Tot de herfst dan maar

De herder was er weer. Het werk afmaken. Daar hadden de schapen geen moeite mee, ik ook niet trouwens. Behalve dan dat ik wel de bellen hoorde maar de troupeau nergens zag. Dus ik Facebookte naar de herder: “Ik hoor jullie wel maar ik zie je niet.”
“We zitten onderlangs het huis.” Dat klopte (kijk maar naar de foto die hij maakte) en daar kun je ze vanuit m’n kantoor bovenin het huis niet zien.
“Koffie dan maar?”
“OK, rallonger.” Ah, graag minder sterk dan de vorige keer. Het begint me op te vallen dat ook Fransen m’n koffie tamelijk straf vinden. Maar ja, ik zet koffie ‘à l’italienne’: volle houder voor twee in de espressomachine, drupje water door laten lopen boven 1 kopje. Koffie.
Ik bracht een mok met naar mijn idee veel teveel water met een vleugje koffie. Hij vond ‘m nog steeds sterk, maar hij was er aan toe.
We keuvelden wat, over de drachtige geit die elk moment kon bevallen (dat werd dus kraamkameren onderweg), de grote patou (m’n favoriet) die deze winter door een wolf was doodgebeten, Bobby (de favoriet van de echtgenoot), het scharminkeltje dat toch nog een echte herdershond bleek geworden en vernoemd is naar Bob Marley vanwege z’n ongeorganiseerde rastahaar, over hoe het steeds moeilijker wordt om nog weidegrond te vinden. Steeds meer landeigenaren weren zo’n kudde op het terrein met honden en herder erbij. Er mocht eens een groen blaadje van de verkeerde struik worden afgeknaagd, een moestuintje van wat kweekgoed ontdaan, wat verdwaalde keutels voor de deur gedeponeerd.
Hij had een mooie route gevonden, door het gemeentebos van de grote stad naar hier: “Twee euro huur per hectare die ik passeer.” Het is een tocht van negen kilometer…
De echtgenoot kwam ook nog even een hand geven. Of liever gezegd hondenkoekjes uitdelen. Hij was de bocht in het pad nog niet om of hij werd bestormd door vijf even niet meer zo waakse herdershonden die die koekjes zelf wel uit z’n broekzakken kwamen halen. Ons kent ons.
Op 20 mei gaan ze naar boven, de koele bergen in, transhumance. Gewoon te voet, zoals het vroeger ging, en niet met vrachtwagens zoals het tegenwoordig gaat; dat is te duur. Wel dragen ze felkleurige hesjes Dat moet, van de overheid, voor de veiligheid. Evengoed worden ze regelmatig bijna van de sokken gereden door ongeduldige toeristen die zo’n langzaam voortsjokkende troupeau allesbehalve pittoresk vinden en die die wandelende wolbalen het liefst zonder jas op hun bord zouden willen vinden in het prijzige sterrenrestaurant waarvan de reservering door hun verlate aankomst dreigt te verlopen.
We drukten elkaar de hand, een schouderklop, een afscheidszoen. Zo gaat dat hier. We zwaaiden nog maar eens terwijl hij met z’n kudde in het bos verdween. “A cet hiver.”
Tot hoe lang nog?
Ik word er nu al weemoedig van.

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: