De kassadame van de cave

Met een opzettelijk opgewekt “bonjour”, vervoegde ik me bij de kassadame van de cave om af te rekenen, terwijl de echtgenoot de wijnvoorraad voor de komende week naar de auto droeg. Ik hield m’n bankpasje in de aanslag terwijl zij geroutineerd de zorgvuldig gelakte vingers over de toetsen van een rekenmachientje liet trippen, waarna zij de gevonden bedragen even zorgvuldig op het toetsenbord van haar computer intikte. Madame was aan het boekhouden, of bestellingen aan het verwerken, of gewoon interessant aan het doen, geen idee. Wel weet ik zeker dat het zo langzamerhand geen toeval meer kan zijn dat ik echt altíjd minuten lang bij die toonbank sta te lummelen voordat ze haar lange zwartgeverfde haren naar achteren schudt en met een nors “oui” mijn aanschaf wenst af te rekenen.
Geroutineerd – en zonder me nog aan te kijken – sloeg ze het verschuldigde bedrag aan op de kassa, ze kende de gebruikelijke bestelling. Net zo routineus haalde ik m’n pasje langs het apparaatje op de toonbank dat contactloos betalen mogelijk maakt; onze cave is heel modern, maar het is dan ook de grootste cooperative in de wijde omgeving. Met een geruststellende pieptoon gaf het apparaatje aan dat alles in orde en afgerekend was. Met een geforceerd vriendelijk “au revoir” – ik moest hier nog vaker komen tenslotte – begaf ik me naar de uitgang. Ik was al bijna bij de auto toen ze me op een holletje achterna kwam: “of ik nog éven mee naar binnen wilde komen?” Er klonk paniek in door.
‘Linke soep’ dacht ik meteen, en gebaarde naar de echtgenoot dat ik ‘er zo aan kwam’.
Dat bleek iets te optimistisch. Madame had een tikje te vlot het toetsenbord beroerd. En mijn schamele flesjes voor € 400,67 aangeslagen. Ik keek op het bonnetje, het stond er inderdaad.
“Nou”, zei ik monter, “dan maakt u die boeking toch gewoon weer ongedaan?”
Dat bleek niet te kunnen. “Die is al verwerkt, ik kan het niet meer terug draaien,” klonk het bijna timide. “Ik kan wel een cheque uitschrijven voor het verschil, of u ‘liquide’ terugbetalen.”
“Doe maar cash”, vond ik vilein, wetend dat ze dan wel even bezig zou zijn dit boekhoudkundig te verwerken. En dan hoefde ik niet naar de stad om een cheque naar de bank te brengen. Ja ja, ik weet dat je die ook per post kunt opsturen, maar er raakt mij hier in deze contreien iets teveel kwijt bij La Poste.
Met uiterste zorgvuldigheid (ze rekende het drie keer na) telde ze het geld op de toonbank voor me uit. Ze verontschuldigde zich uitvoerig, ik wuifde de excuses blijmoedig weg en groette vriendelijk ten afscheid. Ze zwaaide me nog net niet uit.
Dit alles gebeurde drie weken geleden. Tot op heden reken ik contant af en word ik met de grootst mogelijke égards behandeld, ook al moet ze soms in haar eigen handtasje naar wisselgeld zoeken. Ik vermoed dat ze als de dood is dat ik er nog eens op terug kom, er een grap over maak, misschien zelfs wel met klanten erbij. Of dat ik er in het dorp over begin.
Ik geef toe, dat is heel verleidelijk, maar ik doe het niet. Die stok houd ik liever nog even achter de deur. Maar mocht ze weer in haar ouwe chagrijn vervallen, dan zal ik met een brede glimlach mijn pasje presenteren en nonchalant zeggen: “Vous vous souvenez?”
Op het dorp – een middeleeuws gehuchtje van niks – is het trouwens net zo modern als bij de cave. Weliswaar geen dokter, geen pharmacie, geen warme bakker (’t is een afbakbakker) en geen flappentap, maar je kunt voor een beetje cash gewoon terecht bij de tabac, die ik dan ook de ‘banque tabac’ ben gaan noemen. Had ik al eens verteld geloof ik, maar ik ben er nog steeds verbaasd over dat dat kan, als je tenminste van de Crédit Agricole bent.
Afgelopen zondag waren we even naar het café. Daar is ook zo’n elektronische handkassa als bij de cave, maar die blijft doorgaans verstopt achter de toonbank; cash afrekenen levert meer fooi op. Dus ik haalde eerst wat ‘liquide’ bij de tabac voordat we neerstreken voor een glaasje. Ondanks ellendige voorspellingen van Météo France was er volop zon, dus waarom niet. Ik moest zelfs mijn trui uittrekken, toch altijd weer een hele vertoning op zo’n terras (ik ben niet zo van de verkleedpartijen ‘en plein public’), maar het weer rechtvaardigde dat. Net als een volgend glaasje. De ‘liquide’ ging schoon op. En tja, het was helemaal de bedoeling niet, maar lekker weer, dan toch maar aanleggen bij het Italiaanse eethuisje een terras verderop? De tabac was al dicht, ik had geen cash meer, maar ook hier beschikten ze over zo’n hoogst moderne kassa. Dus waarom niet? Ik zou wel een wat hoger bedrag intikken straks, als fooi.
Toen ik ging afrekenen legde ik uit wat de bedoeling was. Helaas, dat kon niet. De chef schudde het hoofd en zei: “Daar zit geen toetsje voor ‘pourboire’ (fooi) op, dan word ik meteen van fraude verdacht.”
Nu was het mijn beurt om me in verontschuldigingen uit te putten.
“Doe het de volgende keer maar”, knipoogde hij. Om er met een brede lach aan toe te voegen: “Hou je van prosecco?”
“Nogal”, zei ik.
“Cadeau d’amitié”, zei hij, en stopte me een fles toe.
De echtgenoot die alvast naar de auto was gelopen, zag me aankomen. Met die Italo-champi onder de arm. Ik had iets uit te leggen. Over de moderne tijd, zullen we maar zeggen.
Dat leverde een levendige discussie op, die we op ons eigen terras voortzetten onder het genot van een glaasje rosé uit de cave; de prosecco lag op temperatuur te komen in de koelkast. Niet lang hoor, zo ondankbaar ben ik niet. Nee, die ging de morgen niet halen.
We waren nog lang niet uitgepraat toen het begon te regenen. Kreeg Météo France toch nog gelijk. Maar die mooie dag hadden we toch maar mooi gehad.

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

4 gedachten over “De kassadame van de cave

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: