Home

crespeou

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Goede vrijdag vandaag. En dit weekeinde krijgen we niet alleen Pasen, maar ook zomertijd. Yes! Eindelijk weer een uurtje langer licht ’s avonds. Als het weer nou ook nog even meewerkt…. Volgens de regio-weerkaart is het vandaag en morgen nog even helemaal naadje, maar krijgen we zondag zon! Aj, en ook nog de Ronde van Vlaanderen. We zullen (af)zien.
In beide gevallen graag niet te lang in de keuken, maar wel iets lekkers op tafel. En ‘Pasque oblige’, dus iets met ei. En liefst niet die hardblauw gekookte, ‘creatief’ beschilderde kogels waarvoor zelfs m’n honden hun neus optrekken: die ‘oeufs durs’ heb ik halverwege de vorige eeuw al afgeschaft.
Wat dan wel? Crespeou! Een typisch Provençaalse taart, opgebouwd uit veelkleurige omeletten. Je kunt er mee variëren tot in het oneindige, je kunt er zelfs een heel flatgebouw mee opmetselen, maar ik heb me beperkt tot ‘slechts’ zeven lagen. En de basissmaken van de Provence. Fijne Paasdagen!

Ingrediënten:
14 ferme eieren (2 per omelet)
50 gram verse spinazie
1 bolvolle theelepel tapenade
1 kleine ui
2 tomaten
8 blaadjes basilicum
½ rode paprika
25 gram geraspte parmesan
4 tenen knoflook
olijfolie
zout en peper uit de molen

Bereiding:
Hak de spinazie fijn, pel en snipper de ui ragfijn, pel de knoflooktenen, snij de basilicumblaadjes in snippers. Dompel de tomaten onder in heet water, trek het velletje eraf, haal de zaadlijsten en het kroontje eruit en snij het vruchtvlees in blokjes. Halveer de paprika, haal met de dunschiller de buitenkant eraf, haal de zaadlijsten eruit en snij de rest in kleine blokjes (bewaar de andere helft van de paprika in folie in de koelkast voor een volgende keer of iets anders).
Doe de eieren in een grote kom, laat de mixer er op los en klop tot een schuimige massa. Pers de knoflooktenen er met de knijper boven uit, en meng nog even door. Verdeel het eiermengsel gelijkmatig over zeven (!) kommen/schalen/diepe borden. Doe er in kom 1 de spinazie bij, in kom 2 de tapenade, in kom 3 de ui, in kom 4 de tomaat, in kom 5 de basilicum, in kom 6 de paprika, in kom 7 de parmesan. Geef een draai peper over de kom met spinazie, doe er wat zout bij. Doe dat ook bij de kom met ui, met tomaat, met basilicum en met paprika. De tapenade en de parmesan zijn van zichzelf al pittig genoeg. Roer alle kommen nog eens door.
Laat een scheut olijfolie in een kleine koekenpan heet worden en giet het mengsel uit de eerste kom erin. Bak de omelet op zacht vuur tot de bovenkant begint te stollen en de onderkant (even spieken door de zijkant met een vork een stukje op te tillen) goudbruin ziet. Leg een deksel op de pan die het hele oppervlak bedekt. Loop met de pan met het deksel erop naar de spoelbak van het aanrecht, en draai daar de pan om, het deksel intussen stevig tegen het oppervlak houdend. De halfgare omelet ligt nu omgekeerd op het deksel. Laat de omgekeerde omelet voorzichtig terugglijden in de pan. Laat nog even op laag vuur doorgaren. Laat de omelet op een ruim bord of op een schaal glijden.
Tijd voor de tweede omelet. Herhaal de procedure, maar doe wel een nieuw scheutje olijfolie in de koekenpan om aanbakken te voorkomen. Leg de tweede omelet op de eerste.
Ga zo door tot alle omeletten gebakken zijn, en er een mooie stapel omeletten op de schaal ligt, zoals bij pannenkoeken.
En nu komt het aan op de smaakbestemming.
De crespeou kan meteen -warm- gegeten worden, in dikke punten, als lunch bijvoorbeeld, met een stevig stuk boerenbrood erbij. Bewaren tot het Paas-ontbijt kan ook: even oppiepen in de magnetron/oven, of gewoon op kamertemperatuur serveren. En wat er dan nog overblijft doet het -in kleine brokjes gesneden, met een prikkertje erdoor- prima als borrelhapje bij de koers van de (zon)dag.

Bevrijding!

maart 24, 2013

120810europebig
Vandaag werd er voor de tweede keer dit jaar een aanslag gepleegd op een makelaardij in mijn departement, Le Var. De eerste keer was op 21 januari in Garéoult, vandaag in Sanary. Geen slachtoffers, wel geringe materiële schade.
Op beide ´plaatsen delict´ zoals dat in politiekringen genoemd wordt, vond de gendarmerie een ‘handtekening’ van de daders: ´FLNP- Prouvenço Libra´.
Vooral dankzij mijn contacten in het dorpscafé weet ik dat het om een soort afscheidingsbeweging gaat, het ´bevrijdingsfront´ voor de Provence.
Ik ben tegen elke vorm van geweld, maar iets van sympathie voel ik wel voor het idee van een onafhankelijke Provence. Zoals ze op Corsica -en bijvoorbeeld in Bretagne- óók wel van ´Parijs´ af willen.
Ik roep al jaren dat Frankrijk helemaal niet bestaat. De regionale verschillen in cultuur, klimaat en beleving zijn onoverbrugbaar. En dan heb je ook nog Parijs (voor mij 900 km noordelijker) dat de dienst uitmaakt. Dat gaat dus niet.
Als het straks weer augustus is en de Parijzenaars ons komen ‘bezetten’, en ons zullen neerzetten als achterlijke boeren, dan lopen de gemoederen in het café opnieuw hoog op, en wordt er gespuugd op hun arrogantie. Het is lijdzaam verzet, al vele jaren. Ik woonde hier pas toen de maçon, ook een glaasje verder, besloot de banden van drie auto´s met het gehate kenteken 75 even lek te steken. We hebben hem tegengehouden. Zoiets kan escaleren, we houden hem liever heel.
Maar ik zou er wel vóór zijn, een onafhankelijke Provence. Hier -bijna op de grens van twee landen- zijn we Fransen, noch Italianen, maar Provençalen. Met een eigen cultuur, een eigen cuisine, en een eigen taal. Nee, geen dialect, een taal. Die ik overigens nog steeds niet goed beheers, maar als ik ‘bèn akì’, tegen m’n hond roep komt ie wel.
Het zal financieel/economisch wel niet kunnen, een eigen natie, al weet ik zeker dat we meer te bieden hebben dan Cyprus.
Maar elke keer weer als het over een of ander euroland in crisis gaat, denk ik aan Freddy Heineken. Die had de ultieme oplossing al in 1992 bedacht, ver voor de euro van de tekentafel kwam: Eurotopia (klik op de kaart voor een helder overzicht). Onafhankelijke landen van beperkte omvang en een beperkt aantal inwoners. En niks gedwongen door een steeds centraler wordende overheid of eurofobie, gewoon op basis van vrijwillige samenwerking. Met wederzijds respect voor de verschillen.
Leek en lijkt me een prima idee. Waarom zou ´Parijs´ of ´Brussel´ iets te zeggen moeten hebben over hele volksstammen waarvan ze zelfs bij benadering niets (kunnen) snappen? Over ons? Lille is Nice niet.
Nogmaals, ik ben tegen geweld. En als het bevrijdingsfront voor de Provence aanslagen blijft plegen, haak ik af. Maar als ´Prouvenço Libra´ geweldloos voor onafhankelijkheid ‘vecht’, sluit ik me aan. Vandaag nog.

canistrelli
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.
Ja ja, het duurt nog tot 3 juli, maar dan komt de Tour de France weer zo ongeveer over m’n tenen rijden. Heb ik eerder meegemaakt, in 1989. Ik hoefde slechts de voordeur open te doen om het hele spektakel langs te zien razen. Helicopterherrie boven je huis, bejaarden met klapstoeltjes op de oprit die me gretig vertelden wat ik al wist: ik zat middenin het tourcircus. Ik woon sindsdien wat afgelegener, maar die Tourkriebels zijn gebleven. Dus ook nu weer maakt zich een zekere opwinding van me meester in de aanloop van dat wielerfestijn. Wat dopingautoriteiten er ook van mogen vinden, ik blijf fietsfanaat. En ik blijf de Tour volgen. Wellicht iets minder onbevangen dan vroeger, maar ik laat mijn fietsfeestje niet bederven. Misschien wordt er sterker geacteerd dan in het Zwanenmeer van Tchaikovsky, maar een renner bergopwaarts zien sterven in schoonheid is de ultieme fietservaring. Als je zelf al bent afgestapt dan.
Dit jaar begint de Tour op Corsica. Bijzonder, want dit Zuid-Franse eiland wordt geteisterd door een ‘eeuwigdurende’ onafhankelijkheidsstrijd. Men wil autonoom zijn in plaats van Frans departement. Over sterven in schoonheid gesproken trouwens: vorig jaar 19 aanslagen op l’Île de beauté…. Ik bedoel maar.
Bon, ik vond dus vandaag uit dat etappe 5 van de Tour (Cagnes-sur-Mer naar Marseille, 219 km) weer gewoon vanuit het keukenraam te volgen is. Reden voor het recept van een onnavolgbaar populair Corsicaans koekje. In een vloek en een zucht in elkaar geknutseld, en multi-inzetbaar. Bij de thee, bij de koffie, bij een glaasje rood en een bordje kaas, of met een lik Nutella bij het ontbijt. Hoog tijd dat de Zuid-Franse grenzen worden opgerekt en canistrelli een tour du monde gaat maken.

Ingrediënten:
500 gram bloem
1 zakje levure chimique (bakpoeder)
130 gram suiker
1 dl olijfolie
1 dl witte wijn
1 borrelglaasje pastis
citroenrasp van 1 citroen
1 theelepel gedroogde rozemarijn

Bereiding:

Boen de citroen en rasp de gele schil tot op het wit eraf.
Doe alle ingrediënten in een ruime kom, zet de kneedhaken van de mixer erin en maak er een lekker deegje van; het moet stevig zijn en mag niet meer kleven. Zo ja, extra bloem toevoegen. Bestuif het schone aanrecht met bloem (of leg er een stuk alu-folie op en bestuif dat met bloem) en rol het deeg uit tot een plak van zo’n cm dikte.
Verwarm de oven voor op 180 graden.
Snij de deegplak in hapklare brokken, denk aan circa 3 x 3 cm.
Vet een bakplaat in met wat olijfolie en leg er de deegbrokken op, een tikkeltje uit elkaar. Schuif de bakplaat in het midden van de voorverwarmde oven en laat alles zo’n 10 minuten bakken. Draai dan de thermostaat naar 150 graden en laat nog circa 8 à 10 minuten nabakken: de koekjes moeten goudblond zijn, maar wel stevig als je er met de vinger op drukt. Laat de canistrelli afkoelen op een rooster. Goed afgesloten zijn ze minstens een week krokant houdbaar.

OM cover
Iedere journalist wil ooit een boek geschreven hebben. Maar waarom? Ik vraag het me al tijden af, en ik kom er niet uit. Intussen heb ik er zo’n drie jaar mee geworsteld, met dat boek. En nu ligt het bij u om de hoek in de boekwinkel en is het ook bij bol.com te bestellen als u geen boekwinkel om de hoek hebt.
Dat is een raar en heel dubbel gevoel. Het is een intiem boek, ook over dingen die je niet aan de grote klok hangt. Ik noem het een autofictieve vertelling, anders komt het te dichtbij.
Zat de wereld hier nou op te wachten? Vast niet.
Zat ik hier op te wachten? Eerlijk gezegd, ook niet.
Maar nu is het er, ik kan er niet meer omheen.
Dus beveel ik u van harte aan om het te lezen. Misschien snapt u wèl waarom dit boek zichzelf zo nodig moest laten schrijven. Laat het me vooral weten. Graag!

Mijn uitgever vond er dit van:
Clipboard kok

Thema Boekenweek 2013 (16-24 maart):
‘Gouden tijden, zwarte bladzijden’

PERSBERICHT
Utrecht, 11 maart 2013
Opgestroopte mouwen: een turbulent vrouwenleven tegen de achtergrond van een snel veranderend Nederland.
Het verhaal van een Rotterdams buitenbeentje

Vanaf 20 maart in de boekhandel: een meeslepende generatiekroniek van een dwarse babyboomer.
Opgestroopte mouwen gaat over een Rotterdams buitenbeentje. In de jaren vijftig groeit ze op in een streng, christelijk milieu en in de woelige jaren zeventig wordt ze hardhandig volwassen. Van de naoorlogse kleinburgerlijkheid belandt ze in het milieu van Molukkers en treinkapers, van de Rotterdamse penoze, drugs en illegale gokholen, discriminatie en vervreemding, partnerruil en mislukte relaties.
Haar uitweg lijkt de journalistiek. Ze wordt de eerste vrouwelijke sportjournalist van Nederland. Ook die wereld blijkt een jungle met eigen wetten en hilarische avonturen. Privé gaat het niet veel beter. Na een scheiding wordt ze verliefd op de man van haar collega en beste vriendin. Dan wordt die vriendin ziek. En wordt zij van rivale kankerbuddy.

Renée Vonk (1952) is journalist. Ze begon het magazine Côte & Provence, over haar nieuwe bestaan in Zuid-Frankrijk. Bij uitgeverij Kok verschenen eerder twee kookboeken van deze auteur: Lekker bijbels en Hemelse toetjes.
Opgestroopte mouwen. een vrouwenleven| Renée Vonk | Uitgeverij Kok | paperback, 400 blz. | ISBN 9789043519724 | prijs € 18,95
http://www.kok.nl

sofritosbs1Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Eerlijk is eerlijk, ik kende soffrito (met ff) alleen op z’n Italiaans, en als mirepoix op z’n Frans: een basissaus van ui, wortel en selderij. Maar dankzij de Spaanse sofrito (1 f) van Janneke Vreugdenhil uit NRC/Handelsblad ben ik even gaan experimenteren. Er zijn al tal van sofrito-varianten bekend, want de saus komt voor in zo’n beetje alle zuiderse en exotische keukens. Vanaf vandaag komt daar de mijne bij. En verder raad ik iedereen aan om naar hartenlust verder te experimenteren. Net zo lang tot je je eigen basissaus te pakken hebt.
Kan bij van alles, en overal overheen, van pasta tot en met een boterham met oude kaas.

Ingrediënten:
1 grote ui
1 rode paprika
1 groene paprika
6 tenen knoflook
1 blikje gepelde tomaten (400 gram)
1 bosje bladpeterselie
1 dl witte wijn
1 theelepel harissa (of sambal)
olijfolie
zout
1 blikje tonijn op olie (circa 120 gram, optioneel)

Bereiding:
Pel en snipper de ui. Pel de tenen knoflook. Snij de peterselie fijn (alles, dus ook de steeltjes).
Ontvel de paprika’s. Dat kan op de klassieke manier, door ze onder de dompelen in heet water (werkt zelden goed), door ze in de oven of boven de gasvlam te blakeren (zwarte viezigheid), of door ze in de magnetron te verhitten (zie er het plasticfolie maar weer eens af te pulken). Ik doe het anders: ik schil ze met de dunschiller. Dan moet ik wel in de winkel een paar bolrondige exemplaren uitzoeken zonder diepe plooien natuurlijk, maar da’s wel ‘grote stappen gauw thuis’. Heerlijk!
Haal de stel van en de zaadlijsten uit de paprika’s en snij het vruchtvlees in kleine stukjes.
Doe een ferme -en dan bedoel ik echt een ‘ferme’- scheut olijfolie in een braadpan, laat die warm worden (niet heet!) en doe de ui erbij. Laat op laag vuur fruiten tot de ui goudbruin begint te blozen. Knijp de knoflooktenen er boven uit en laat die een paar minuten mee-fruiten. Doe de fijngesneden paprika en peterselie erbij. Roer goed door en laat alles een paar minuten verder fruiten.
Vis intussen de tomaten uit het blik en snij ze in stukjes. Doe ze bij het mengsel in de pan, inclusief het tomatennat uit het blik. Laat een tiental minuten stoven met het deksel van de pan. Voeg de witte wijn toe, een snuf zout (denk aan een half theelepeltje) en de harissa (of sambal). Laat alles op hoog vuur even goed doorwarmen, doe het deksel op de pan en draai het gas op de laagste stand: een sudderpitje is nog beter. Laat alles een uurtje sudderen, tot het meeste vocht is ingedampt en de saus romig is geworden.
Wie ‘m met pasta eet, kan er (op het bord) geraspte parmesan over strooien.
Wie voor de tonijnvariant kiest: giet de olie uit het blikje en prakt de vis door de warme saus. Parmesan erbij is dan minder geslaagd.
Afgekoeld en in een schone glazen pot, kan de saus minstens een week bewaard worden. Maar dan wel zonder tonijn! Die kan er vlak voor het serveren -als de saus weer wordt opgewarmd- bij gedaan worden.

Laat maar, De Leeuw

maart 10, 2013

Clipboard01
“Niet te geloven”, mompelde ik gisteren tegen zessen vanachter m’n PC, toen ik het tv-programma van die avond bekeek.
“Wàt?” vroeg mijn man, die net de laatste hand legde aan een tekst waarvan de deadline al geruime tijd verstreken was.
Maar, zoals hij altijd beweert, “De deadline is pas als ik mijn stukje af heb.”
“De tv van vanavond”, verduidelijkte ik. “Paul de Leeuw, Paul de Leeuw, en Paul de Leeuw! Oké, tussendoor nog even ‘the making of’ een bejaardenkoor, de herhaling van het verborgen verleden van Joost Prinsen, en de slappe soaplol van De TV-kantine. Maar verder, De Leeuw! Ik ben allergisch voor die vleesgeworden platitude.”
Ik wist ook wel dat we de hele avond zoet zouden kunnen zijn met bijlezen: de NRC’s, de Nice Matin’s, de Figaro’s, en al het andere leesvoer dat niet via het scherm binnenkwam stapelde zich al weer geruime tijd op. Maar dat vond ik meer iets voor een gezapige zondag.
“Er is wèl voetbal.”
“Jawel, maar dat duurt ook maar een uurtje. En dat wordt ’s avonds laat herhaald.” Soms moet je een klein voorzetje geven om de denkraderen aan het draaien te krijgen.
“Dan gaan we vanavond uit eten!” riep mijn man ‘spontaan’.
Mooi zo, dat was geregeld. Met dank aan Paul de Leeuw.
Het werd het vorige zomer heropende eethuisje op het dorp, je moet je hand niet overspelen. Lekker dichtbij, redelijke keuken, vriendelijk geprijsd, en je hoeft er niet voor ‘op sjiek’.
Het was er knus, met een overwegend Franse bezetting die beschaafd keuvelend door de maaltijd kabbelde. Tot de deur met veel kabaal werd opengeworpen en er een tot in de nok opgetuigd trio glitterdames op leeftijd binnengolfde, dat uitvloeide rond het tafeltje naast ons. Even later gevolgd door een bolbuikige joviaal, type zelfstandig ondernemer in de bouw. Hollanders.
Het gezelschap vond -zo bleek al snel- zichzelf buitengewoon geslaagd. Niks mis mee, maar maak er niet zo’n pokkenherrie bij. De sfeer was weg, en aan aanpalende tafeltjes werd versneld om de rekening gevraagd.
Wij besloten het uit te zitten: alles beter dan Paul de Leeuw, al leek dit wel verdacht veel op De TV-kantine. We vervolgden ons gesprek voor de zekerheid in het Frans.
“Iets bij de koffie?” vroeg de bevriende gérant, die de hele avond fabelachtig in de plooi was gebleven. Hij ruimde de dessertborden af, z’n rug naar ‘dat andere’ tafeltje. Je zag bij wijze van spreken die rug ogen hebben, boze ogen.
“Een Rataplan!” riep ik enthousiast, “heb je dat?”
“Een wát?”
“Een ratafia!” Een soort versterkte wijn, zoiets als port. De vorige uitbater van het restaurantje had er vele liters van uit Italië gesmokkeld. Om een ratafia mocht je niet vragen, vandaar Rataplan, naar de hond van Lucky Luke.
Breed grijnzend kwam hij even later met een bestofte etiketloze fles met troebel vocht langszij: “Lag nog in de cave, maar er vraagt nooit iemand naar.”
Ik rook eraan. Perfect.
“Doe mij maar een kelkje schavuitenwater dan”, zei mijn man hoopvol. Maar een oude klare behoorde niet tot de mogelijkheden. Het werd afgemaakt op een marc de Provence. “Ook niet verkeerd”, mompelde mijn man, tevreden het amberkleurige vocht in zijn glas rondwalsend. “Dampertje erbij”, droomde hij weg.” Maar ja, dat mocht alleen maar buiten. Het hoosregende inmiddels.
De pets in zijn nek vanaf het achtergelegen tafeltje deed hem verstijven. Eén van de drie belegen gratiëen -ook een flesje verder- had met veel fysiek iets uitgelegd over de afmetingen van haar salon.
Beheerst haalde mijn man zijn sigarendoos tevoorschijn, doopte de kont van een dikke havanna in zijn glas en stak hem genietend in de brand. Daarna goot hij het bodempje marc achterover, hielp me -al dampend- galant in m’n jas.
Op weg naar de uitgang kon ik het niet laten. Terwijl er ostentatief gekucht en gewapperd werd, voegde ik het tafeltje in het Nederlands een hartgrondig “prettige avond nog” toe. De ogen in de rug van de gérant applaudiseerden in stilte.

Clipboard01
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Vandaag is het vrouwendag. En ik sta gewoon in de keuken. Waarom? Omdat ik dat kan, omdat ik de vrije keuze heb. Ik had ook tegen mijn man kunnen zeggen: “kook jij maar vandaag.” Geen punt, hij doet het graag. En hij is een goeie kok ook nog. Ik ben bevoorrecht.
(Te)veel andere vrouwen zijn dat niet. Die hebben niks te kiezen, niks te verliezen, en vaak zelfs niks te koken. Zo’n vrouwendag brengt dat weer even onder de aandacht. Sinds 1908 om precies te zijn, het is al een oud ‘feestje’. Maar of het geholpen heeft? Als er nog steeds een vrouwendag nodig is, zet ik daar zo m’n vraagtekens bij.
En wat heeft dat alles met bietjesrisotto te maken? Niks. Behalve dan dat de biet (beta vulgaris) al duizenden jaren voor onze jaartelling bestond. En er nog steeds is: niet kapot te krijgen. Lijkt me een mooi motto voor vrouwendag.

Ingrediënten:
300 gram Arborio (of andere risotto-rijst)
2 gekookte bieten
30 gram parmesan (stukje)
30 gram geraspte parmesan
1 ½ kippenbouillontablet
1 glas droge witte wijn
1 uitje
½ bosje bieslook
2 eetlepels olijfolie
30 gram boter (op kamertemperatuur)
zout en peper uit de molen

Bereiding:
Snipper de bieslook. Pel en snipper het uitje.
Verwijder de harde(re) uiteinden en snij de bietjes in blokjes.
Breng in een andere pan ¾ liter water aan de kook en los de boulliontabletten erin op. Draai het vuur uit.
Verhit de olijfolie in een braadpan en fruit de uitjes aan; een paar minuutjee is genoeg. Doe de rijst erbij en meng op hoog vuur alles zo’n 2 minuten goed door elkaar. Doe de wijn erbij, voeg peper en zout naar smaak toe, draai het vvuur op z’n allerlaagst en doe het deksel op de pan. Roer af en toe om, tot de wijn geheel door de rijst is geabsorbeerd.
Giet er beetje bij beetje de bouillon bij, roer steeds goed door tot elk slokje is opgenomen. Giet net zolang bij tot de rijstkorrels aldente zijn (zacht van buiten, stevig van binnen) en er een smeuïge massa is ontstaan. Stoppen als het zover is, maar aarzel niet om er nog wat witte wijn bij te roeren als de rijst te hard en/of te droog blijft.
Draai het vuur uit en roer de boter, de bieslook en de geraspte parmesan door de brei.
Verdeel de risotto over de borden.
Schaaf krullen van het stukje parmesan. Verdeel ze -samen met de bietenblokjes- over de borden met risotto.