Home

Doorgestoken wijnkaart

februari 27, 2012

Elke dag -tot vervelens toe- wijden de tv-journaals reportages aan de Salon d´Agriculture, die enorme landbouwbeurs in Parijs, die tevens dienst doet als verkiezingsarena. Eerst Sarko op visite die de opening mocht verrichten, daarna Bayrou en we krijgen Hollande ook nog. Best hoor. Alle publiciteit in verkiezingstijd is mooi meegenomen, dat snap ik. Maar! Denkt er ook weleens iemand aan wat dat hele circus voor de daar onvrijwillig aanwezige dieren betekent? Zo’n dag of negen opgesloten in nauwe hokken, in een hal waar pokkenherrie, neonlicht en benauwenis de boventoon voeren? In je flanken gepord door Parijzenaars die niet beter weten dan dat melk uit de fabriek komt en een schaap op elke hoek een poot heeft. Terwijl je kunt ruiken dat even verderop je weidegenoot geroosterd wordt? Ik vind dat dierenmishandeling. En dan heb ik het nog niet eens over het kilometerslange gestresste vervoer vanuit alle windstreken van het land.
Tuurlijk, de door ´Brussel´ zwaar gesubsidieerde Franse landbouw kan wel wat reclame gebruiken. Maar kan dat echt niet anders?
Even dacht ik dat ze het in ‘Parijs’ met de wijnen beter hadden aangepakt. Proeven, keuren, en medailles uitreiken voor de mooiste, de beste.
Tot ik zag dat alle (!) 270 wijnen uit mijn departement de Var die ter beoordeling naar het Concours Général du Salon d´Agriculture werden gestuurd, in de prijzen waren gevallen! Echt allemaal, maar dan ook állemaal, bekroond met brons, zilver of goud. Dat gelooft geen hond meer.
Als ervaringsdekundige weet ik wel dat de gemiddelde kwaliteit van de wijn uit de Var langzamerhand wat beter wordt. Maar zelfs mijn wijnboertje om de hoek, die uitsluitend in cubi’s doet en slechts voor de gelegenheid wat druivennat in flessen had gegoten, kreeg nog een medaille bronze. Kom op zeg!
Ik praat weleens met de wijnboeren hier in de buurt. Goed volk, niks mis mee. Maar ze zijn zelf ook verbaasd. Tuurlijk, zo´n Parijse onderscheiding is uitstekend voor de handel; een heus kwaliteitskeurmerk, wat wil je nog meer? Al moeten ze er hier ook een beetje besmuikt om lachen. Echt serieus nemen ze die onderscheidingen niet. Maar een fles met sticker verkoopt beter dan eentje zonder. En een gegeven paard ga je niet in de bek kijken, zelfs al komt het van de Salon d´Agriculture in dat verre Parijs, waar ze hier niks mee ophebben. “C’est le commerce hein. Tant mieux pour nous.” Gelijk hebben ze.


Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Vandaag al voor de derde achtereenvolgende dag buiten geluncht. Kort, want het is druk, dus weinig tijd. Maar wel met een mooi glas rosé en een lekker snel zonnig hapje. En heus, dat zorgt ook als het weer niet meewerkt, zelfs binnenshuis voor een beetje zomergevoel.

Ingrediënten:

Voor de anchoïade:
15 ansjovisjes op zout
4 tenen knoflook
1/4 liter fijne olijfolie (niet te sterk van smaak)
1 eetlepel witte wijnazijn
1 eetlepel mosterd
1 eierdooier
peper naar smaak

Voor het brood:
4 grote of 8 kleine sneden stevig witbrood
1 teentje knoflook uit de knijper
2 eetlepels olijfolie

Bereiding:
Spoel de ansjovis af onder de koude kraan en laat uitlekken op keukenpapier. Plet de gepelde tenen knoflook samen met de in stukjes gesneden ansjovis in een vijzel, of maal ze fijn in de keukenmachine. Voeg de azijn en de mosterd toe en meng alles goed door elkaar. Doe de olijfolie er beetje bij beetje in een straaltje bij tot er een homogene massa ontstaat. Maak niet alle olie op, als de massa te dun dreigt te worden. Voeg de eierdooier toe, plus eventueel de peper, en meng alles nogmaals stevig door elkaar.
Meng een teen uitgeknepen knoflook met de olijfolie en besmeer de sneden brood ermee. Rooster ze aan beide kanten goudbruin onder de grill of in het broodrooster. Leg ze op een bord en verdeel de anchoïade erover. Dien meteen warm op en geef er een frisse salade bij voor het tegenwicht, want je krijgt er wel dorst van.

Brigitte Bardot is weer eens in opspraak. Gisteren verscheen in de Franse pers een handgeschreven brief waarin ze het opnam voor Marine Le Pen, de partijleider van het ultrarechtse Front National. Nou weet ik wel dat BB getrouwd is met de rijke industrieel Bernard d’Ormale, die een overtuigd aanhanger is van die partij, en dat ze zelf ook behoorlijk rechts uit de hoek kan komen. En ik weet ook dat Marine Le Pen nogal in het nieuws is vanwege haar verzet tegen ritueel slachten, waar BB en ik net zo hard tegen zijn. Maar ’t was toch even schrikken. Tot ik zag waar het echt over ging.
Bardot maakt zich druk over het feit dat het Marine Le Pen de facto onmogelijk wordt gemaakt aan de komende presidentsverkiezingen mee te doen. Want dat kan alleen als je minstens 500 handtekeningen van gekozen volksvertegenwoordigers hebt verzameld. Marine Le Pen komt er nog zo’n zestig tekort en de tijd dringt, want die 500 signatures moeten voor 16 maart binnen zijn. Daarom vroeg de FN-voorvrouwe aan de rechter of de handtekenkingenlijst anoniem mocht blijven; het zou potentiële ondertekenaars kopschuw maken als ze met naam en toenaam in de publiciteit zouden komen.
In de peilingen scoort Marine iets van 17 procent. Dat is weliswaar veel minder dan Sarkozy (25%) en Hollande (27%), maar 17% betekent toch dat een groot deel van de Franse bevolking zich aangesproken voelt door het gedachtengoed van het Front National.
Nou ga ik er niet vanuit dat Marine Le Pen ooit president van Frankrijk wordt (de hemel beware ons) en van haar abjecte ideologieën moet ik absoluut niets hebben. Maar ik vind het op z’n minst raar dat iemand vanwege malle wetgeving bij voorbaat buiten de deur wordt gehouden. Het lijkt me van democratische orde dat ze gewoon mee mag doen in de verkiezingsstrijd.
BB pleit ervoor dat Le Pen die kans krijgt.
Ik ook. En dat heeft niets met dierenliefde of moslimhaat te maken.
Maar alles met de vrijheid, gelijkheid en broederschap waarop Frankrijk zich laat voorstaan. Met democratie dus.

Les dames du lac

februari 21, 2012

Tijdens de bittere winterkou van de afgelopen weken waren ze even weg, maar vorige week stonden ze er weer: de hoertjes van het Lac de Saint-Cassien. Door de lokale bevolking eufemistisch ‘les dames du lac’ genoemd. Ze frequenteren al jaren -gewoon, overdag- de pistes en parkeerplaatsen langs het enorme stuwmeer aan de D37. En menige eerzame huisvader dan wel eenzame trucker maakt graag van hun diensten gebruik. In dat geval wordt er na enige onderhandeling de auto of de bosjes ingedoken voor verdere afwerking van de overeenkomst. Nooit tijdens het hoogseizoen; veel te druk met gezinnetjes en jolige tieners. Ze moeten het hebben van de rest van het jaar, als het meer er min of meer uitgestorven bijligt.
In míjn seizoen, zeg maar.
Ik ben allergisch voor de toeristische horden en de bijbehorende ge- en verboden. Pas als die allemaal weer zijn verdwenen kan ik ongestoord met m’n honden langs de oevers struinen, ze laten zwemmen en over de strandjes laten rennen. De dames van het meer komen zo ver niet, ze blijven liever in de buurt van mogelijke handel en gaan zelden aan de wandel. De laaggelegen oevers zijn bovendien een heel eind van de weg af en -zeker op naaldhakken- is dat een stevige tippel, dus ik zag ze eigenlijk alleen bij het parkeren. Tot ik een keer één van m’n honden kwijt was. Hoe ik ook floot en riep, hij kwam niet terug. Dat werd zoeken. Voor de zekerheid borg ik de andere twee vast in de auto op. Aan de twee dames van vederlichte zeden die een eindje verder stonden te koukleumen, vroeg ik of ze toevallig een roodbruine soort van ‘epagneul breton’ hadden zien langs stormen; ’t is namelijk een nogal uitbundig type. “Non madame, désolé”, zei de ene beleefd, terwijl de ander nee-schuddend een diepe haal aan haar sigaret nam.
“Merci quand-même. Son nom est Fabius”, voegde ik er voor de zekerheid aan toe. Toch een tikkie ongerust daalde ik opnieuw het pad naar het meer af, binnensmonds scheldend op dat eigenwijze kreng. Me realiserend dat hij net zo goed de andere kant op gerend zou kunnen zijn, richting autoroute.
Ik zocht de plekken af waar we geweest waren. Niks. Nog even en het zou donker worden, dan wilde ik hier toch wel weg.
Ineens hoorde ik een licht gedruis achter me op het rulle zandpad. De twee dames du lac! “Madame! Je crois que nous l’avons trouvé.” Ze waren dus helemaal op hun wankele hakken naar beneden gestrompeld om me dat te vertellen! Ik volgde ze naar boven, naar een enorme Oostblok-truck met oplegger. Uit het geopende raam van de cabine keek de hondsbrutale kop van mijn bloedeigen Fabi me aan. Riant op schoot bij de chauffeur, die hem enthousiast volpropte met dikke moppen onbestemde worst. “He hungry”, grijnsde hij naar me. Ja, dat zal best, dat is ie zo’n beetje vierentwintig uur per dag. Ik heb de hond aangelijnd en de man opgelucht bedankt voor de goede zorgen.
De dames stonden intussen weer bescheiden op hun plekje. Ook hen heb ik uitbundig bedankt. We praatten nog even na.
De volgende keren dat ik ze zag groetten we elkaar, soms maakten we een praatje. Ik leerde ze beter kennen, we werden zo’n beetje bevriend.
En nu zijn ze weg, voorgoed. Ze mogen van Jean-Pierre Bottero, de burgemeester van Montauroux, niet meer langs ‘zijn’ deel van het meer paraderen. De burgemeester van Les-Adrets-de-l’Estérel, waaronder de rest van het meer valt, neemt dat gemeentelijke besluit binnenkort over. En dan kan iedere dame die “zich op of in de nabijheid van de parkeerplaatsen ophoudt” zonder pardon worden opgepakt. Ik vind het lullig voor mijn gelegenheids-vriendinnen, die liever hier werkten dan in de stad. Maar ik heb ook iets om over na te denken. Want al ben ik niet bepaald het prototype van de sexbom, ik loop net zo goed in m’n eentje op en in de nabijheid van die parkeerplaatsen rond.
Dat wordt nog eens brommen.


Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.

Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Troost-eten, ik schreef er al eerder over. Altijd goed om een inzakmoment te boven te komen, want niet te moeilijk om klaar te maken en makkelijk weg te happen. Onderstaande riz au lait (rijstebrij) is eigenlijk bedoeld als toetje, maar waarom zou je ‘m ook niet gewoon weglepelen als je hoofd nergens anders naar staat? Volgende week gaan we wel weer eens serieus koken.

Ingrediënten:
180 gram ronde rijst
100 gram suiker
1 zakje vanillesuiker
2 eieren
1 liter melk
snufje zout
handje amandelschaafsel
50 cl appelsap
4 calissons (amandelsnoepjes)

Bereiding:
Kook de rijst in 2-3 minuten voor in ruim kokend water, en giet af. Breng de melk aan de kook en voeg de appelsap toe. Draai het vuur laag en doe de vanillesuiker en de rijst bij de borrelende melk, roer alles goed door elkaar. Laat 25 minuten op een laag pitje pruttelen met het deksel op de pan, maar roer af en toe door. Klop in een kom de eieren los, samen met de suiker, en voeg toe aan de melk/rijstmassa. Laat nog 5 minuten onder goed doorroeren, doorkoken. Doe de massa over in een vorm, laat afkoelen en zet minstens drie uur weg in de koelkast om op te stijven. Serveer koud, of laat de brij ‘au bain-marie’ weer lauwwarm worden. Bestrooi voor het opdienen met het amandelschaafsel, dat u even licht hebt geroosterd in een droge koekenpan, en versier met de calissons.

Bij de dood van een vriend

februari 15, 2012

Mijn vriend Jan van Halm is dood.
De beste art-director van Nederland, die niet wilde of kon begrijpen waarom ik ooit voor Zuid-Frankrijk koos.
We kwamen elkaar lang geleden bij het weekblad Panorama tegen. Hij was een chef, ik een voorzichtige freelancer. Er was een rare klik, als dat zo heet. Hij uit Utrecht, ik uit Rotterdam. Onze verstandhouding had meteen te maken met onze neiging in plaatselijke dialect te vervallen. Nou ja, vervallen? We hadden zo onze bedenkingen over het sjieke Haarlems van de rest van de redactie, we snapten elkaar, er hoefde geen woord aan toe gevoegd te worden.
Op enig moment in een latere fase van mijn leven besloot ik naar Zuid-Frankrijk te verkassen.
´Zou ik niet doen, Vonk , zei hij toen ik mijn vertrek aankondigde.
Hij had een heel eigen idee van dit deel van de wereld. Hij was er elke zomer, prominent te gast bij de Club 55 en Tahiti Plage ter hoogte van Saint-Tropez. In gezelschap van zijn beste vriend Rijk de Gooyer, die volgens Jan heel dominant bepaalde wat er gegeten werd, dat wil zeggen: elke dag hetzelfde.
Ik weet dat Jan het er allemaal maar niks vond. Ik ook niet. Daarom hebben we elkaar nooit in Saint-Tropez ontmoet. Ofschoon ik min of meer om de hoek woon. We mailden en belden met grote regelmaat, ik had nogal vaak zijn advies nodig.
Afgelopen vrijdag kreeg ik zijn laatste mailtje. Jan had in de Amsterdamse wijk Bos en Lommer een nieuw café ontdekt. Hij schreef me: “Waar vele blanke mannen van mijn leeftijd (die vergeten zijn op tijd te verhuizen) zitten te kaarten en staan te biljarten. Pilsje 1.80 borreltje 1.60. Ik zeg: een topzaak. Natuurlijk inclusief Smyrna tapijtjes op de tafeltjes.”
Ik mailde terug: ´Perfect dat het nog bestaat!´
Een paar uur daarna was hij dood, hartfalen. Drie dagen later werd hij op zijn kantoor gevonden.
We hebben het niet meer kunnen uitspreken, uitvechten: Nederland versus Zuid-Frankrijk.
Ik heb een paar glaasje extra gedronken. Over de charme van Koning Alcohol zijn Jan en ik het altijd eens geweest en gebleven.


Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Er zit weer sneeuw in de lucht, terwijl die van twee weken geleden nog niet eens is weggesmolten. Dat is ongehoord voor Zuid-Frankrijk. En zelfs in Rome is het Colosseum dicht vanwege de uitglibberende toeristen op de stenen arenatrappen. Het moet niet gekker worden.
Behalve in de keuken, daar mag het best. Dus wordt het uiensoep. Maar dan met roquefort en rouille. En een stevig glas rood. Worden we misschien eindelijk weer warm.

Ingrediënten:
Voor de soep:
6 grote uien
30 gram boter
1 liter rundvleesbouillon (mag van een tablet, maar doe er dan wel iets meer bij dan voorgeschreven)
zout en peper uit de molen
takje verse tijm (of klein theelepeltje gedroogd)
takje peterselie

Voor de rouille:
2 eierdooiers
circa 50 cl olijfolie
4 tenen knoflook
1 theelepeltje mosterd
½ theelepel paprikapoeder
½ theelepel saffraanpoeder
snuf Cayennepeper
zout

Voor erbij:
50 gram roquefort
50 gram geraspte emmental of gruyère
12 dunne sneetjes stokbrood

Bereiding:
De soep:
Pel en snipper de uien. Smelt de boter in een pan en laat de uien er zo’n tien minuten op laag vuur in smoren.
Doe de bouillon erbij (los bouillontablet eerst op in een laagje heet water) en voeg de tijm en zout en peper naar smaak toe. Laat op zacht vuur circa drie kwartier pruttelen.

De rouille:
Scheidt de eieren en doe de eidooiers in een kom. Klop ze los met de mosterd (gewoon met de mixer). Pel de knoflook en knijp die er boven uit. Voeg saffraan, paprika en Cayennepeper toe; aarzel niet de hoeveelheden te verhogen als het pittiger moet! Giet er al kloppend beetje bij beetje -in een dun straaltje- de olijfolie bij tot er een dikke mayonaise ontstaat. Voeg op het laatst een eetlepel (of twee) uienbouillon toe; maar laat de mayonaise niet te dun worden!

Erbij:
Rooster de sneetjes stokbrood (in een toaster, onder de grill, of in een droge koekenpan) en besmeer ze met roquefort. Verdeel ze over de borden en schep de hete soep eroverheen. Garneer met wat fijngehakte peterselie. Serveer de geraspte kaas en de rouille er in aparte schaaltjes bij. Laat iedereen zijn eigen schepje rouille oplossen in de soep en naar eigen inzicht de geraspte kaas erover strooien. Wees gul met de wijn.