Uit de kleren

“We hebben hier een stukje verleden in de kleerkast hangen”, verzuchtte ik tegen de echtgenoot terwijl ik de garderobes aan een inspectie onderwierp. De echtgenoot keek mee: “Zeg maar gerust een héél stuk.”
Tja. Ik had besloten tot iets van opbeurende voortvarendheid: zomerkleren uitzoeken. Niet dat daar reden voor was – het heeft gisteren nog gesneeuwd – maar ik was deze hele lange winter zó zat en het wordt dit weekeinde bovendien nog zomertijd ook, dat ik wel een opkikker in de vorm van een voorjaarsopruiming kon gebruiken. Geen goed plan, de depressie verdiepte zich met elk kledingstuk dat ik uit de kast trok. En ik was de enige niet die er mismoedig van werd. De echtgenoot monsterde een slank gesneden krijtstreep van minstens 12 jaar oud. “Hoeveel kilo’s geleden is dit?”
Soms is het beter om tactvol te zwijgen en iets ter compensatie langs te wapperen, een eigenhandig in sterke koffie ‘geverfd’ jaren-zestig-tuniekbloesje bijvoorbeeld. “Kijk, vast heel retro nu.”
“Ja hoor, helemaal vintage. En jij gaat je daar nog in het openbaar mee vertonen? Zet de hele handel toch op leboncoin. Wordt vast nog iemand erg gelukkig van.” Hij beende weg.
Had ie gelijk in. Ik gooide alles dat ouder was dan drie jaar op een hoop met het vaste voornemen dat naar de Emmaüs te brengen, de Franse kruising tussen het Leger des Heils en de kringloopwinkel. Er zit er in elke beetje stad wel eentje, maar ze hebben ook een hele hippe internetshop: https://www.label-emmaus.co/fr
Maar ja, daar dook ineens een ‘ondergesneeuwde’ trui op die ik best nog cool vond. Een ingekorte spijkerbroek die ik met een béétje ingetogen eetbeleid vast wel weer aan kon, over een paar maanden. En dat overhemd! En die… Kortom, ik trok uiteindelijk zowat meer uit de stapel terug dan dat ik er op gegooid had. Het scheelde niet veel of ik had zelfs de ‘grand foulard’ (wie kent ‘m nog?) die als bedcouverture dienst doet, over een kleerknaapje in de kast gehangen.
Dit ging ‘m niet worden zo. Er was maar één noodoplossing, ik riep de echtgenoot terug: “Kies jij maar.”
Ik ging liever even iets anders doen terwijl hij de boel uit sorteerde, ik kon niet aanzien hoe mijn verleden in een grote grijze vuilniszak verdween.
“Klaar!”
Ik bleek nog precies zeven kledingstukken over te hebben, twee spijkerbroeken, drie overhemden, een trui en een colbertje. Zíjn garderobe hing nog geheel intact in de kast.
Het werd nog even een dingetje, maar uiteindelijk is ook daar flink gesnoeid in het verleden. En beschik ík weer over een met terugwerkende kracht ‘gered’ kledingaanbod dat nèt de dubbele cijfers haalt.
Vrolijker ben ik er niet van geworden, van die voorjaarssorteersessie. De Emmaüs straks vast wèl.
En ja hoor, er komt ook nog wel een dag dat ik niet meer misgrijp en op zoek ga naar iets dat er niet meer is.
Maar tot die tijd moet echt helemaal niemand tegen me roepen: “Zeg! Waar is mijn blauwe overhemd/rode das/groene trui/gele short etcetera gebleven?”
Kan ik er echt éven niet bij hebben.

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

4 gedachten over “Uit de kleren

  • do 22 maart 2018 om 20:04
    Permalink

    Haha, een dingetje, ook dit woord is doorgedrongen in het zuiden. Goed zo! En wie heeft geen “dingetje” ? Ook ik zoek naar kleren die ik weggegaan heb :-((((

    Beantwoorden
    • vr 23 maart 2018 om 09:30
      Permalink

      We zijn hier hoogstmodern Anje. Enne… het is pas echt erg als je zoekt naar kleren die je nooit gehad hebt ;-]

      Beantwoorden

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: