Een legende in de achtertuin

“Renée! Descend! Il-y-a un bébé-renard dans le bassin! Prends ton caméra!”
Ik rende in no time de heuvel af, naar het lege, lekke waterreservoir waar volgens de buurman van een eind verderop een babyvosje in gevallen was. Camera in de aanslag. Om vervolgens te zien dat er helemaal niks te zien was. Ja, het bouwvakkersdécolleté van de buurman die dubbelgevouwen in een hoek van het bassin lag en voorzichtig wat begroeiing uiteen probeerde te trekken. Maar om dat nou nog voor het ontbijt op de kiek te zetten…
“Quoi?” vroeg ik, nog tamelijk niet wakker.
Hij was vroeg op weg geweest naar de cabanon die hij in de buurt van de rivier aan het bouwen is. En er had iets gepiept. Hij was gaan kijken en zag een radeloos minivosje door het al lang geleden afgedankte bassin rennen. Er blijkbaar ‘s nachts in gevallen.
“Moeder afgeschoten”, dacht hij. Dat kon kloppen, gisterenavond hadden we horen schieten. Tuurlijk, het jachtseizoen is gesloten, maar stropers – vossen in dit geval – mag je gewoon vrijelijk afknallen. Een weesvosje dus, we gingen er niet vanuit dat pa in de buurt gebleven was om te zien hoe dit af ging lopen. We overwogen de mogelijkheden. Een lange klimplank naar boven? Dat ging dat wankele jong nooit redden. Een vangnet? Met al die begroeiing ging ook dat niet lukken. Met de hand tussen de klimop vandaan vissen? “Zo’n beestje heeft wel hele scherpe tandjes hè”, grijnsde de buurman.
“Kooi!” bedacht ik. “Jij hebt zo’n reiskooitje voor je kat! Als we ‘m in een hoekje hebben moét ie daar wel inkruipen.”
Het duurde, maar het lukte.
“En nu?”
“Loslaten?”, opperde de buurman. We keken naar het vosje in zijn kooitje. Het zou moeten kunnen, hij leek de speen ontgroeid.
“We zetten wel wat hondenvoer buiten”, bedacht ik.
“En wat kattenvoer”, zei de buurman.
Alles de volgende ochtend schoon op. Maar of het vosje dat allemaal opgesoupeerd heeft…
’t Is namelijk nogal druk in de tuin. Sterker nog, je moet oppassen dat je niet struikelt over het bezoek, met name ‘s avonds. Al een paar weken probeert bijvoorbeeld een dikke vette crapaud (pad) met grote vasthoudendheid de tuindeur te forceren. Geen idee waarom, maar hij wil absoluut naar binnen en dan bij voorkeur ’s avonds laat, als je in het pikkedonker met je zaklantaarn in de aanslag nog even een laatste plasrondje met de honden doet. Na een paar keer een bijna-doodsmak, heb ik hem opgepakt en tussen de struiken gedeponeerd. Nee, niet met blote handen hè – dat paddenhuidslijm is giftig – maar met tuinhandschoenen aan. De volgende avond zat ie er weer. En de avond erop. Uiteindelijk hem ik ‘m maar in een emmer gezet en teruggegooid in de paddenpoel onderaan de heuvel. Hij brulboeide hoogst verontwaardigd. En twee dagen later zat ie weer voor de deur. We zijn nu een paar weken verder, zijn frequentie zit op twee, drie dagen, de mijne ook. Ik ben benieuwd wie dit gaat winnen.
Ook geen volk waar ik echt op zit te wachten: slangen. We hebben ze in soorten en maten, van couleuvre tot viper, oftewel van schichtige niet-giftige ringslang tot kwaadaardige adder. Zo’n serpent heeft een vorige hond het leven gekost, dus we zijn voorzichtig. En toen er van de week iets slangachtigs op de trap naar de tuin lag te zonnebaden wist ik niet hoe snel ik het viervoetig volk weer naar binnen moest jagen. Het bleek een couleuvre, maar ook op zo’n ongevaarlijke tuinslang heb ik het niet echt als ie ineens niet schichtig blijkt en rustig door blijft zonnen. We hebben de honden aangelijnd en zijn er met een grote boog omheen gelopen. Dat kwam goed uit, want op het pad naar de rivier troffen we Hermann, ook een vaste gast sinds een week of wat. Hermann is de enige authentieke Franse schildpaddensoort; je hebt er in Gonfaron een heel dorp van. Leuke vakantietip trouwens http://www.villagetortues.com Maar ónze Hermann woont bij onze paddenpoel en maakt de laatste tijd steeds vaker een ommetje, altijd naar hetzelfde plekje een stukje heuvelopwaarts. Ik verdenk Hermann ervan eigenlijk een Hermanna te zijn die ergens eieren heeft gelegd. De honden willen er steevast dolenthousiast op af en dat doen we dus maar niet. We hebben liever kleine Hermanndadjes straks. Hopelijk worden ze niet voortijdig uit het prille leven geschept door de enorme reiger die al sinds het vroege voorjaar zijn domicilie aan de rivieroever heeft gekozen. Hij viste er te vaak tevergeefs, en heeft nu de paddenpoel als alternatief resto-adresje ontdekt. Overdag, als hij er loerend langs loopt, is het verdacht stil in die poel. Maar ’s avonds komen al die padden en kikkers uit hun schuilplaatsen vandaan en bulderen luidkeels over zoveel onhandig onbenul. Tot hij er eentje te grazen neemt natuurlijk.
Net zo onaangenaam volk vormen de eksters en Vlaamse gaaien die hier zo’n beetje de dienst uitmaken. Altijd een grote bek, altijd onaangenaam gekrijs. Terwijl het hier echt bulkt van de verrukkelijke zangvogeltjes. ‘s Ochtends een schitterend concert door je openstaande slaapkamerraam; wie wil er niet mee wakker worden. En als een ouderwetse ratelwekker komen dan die toonterroristen er doorheen schreeuwen en de boel verzieken.
En al dat volk is zonder scrupules in staat om een bakje honden- of kattenvoer van een vers gered babyvosje af te jatten. Gewoon, omdat ze eerst waren. En gewetenloos. Maar zolang ik geen klein vossenvelletje vind tussen de struiken, hou ik mezelf maar voor dat ie het overleefd heeft.
Onze eigen Reinaert de Vos-legende.

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

12 gedachten over “Een legende in de achtertuin

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: