Home

Rabarber

juni 27, 2011

Gisteren voor de tweede keer in mijn hele volwassen leven rabarber gegeten.
Nou en?
Nou kijk…
Picture this: Rotterdam halverwege de vorige eeuw. Een amper middenklas-gezinnetje sappelt de naoorlogse jaren door. Aardige nicht met gefortuneerde amant biedt aan om de twee oudste van de drie bleekneusjes uit het gezin een weekje mee te nemen naar Renesse, kampeervakantie. Wow! Nog nooit gekampeerd en ook nog eens per klassieke automobiel vervoerd worden: pure luxe!
Het enthousiasme temperde al enigszins toen bleek dat dat vervoer plaatsvond per ‘dickie seat’, zeg maar een opengeklapte kofferbak met rugleuninkje (zie foto). Reuze avontuurlijk natuurlijk -je belandt nu in het gevang als je kinderen zo vervoert, maar toen volstond de mededeling ‘niet over de zijkant hangen’. Het regende nog vóór we de straat uit waren. Hard. En bij aankomst moest de zeiknatte authentieke canvas legertent, die onder onze voetjes had gelegen, ook nog eens worden opgezet. De inrichting diende rekening te houden met de privacy van een volwassen stel, en twee snotneusjes die op de camping als excuus dienden voor een -naar later bleek- niet geheel legale relatie. Er was geen voor- of achtertent; de demarcatielijn bestond uit kleddernat geregende badlakens. Het opblazen van de luchtbedjes ging mondmatig (pompje vergeten) en ik mocht, als meest gemankeerd bleekneusje, op een heuse stretcher slapen, tot jalousie van mijn oudere zusje. De stemming zat er dus al meteen goed in.
Het heeft die hele week geregend. Zeg maar gerust, gehoosd.
‘s Ochtends hadden mijn zusje en ik corvee; we mochten om beurten de plastic po die mijn moeder ons (we waren respectievelijk 4 en 7 jaar) ter voorkoming van nachtelijke expedities naar het toiletgebouw op de camping had meegegeven, maar die elke nacht tot aan de rand toe werd vol gepiest door de bierminnende amant, gaan legen in de latrine van voornoemd toiletgebouw. Dat klotste. Op de terugweg was je blij met de regen die je op de heenweg urinedoorweekt geraakte bloesje weer een beetje schoon spoelde.
’s Avonds werd er -soms- gekookt op de primus, een eenpits kooktoestelletje van voor het Campingaz-tijdperk. Papmacaroni, herinner ik me. En op een avond rabarber. Die moest lang pruttelen. We zaten klam en timide te wachten. De amant was al diverse keren ingehouden uitgevallen: hij was die excuusnichtjes allang zat. Er werd een beetje bekgevochten, de regen kletterde op het tentdoek, we keken naar die pruttelende pan op de primus. Alleen ik, keek op zeker moment naar de amant die al sputterend uitgebreid in zijn neus zat te ploegen. Ik zag hoe hij de riante oogst tussen duim en wijsvinger tot een imposante bal oprolde. En hoe hij die met een perfecte piekbeweging in de rabarberprut deed belanden.
Ik heb niet gegeten die avond. Sterker nog, een paar uur later stond de campingbeheerder met iemand met EHBO-diploma voor de tent om me met een noodvaart af te leveren bij de laatste veerboot richting Rotterdam. Aan de andere kant stond geen ambulance; er was zelfs niemand om me op te pikken. Ik werd -in halfcoma- op de trein gezet. Jawel, ik ben thuis gekomen, mijn moeder haalde me van de trein en we gingen zelfs met de (peperdure!) taxi het laatste stuk naar huis. Waarvan ik trouwens niks meer weet. Ik bleek door alle nattigheid en het tochtige slapen op die stretcher acute jeugdreuma opgedaan te hebben; tijdje comatueuzig, kantje boordtig, hoge koortsen, half jaartje wekelijks wisselende injecties aspirine/peniciline in je kont, tot die zo beurs was dat zelfs zweven pijn zou hebben gedaan.
Maar goed. Rabarber was voor mij voorgoed voorbij. Die pulk, die middenin die prut belandde, dat werd letterlijk de samengebalde aversie tegen alles wat ik toen heb beleefd en nooit meer wens mee te maken.
En toen mocht ik een maand of wat geleden eten bij La Celle van Alain Ducasse. Een tafelgenoot bestelde als toetje een taartje waarin rabarber de hoofdrol vervulde. ‘Getver’, riep ik spontaan. ‘Proeven!’ verordonneerde hij. Ik nam -al bijna gruwend- een hapje. Heerlijk!
Dus toen we gisteren, zoals het hoort in de Provence, de zondagmiddaglunch ‘deden’ in een resto in de buurt, heb ik helemaal zelfstandig het frambozenijs-met-aardbeien-en-rabarbercoulis besteld. Heerlijk!
Weer een jeugdtrauma weggewerkt. Nou ja, weggegeten.

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboek.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Er komt een hittegolf(je) aan, dus niet te zwaar tafelen. Maar wel lekker, en frissig. Taboulé is bovendien oergezond en je wordt er niet dik van.

Ingrediënten:
6 eetlepels bulgur (graanproduct, Turkse winkel)
1 bosje platte peterselie (fijngehakt)
1 bosje mint (alleen de blaadjes, fijngehakt)
4 bosuitjes of een kleine ui (gesnipperd)
½ komkommer (geschild, ontpit, in mini-dobbelsteentjes)
4 tomaten (zonder zaadlijsten, in mini-dobbelsteentjes)
sap van 1limoen (of kleine citroen)
4 eetlepels olijfolie
2 teentjes knoflook (uit de knijper)
zout, versgemalen peper

Bereiding:
Breng de bulgur met wat water (de bulgur moet nét onder staan) aan de kook en draai het vuur meteen uit. Laat een kwartiertje staan, zodat al het vocht geabsorbeerd wordt. Indien niet: nog heel even op hoog vuur doorwarmen en meteen het vuur weer uitzetten. Laten afkoelen in de pan, daarna overdoen in een kom. Roer komkommer, tomaat, bosui, mint en peterselie door de bulgur. Klop in een andere kom de olijfolie, het citroensap, de geperste knoflook, plus peper en zout tot een homogene saus. Meng de saus door het bulgurmengsel. Laat een half uurtje op een koele plaats staan, zodat de smaken goed kunnen intrekken. Ideaal bijgerecht voor bij de barbecue, of als vegetarisch lunchhapje.

Tweede van links Lukas, helemaal rechts Jorinda.

Tja, en dan heb je ineens twee van enthousiasme en ambitie overlopende leerling-journalisten over de vloer. Zij 19, hij 20, zij met een spervuur van vragen, hij meer van het beschouwende type. In opdracht van Radio Rijnmond maken ze een portrettenreeks van Rijnmonders in Frankrijk. En ze krijgen er studiepunten voor van hun school voor de journalistiek in Ede. Leuk, dacht ik toen ze me via m’n weblog benaderden met de vraag of ik ze aan namen kon helpen. Tuurlijk! Tot ik begreep dat ik er zelf ook aan zou moeten geloven; geboren en getogen in Rotterdam, regelmatig Twittercontact met Chantal Quak van het onnavolgbare en vaak hilarische radioprogramma ‘Dwars door Rijnmond’…. dan zeg je geen nee. Had ik wat te melden dan? Mwah, blijkbaar vonden ze dat 25 jaar Zuid-Frankrijk (met een tussendoortje van 5 jaar Portugal) en een mal kookboekje genoeg gesprekstof zou moeten opleveren. Dat klopte. Om klokslag 11.00 uur meldden ze zich mobiel, om opgepikt te worden bij het lokale tankstation want ons huis is zelfs met de meest eigengereide Tomtom niet te vinden. We babbelden wat op het terras. Het bandopnameapparaat ging aan, we babbelden verder. We ‘deden’ keukengeluiden in de keuken, we wandelden door de tuin met authentiek bijengezoem rond de lavendelstruiken en voor we het wisten hadden we wel erg veel materiaal voor amper vier minuten uitzending.
Ik de keuken in, zij het zwembad. En daarna werd het heel gezellig, tot een uurtje of drie, want een Provençaalse lunch heb je nu eenmaal niet zomaar achter de kiezen. Toen ik ze uiteindelijk na de knoflooksoep, de salade niçoise, de pasta à la carbonara, de lokale kaasplank en de espresso met friandises uitzwaaide naar hun volgende afspraak enkele honderden kilometers verderop, was ik dan ook wel een beetje bezorgd. Bon, ze hadden het niet op een zuipen gezet (was in mijn debuutperiode wel anders…) en het keurig bij een enkel glaasje wijn gehouden. Maar zij moest het hele stuk in haar eentje rijden, want hij had nog geen rijbewijs en was ook vast van plan om in de auto ‘bij te slapen’. Bovendien waren ze al 12 (!) dagen kriskras door Frankrijk op pad in de van haar moeder geleende -en al behoorlijk gemaltraiteerde- Fiat Seicento. Maar via hun weblog zag ik dat ze het gered hadden. Mooi zo.
Ik vind het geweldig dat jong talent de ambitie heeft en de moeite neemt om op pad te gaan, op een budget dat ze veroordeelt tot een verblijf op een slaapzaaltje in een jeugdherberg. Nee, niks mis mee, maar hoeveel leeftijdgenoten trekken er niet de neus voor op? Pakken liever die uitkering, en blijven lekker hangen in hun ‘comfortzone’? Las ik laatst in NRC/Handelsblad, een of ander onderzoek. Oké, ze krijgen er studiepunten voor, dus dat telt mee bij het eindexamen ofzo vermoed ik. Maar ze dóen het toch maar. Dat vind ik leuk. Ik zal ze dus blijven volgen. Wie dat ook wil, kijk op http://www.squatremedia.nl/ want het viertal heeft zich een professionele website aangemeten. Jorinda en Lukas (hier op bezoek), Melissa en Steef: bonne chance! S’acò’s pas vuei, sara deman! (lukt het niet vandaag, dan morgen) Jullie dagelijks brood komt beslist wel op de plank!

Vandaag is het 25 jaar geleden dat Frankrijks meest geliefde komiek Coluche het leven liet. Een motorongeluk. Hij had met twee vrienden geluncht aan het strand van Cannes. Ze tuften op de motor richting Châteauneuf-de-Grasse, nog geen 20 km verderop, waar Coluche logeerde om zich op een nieuwe show in het najaar voor te bereiden. Ter hoogte van Opio ging het mis; Coluche haalde een van z’n vrienden in en keek even om, zei iets in het voorbijgaan. Toen hij weer vooruit keek was daar die truck van 38 ton. Hij kon hem niet meer ontwijken, probeerde het niet eens. Hij legde zijn Honda 1100 cc plat in een poging om dan maar onder die vrachtwagen door te schuiven. Dat was hem bijna gelukt; zijn motor kwam onbeschadigd in de berm tot stilstand, Coluche klapte met z’n kop tegen de rechterkoplamp. Hij stierf ter plaatse aan hersenletsel. Hij droeg geen helm. Heel Frankrijk rouwde.
Dat was in 1986. Net een jaar eerder had Coluche (eigenlijk Michel Gérard Joseph Colluci, 1944 Parijs) ‘Les Restos du Coeur’ opgericht. Een liefdadigheidorganisatie die voedsel, geld en kleding inzamelt voor de armsten in de maatschappij. Hij gaf de aftrap voor die organisatie, die nog steeds bestaat, met een voor zijn doen ingetogen speech op de radiozender Europe 1, beginnend met de inmiddels beroemde woorden (analoog aan Martin Luther Kings’ ‘I had a dream’) “J’ai une petite idée comme ça”. Dat kleine ideetje groeide uit tot een nationaal netwerk waaraan inmiddels meer dan 40.000 vrijwilligers meewerken en waaraan duizenden kleine en grote sponsors bijdragen leveren. Intussen zijn er ook Restos du Coeur in Duitsland en België.
Waarom Coluche zo’n hulporganisatie op poten wilde zetten laat zich makkelijk raden. Hij werd kort na de bevrijding van Parijs in 1944 geboren, armoe troef. Zijn vader stierf drie jaar later aan polio waardoor zijn moeder er met een baantje als bloemiste en twee kleine kinderen alleen voor stond, geen vetpot. School was voor Coluche geen succes, en na tal van mislukte baantjes ging hij uit arrenmoede maar het leger in. Ook geen succes; hij belandt al snel in de cel wegens insubordinatie. De lange neus naar overheden zat er al vroeg in.
Maar je moet toch wat, als je brood op de plank wilt. Liedjes zingen in café’s dan maar. Lastig, als je een stem als een schorre kraai hebt en meer uitgelachen dan gewaardeerd wordt. En toen ging het lampje aan: willen ze lachen? Dan zullen ze lachen! Een komiek was geboren. Met succes. En al werd dat de jaren daarna regelmatig overschaduwd door de gretigheid waarmee hij het glaasje omarmde, Coluche werd een publiekslieveling. Zozeer zelfs dat, toen hij zich kandidaat stelde voor de presidentverkiezingen in 1981 -het daarbij opnemend tegen François Mitterand- uit de peilingen bleek dat het merendeel van de Franse bevolking op hem zou stemmen. Coluche wist niet hoe gauw hij zich terug moest trekken. Grapje!
Zijn tegendraadse en on-Franse gevoel voor humor brachten hem ook daarna nog vaak in conflict met de overheden die hij in zijn one-man-shows en in de films waarin hij speelde, graag op de hak nam. Daarom doen er nog steeds hardnekkige geruchten de ronde dat Coluche geen motorongeluk had, maar werd vermoord. Zou het? Amper een jaar eerder vestigde hij het wereldsnelheidsrecord 750 cc met maar liefst 252.087 km/uur. Hij hield wel van een uitdaging blijkbaar, maar om nou te zeggen dat hij een bedreiging voor de staatsveiligheid vormde…
Maar lieveling van de natie was hij zeker. En voor de honderden motorrijders die elk jaar een herdenkingsrit rijden langs het nog steeds geïmproviseerde monumentje op de rotonde in Opio waar het allemaal gebeurde, is hij een held. Alleen zitten ze er -letterlijk- een beetje naast, met die herdenking. Want toen het ongeluk gebeurde wàs die rotonde er nog helemaal niet. De weg was recht, en gevaarlijk tweebaans, dus ter verhoging van de verkeersveiligheid werden nadien de bomen langs de berm gekapt, er kwam een trottoir en er werden twee rotondes aangelegd. In de buurt van die ene, op die toen nog kaarsrechte D3, moet het die 19e juni om 16.55 uur, ter hoogte van de Garage Delpy gebeurd zijn. Maar goed, binnenkort wordt die rotonde officieel tot ‘rond-point Coluche’ gedoopt. Een klein beetje geschiedvervalsing, maar een terecht eerbetoon aan de leukste chouchou van Frankrijk.

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboek.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ingrediënten:
8 verse druivenbladeren (indien niet verkrijgbaar: 16 grote spinaziebladeren)
klosje keukentouw
4 kersverse, zachte geitenkaasjes
tijm, of rozemarijn, of oregano (eventueel gedroogd)
handje fijngehakte walnoten
versgemalen witte peper
frambozenazijn
vloeibare honing
1 eetlepel olijfolie

Bereiding:
Was de druivenbladeren en sla ze droog in de slacentrifuge. Leg vier bladeren op een werkblad, leg in het midden van elk blad een geitenkaasje. Bestrooi elk kaasje met wat vers gemalen peper, en met één van de kruiden (tijm, rozemarijn, of oregano). Druppel er voorzichtig wat frambozenazijn over, en een klein scheutje vloeibare honing. Strooi er wat fijngehakte walnoot over. Drapeer de overige bladeren over de kaasjes en vouw alles tot een pakketje. Bind ze vast met een stukje keukentouw. Verwarm de olijfolie in een koekenpan (niet te heet laten worden) en wentel de pakketjes er even door; ongeveer een halve minuut aan beide kanten. Knip de touwtjes door en serveer warm (met de bladeren erbij, maar die kunt u niet eten). Kiest u voor de spinaziebladeren, volg dan dezelfde bereidingswijze, maar gebruik 4 bladeren per kaasje (twee onder, twee boven) en verwarm de kaasjes iets korter; ze mogen niet uit de ‘verpakking’ lopen maar moeten goed doorgewarmd zijn. De spinaziebladeren kunnen wel meegegeten worden.

Geheimtip in Salernes

juni 15, 2011

Was vanmiddag even in Salernes. Om te kijken hoe de expositie van Ramon Otting bij de Foundation Herman Krikhaar erbij hing. Mooi! En niet alleen vanwege de schitterende entourage in van licht doordrenkte zalen met panoramisch uitzicht op de Montagne de Espiguières in de verte. Die Otting kan er wat van. Enorme drieluiken met van het doek dansende zomerbloemen, de in bruisende penseelstreken gevangen Gorges du Verdon. Ik viel nogal op een beetje achteraf opgehangen raak getypeerd portret van een gele Citroën Méhari; ik had er zelf ooit een, dus dat zal wel meegespeeld hebben. Maar een bezoek aan die tentoonstelling kan ik iedereen aanraden. Ik schreef er al eerder over: kijk hier maar. Tja, en als het even later lunchtijd is, wil je ook een hapje eten. Helena, de weduwe van Herman Krikhaar die nu in haar eentje de Foundation voortzet, wist wel een adresje. Hush hush, heel bijzonder en een echte geheimtip. We zijn al jaren bevriend, en ik weet dat ze tal van bijzondere adresjes weet, maar dit was toch een volkomen onverwachte voltreffer. En je móet het weten, want je rijdt er zo langs: het bordje waarop L’Endroit wordt aangekondigd staat pal voor het minuscule weggetje dat er naartoe leidt. Je bent er al voorbij voor je het in de smiezen hebt. Vanaf de D560 Salernes-Flayosc, vlak voor de tegelhandel Truchaud (Salernes is beroemd om z’n aardewerk) volg je een onverharde weg, een echte ‘piste’ vol hobbels en kuilen, naar iets dat op een autosloperij lijkt en daarna verder, tot wat ooit een steenfabriekje was. Verbouwd, herverbouwd en opgeknapt tot wat lijkt op een ‘routier’ maar dan met een aangename ‘salle’, met lommerrijk terras, en met fraai uitzicht op oneindig ruisend groen lover. Een kleine oase, echt helemaal weg van de snelweg die er (onhoorbaar) niet zover vandaan langs voert. De familie Prélat, die er de scepter zwaait, weet nog wat gastvrijheid inhoudt en voegt er een flinke portie verwennerij aantoe. De kaart is eenvoudig, maar wat er op staat wordt volledig waargemaakt. In de tarte legumes komt het hele palet van zomergroenten samen. En van de voorbeeldige steak tartare zou zelfs een verstokte vegetariër gaan watertanden. Het beste bewijs van kwaliteit leveren de autochtone Salernois en de routiers die er aanleggen: ook de prijs/kwaliteitverhouding is dik in orde.
Daarom vind ik het eigenlijk jammer dat L’Endroit de laatste tijd een beetje aan de weg timmert. Met jazz-avonden, met reggae-optredens, om ook een hipper publiek te trekken. Ik voel niet veel voor drukbezochte avonden waarop er jeugd aan de toog hangt en het bier ineens in plastic bekertjes geschonken wordt. Maar ja, het is crisis en ook hier moet men het hoofd boven water zien te houden. Dat is precies de reden dat ik -aarzelend- deze geheimtip toch maar prijs geef. Want al heb ik er ’s avonds niks te zoeken, voor een voortreffelijke lunch leg ik graag aan.
Soms denk ik: er moeten toch veel meer van die voortreffelijke min of meer ‘geheime’ adresjes zijn. Dus weet u er eentje, vertel!
L’ Endroit
Chemin Pelcourt
83690 Salernes
Tel. (00330(0)4 94 85 75 82
http://lendroit-salernes.com


Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboek.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Eigenlijk hoort er rauw ei in carbonara, en eigenlijk hoor je alles in de pan te mengen. Maar regeltjes zijn er om vanaf te wijken, dus doen we het lekker anders. In plaats van tagliatelle kan ook elke andere pastasoort gebruikt worden.

Ingrediënten:
1 pond (verse) groene tagliatelle
1 ons dunne plakjes parmaham
1 verpakking boursin (knoflook en kruiden) o.i.d.
1 bosje krulpeterselie
1 grote teen knoflook (of 2 kleine)
scheutje witte wijn
olijfolie
zwarte peper uit de molen
geraspte parmesan

Bereiding:
Kook de tagliatelle in ruim water met een flinke scheut olijfolie beetgaar.
Pel intussen de knoflook, snij de parmaham in kleine stukjes, snij het peterselieblad fijn (geen stelen meesnijden). Verwarm een scheut olijfolie in een koekenpan en bak de parmaham er even zachtjes in uit. Voeg de peterselie en de knoflook toe, plus een scheut witte wijn, en laat zacht worden. Doe de boursin erbij en laat smelten; niet laten koken! Draai het vuur uit en meng er flink wat zwarte peper doorheen. Giet de pasta af in een vergiet (niet naspoelen met koud water!) en verdeel over vier voorverwarmde borden (dat kan met heet water, of door ze even in een warme oven te zetten). Verdeel de saus over de pasta. Geef de parmesan er los bij. Serveer meteen; de borden moeten nog goed warm zijn. Lekker met een frisse salade erbij.