Moeder verhuist mee

Zeven jaar geleden nam ik afscheid van mijn azijnmoeder. Nee, geen verzuurd zeurmens met wie ik niet uit de voeten kon (mijn moeder was een schat, met gebruiksaanwijzing, dat wel), maar een mère de vinaigre. Een gelei-achtige zwam gevormd door een kolonie azijnzuurbacteriën, die de mooiste wijnazijn produceerde die ik ooit geproefd heb. Het begin -zeg maar tienermoedertje- kreeg ik eens cadeau van een dierbare vriendin, de echtgenote van een reus van een Franse Bask, een minivrouwtje van Spaanse origine met als lijfspreuk ‘méfiez vous des petites’. Wat ze daarmee bedoelde heb ik meer dan eens meebeleefd. Bijvoorbeeld die keer dat ze haar Bask vanuit de kroeg aan een oor naar huis sleurde (hij bukte meegaand) omdat ze hem van overspel verdacht. Of die keer dat ze de lokale champêtre een zwiep gaf met haar lege paddenstoelenmandje omdat hij in zijn vrije tijd stiekem haar ‘geheime’ trompettes-de-la-mort-vindplekje in het bos had geplunderd. Ik geloof dat hij de volgende dag de helft van de oogst heeft teruggegeven, het kwam evengoed nooit meer goed.
Maar ik herinner me die mini-furie ook als het wereldvreemde elfje dat op 14 juillet een touw de eeuwenoude plataan van het caféterras in slingerde, er een schommel van maakte, en daar de rest van de dag gelukzalig glimlachend op doorbracht; glas rosé in de ene, huisgemaakte joint in de andere hand. Marise was -en is ongetwijfeld nog steeds- puur naturel. Vandaar ook die azijnmoeder, want goeie azijn koop je niet in de winkel (chemische troep), die maak je zelf. En zo’n mère de vinaigre is de moederkoek waaruit alle azijn voortkomt.
Hoe je aan een mère de vinaigre komt? Simpel: je ‘vergeet’ een restje wijn in een onafgesloten fles of glas, en met een week of wat ontstaat er een rare schimmelachtige laag op de vloeistof. Niet wegflikkeren! Moeder meldt zich. Het vervolg is minder eenvoudig; je moet die cultuur verder opkweken, het liefst in een echte vinaigrier of een aardewerken pot waarin la mère kan ademen (dus voldoende zuurstof krijgt), en je moet haar voeden met restjes wijn (hoe beter van kwaliteit, des te beter de azijn) zodat ze verder kan uitdijen tot een gezapig moeke dat kloekt over steeds beter wordende mildzure azijn. Marise was er een meester in. Haar azijnmoeder was zó welgedaan, dat ze vrienden er graag van liet meegenieten. Gewoon, door je opeens te verrassen met een stukje ervan; dat kan, je kunt van een forse azijnmoeder stukjes afsnijden om opnieuw op te kweken. Dus kreeg ik een tiental jaren geleden ineens een gehalveerde plastic waterfles in handen gedrukt met een laagje drab waarop een dikke laag glibber dobberde. Als bedankje voor de Indische rijstmaaltijd van de vorige avond. Eenmaal veilig overgeheveld in een riante mandfles, groeide het kindmoedertje uit tot een formidabele oermoeder van vele liters voortreffelijke azijn.
En toen moest ik verhuizen. Azijnmoeders houden niet van verhuizen; aan teveel geschok en geschud gaan ze dood. Ik liet mijn mère met weemoed achter bij een goede vriend. In de jaren daarop verhuisde ik nog vele keren.
Onlangs kwam ik terug in mijn oude dorp, zag mijn oude vrienden en constateerde dat niets meer hetzelfde was. Het dorp had een stoplicht gekregen, er lag meer asfalt dan de afmetingen van ‘le village’ verantwoordden, er wees een bordje ‘centre ville’ naar de oude dorpskern. De vriend vertelde me dat Marise na de dood van haar Bask was teruggegaan naar Spanje. We trokken nog maar eens een goede fles open ‘for old times sake’. Dat rechtvaardigde een hapje eten. “Ah”, riep de vriend, “heb nog wat voor je, bijna vergeten”. Uit de kofferbak van zijn in de hitte zinderende auto haalde hij een plastic bakje. Met een dikke laag glibber op een restje drab. “Stukje van jouw mère de vinaigre van toen”, zei hij enthousiast.
“Maar dit is op sterven na dood!”
“Haal ik toch gewoon een nieuw stukje. Die oermoeder van jou is enorm geworden.”
En dat nieuwe stukje azijnmoedertje dobbert nu vredig in haar element, een koele aardewerken vinaigrier, via internet op de kop getikt, want zelfs op een brocante kom je er niet meer aan. En bij een volgende verhuizing neem ik het risico: dit moeder(tje) gaat mee!

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

6 gedachten over “Moeder verhuist mee

  • vr 12 augustus 2011 om 09:49
    Permalink

    Hoi Renée,
    Ik heb ook een aardewerken vinaigrier (trouwens gewoon nieuw bij een Coopérative Agricole gekocht een aantal jaren geleden) en stel onze heerlijke huiswijnazijn bijzonder op prijs.
    Maar het zal wel hetzelfde zijn als wat er met ons, menselijke moeders, gebeurt als we wat ouder worden, mijn moeder wordt zo dik dat er bijna geen azijn meer is omdat zij alle plek in beslag neemt!
    Dan haal ik alles leeg, dump de moeder in een vergiet en snij er een stukje van af om terug te doen in mijn vinaigrier. Met pijn in mijn hart gooi ik de rest dan maar weg, zonde eigenlijk maar het is of dat, of geen azijn meer hebben omdat de moeder zo goed gedijt.
    Groetjes,
    Mieke

    Beantwoorden
  • zo 14 augustus 2011 om 05:56
    Permalink

    Hoi Renée , is het niet mogelijk in een ander soort schaal ? Ik heb geen idee hoe zo’n vinaigrier eruit moet zien en je zegt zelf al dat ze zeldzaam zijn.

    Michiel.

    Beantwoorden
    • zo 14 augustus 2011 om 13:09
      Permalink

      Dag Michiel,
      Zo ziet een echte vinaigrier er uit: http://www.poterie-turgis.com/index.php?rub=1&page=5
      Zoals je ziet kun je ‘m dus ook gewoon via internet bestellen.
      In een schaal zou ik het niet proberen, maar een aardewerken pot met deksel kan heel goed. Zelfs een glazen pot kan, maar dan moet je die wel donker wegzetten; een azijnmoeder houdt niet van licht. En ze moet kunnen ademen. Daarom is aardewerk zo geschikt. Bij glas moet je altijd een kiertje open laten, en daar kunnen dan weer vliegjes doorheen. Dat voorkom je wel weer door muskietengaas, of een theedoek o.i.d. over de pot te spannen, maar ’t is gedoe.
      Zie verder ook het commentaar van Annemieke.

      Beantwoorden
  • zo 14 augustus 2011 om 10:01
    Permalink

    Hoi Michiel,
    Ik weet niet waar jij woont maar je hebt vast wel ergens bij jou in de buurt een “Coopérative Agricole”, bijv. Espace Terrena. Daar zijn ze gewoon te koop. Ook heb ik er regelmatig gezien bij pottenbakkerijen.
    Je hebt ze in verschillende maten, die van mij is zo’n 40 cm hoog. Het is een hoge aardewerken pot met een aardewerken deksel en er zit meestal een houten kraantje aan de onderkant om de azijn eruit te tappen. Dat kraantje werkt niet altijd goed, omdat juist de moeder de boel een beetje verstopt maar dan kan je altijd nog met een soeplepel of een glaasje de azijn er via de bovenkant uithalen. Succes ermee!

    Beantwoorden
  • Pingback: De Vaucluse stapt uit de euro « Kijk, Zuid-Frankrijk!

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: