo’n apparaat nodig gehad. Generatiekloof in de huiselijke kring, maar dat is weer een ander verhaal.
Gisteren was Mme Mahmoud voor het eerst slecht gehumeurd. En het werd er bepaald niet beter op toen ik vroeg naar haar familie in Tunesië. Ik ken haar als bescheiden en bijna overdreven beleefd en ze vertelde soms wel iets over haar familie in dat land en hoe ze destijds in ons dorp is terecht gekomen.
Via de media wist ik natuurlijk dat het in haar vaderland gruwelijk fout gaat. Overigens: in Algerije loopt het ook uit de hand. Ik liet bij de koffie het woord Tunesië vallen, noemde president Ben Ali en vertelde wat ik op de tv had gezien. Uitzichtloze werkloosheid, zelfs voor mensen met een academische bul, corruptie en een dictatoriaal regime. Ik zei tegen Mme Mahmoud dat ik vreesde dat het met het toerisme, misschien wel de belangrijkste bron van inkomsten voor Tunesië, gedaan is. Zonzoekers houden immers niet zo van een burgeroorlog achter hun hotel.
Mme Mahmoud barstte niet in tranen uit, maar veranderde in een furie. Ze was ineens de Kenau Simons Hasselaar van ons gehucht.
Ze legde me uit hoe Tunesië onder het bewind van Ben Ali naar de Filistijnen wordt geholpen. Hoe de staatskas wordt geplunderd, vooral door Leila Trabelsi, de (tweede) vrouw van de president en haar familie. Ze vertelde dat Ben Ali aan zijn vijfde ambtstermijn bezig is en eigenlijk president voor het leven is. Hoe Ben Ali de door haar gerespecteerde eerste president van haar land, Habib Bourguiba, tot aftreden dwong, formeel om medische redenen. Ben Ali was toen nog maar vijf weken premier. Staatsgreep zonder militair bloedvergieten.
We keken in de krant. We lazen dat Tunesische illegalen, opgesloten in het cachot in Nice, er rondlopen met anti- Ben Ali T-shirts. Dat de Niçoise politie het Tunesisch consulaat in Nice bewaakt. Ook Tunesiërs in Frankrijk zijn kennelijk woedend.
Mme Mahmoud praatte me verder bij. Over mijn eigen dorp. Hoe zij en haar kinderen nota bene bij mij om de hoek gediscrimineerd worden, of misschien wel geterroriseerd. Hoe haar zoon ten onrechte als verdachte werd aangemerkt van een diefstal, hoe onze burgemeester (niet van het Front National van Le Pen) haar uitschold voor ‘sale arabe’ (smerige Arabier) omdat ze moeder is van een zoon die heel even- en dus helemaal misplaatst- in verband werd gebracht met criminele activiteiten. Dat is dezelfde burgemeester die ‘mijn’ Mme Mahmoud er kennelijk toe gedwongen heeft de ramen van zijn ‘mairie’ te lappen toen het sneeuwde en drie graden vroor. Mme Mahmoud is ook de ‘werkster’ van het gemeentehuis waar blijkbaar nog feodaal gedacht wordt. Maar Mme Mahmoud klaagt niet, ze wérkt. Hard. Met uitkeringen wil ze niets te maken hebben, een kwestie van trots; ze komt uit een goede familie.
‘Merde’, vloekte ik binnensmonds; Mme Mahmoud houdt niet van vloeken.
En ik realiseerde me dat in het dorp dat ik dacht te kennen, er toch nog heel veel onder de oppervlakte leeft. Ik kom regelmatig in de kroeg, na een kwart eeuw ken ik er zo’n beetje iedereen. Maar dat zijn de vaste klanten, vrijwel zonder uitzondering blank. De meeste bewoners van de HLM, het geringe armoewijkje onderaan het dorp dat voor ‘sociale woningbouw’ doorgaat en waar Mme Mahmoud woont, komen er bijvoorbeeld niet. Ja, de Marokkaan Bouchemar, maar die heeft een vaste baan en dus geld genoeg voor zijn Ricard. En dan niet één, maar wel acht, althans in het weekeinde. Ik heb nog wel een aantal HLM-kennissen, maar de discriminatie in het dorp kwam nog nooit ter sprake. Was ik zo naïef of waren zij zo beleefd? Allebei, denk ik na mijn gesprekken met Mme Mahmoud.
Noem het klein verzet, maar in elk geval geef ik die burgemeester geen hand meer als ik hem weer eens in de kroeg tegenkom. En ik hoef van hem ook geen drankje meer.
“Dat je dat niet wist”, zei mijn oude buurman Maurice vanmiddag. “Dat die man xenofoob en hartstikke fout is”.
“Maar dan zou ie mij toch ook moeten discrimineren? Ik ben toch ook buitenlander?”
“En blank, en je hoeft geen uitkering.” Hoofdschuddend slofte hij zijn ‘mas provençal’ binnen die al drie generaties in de familie is. “Pás drie generaties”, had hij me ooit verbeterd, “door het dorp hier worden we nog steeds niet als ‘de notre’ (één van ons) gezien.” Ook dat is de Provence.