Auto-nostalgie

Er is op de Franse televisie een reclamespot van Citroën te zien. Ze gaan dit nieuwe jaar vol inzetten op elektrisch, wel hybride natuurlijk; helemáál stekkeren is onhandig in een land waar de laadpalen op één hand te tellen zijn. Al hebben we er wel eentje op het dorp, onze burgemeester is groener dan groen. Niet dat er hier ooit een auto aan dat eco-infuus hangt, vrijwel iedere dorpeling berijdt een klassiek dieseltje, maar het gaat om de groene gedachte. En om de verkiezingen die er over een paar maanden aan zitten te komen.
Maar goed, die Citroën reclamespot (kijk hier ff mee) trof bij mij een soft spot. Noem het pure nostalgie maar het raakte een snaar. Ik ben zelf na het behalen van m’n rijbewijs begonnen in een honderdste-hands Eendje. Dat was wat. Achterstevoren schakelen – en ook nog via een trekmechanisme als een flipperkast op het dashboard – terwijl je net had geleerd hoe dat met zo’n pookje naast je stoeltje moest. Maar het wende. De deinende vering, de airco (luchtklepje onder de voorruit open), het comfort van vier riante zitplaatsen, dat geheel afrolbare dak: heerlijk! Natuurlijk gaf dat Eendje na een paar maanden de geest. Op weg van de randgemeente naar de krant in de grote stad waar ik toen als beginnend journalist werkte, vielen tijdens een formidabele regenbui een voor een alle functies uit. Tot ik tenslotte op de vluchtstrook nog eenmaal de ruitenwissertjes over de voorruit zag zwoegen om het daarna ook definitief op te geven. Met m’n mobiele bestaan was het gedaan.
Er moest een nieuw autootje, dat was duidelijk. Ik kon er eentje overnemen van een collega op de redactie economie en ik mocht ’m in termijnen betalen, een bronsgroen Renaultje 4. Al bij de eerste aanblik was ik er verliefd op. De dag dat ik de aanbetaling bij elkaar had en er verzaligd van geluk mee naar huis reed, kon ik de hele wereld aan. Die stortte een paar maanden na de laatste aflossingstermijn met een doffe klap ineen, toen het motorblok midden op een kruising onder het wagentje uit viel. De twee potige bouwvakkers die vooraan in de door mij veroorzaakte opstopping stonden en die probeerden mijn gestrande liefde van het kruispunt te duwen, bereikten niet meer dan een rooie kop. Het motorblok hield het karkas muurvast op z’n plek. Maar ze waren vindingrijk, met nog twee spierbundels erbij tilden ze de carrosserie eenvoudigweg boven het motorblok uit en zetten die in de berm. Het motorblok liet zich daarna redelijk gewillig van de weg kantelen.
‘Draagbalken verrot’, was de conclusie van de garagehouder die de wrakstukken de volgende dag wegsleepte.
‘Is dat nog te repareren?’
Hij keek me meewarig aan: “Za’k je maar een vrijwaringsbewijssie geven? Breng ’k ’m zeffes wel naar de sloop.”
Hij had ook nog wel een nieuw wagentje voor me, een afgeragde Eend. Ik had hem evengoed graag genomen, maar aan krediet deed de garagist niet, “ik ben geen bank van lening!”
Na een klein jaar had ik weer een ‘wrak’ bij elkaar gespaard, een Dyane. Die heeft het zelfs anderhalf jaar volgehouden voordat ik ‘m slooprijp had gereden.
Later volgden een Ami, een Mehari, een BX, een CX. En ik mocht ooit een stukje meerijden in een DS, m’n droomauto. Ik heb nogal een verleden met Citroën. Dus was ik heel blij dat er tijdens de foire afgelopen zomer op het dorp een aangename selectie Eendjes, Mehari’s, Ami-tjes en – oké – ook R4-tjes en zowaar een Dauphientje plus een paar Tractions Avant te zien waren.
Gaat dit jaar niet meer gebeuren. De groene burgemeester focust op eco-friendly. Hij wil de retro-nostalgie van de klassiekers niet meer over de vloer hebben. Te vervuilend. Uitsluitend nog stekkermobilité.
’t Is hoogstmodern natuurlijk, maar ik vraag me af of hij hier de komende verkiezingen mee gaat winnen. Die ouwe autootjes, daar kwamen flink wat toeristen op af, daar had de lokale middenstand wat aan. Moet je ze niet afnemen. En die laadpaal waaraan zelden een Tesla aan lurkt is op z’n minst zo controversieel. Want als er wél zo’n modern slagschip aanlegt, is er meteen een probleem. De laadpaalplek bij de boulesbaan is namelijk slechts geschikt voor hele kleine Franse autootjes. Even niet ‘groter’ gedacht bij het ontwerp ervan. Dus staat die elektro-bolide als een ware wegversperring urenlang het doorgaande verkeer te belemmeren. Zou me niks verbazen als er tijdens een pittig potje pétanque ‘per ongeluk’ zo’n metalen bal op de motorkap terecht kwam.

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler.

11 gedachten over “Auto-nostalgie

  • do 2 januari 2020 om 17:23
    Permalink

    Super die reclamevan Citroën. Jeugd sentiment !

    Beantwoorden
  • do 2 januari 2020 om 18:14
    Permalink

    Zo had ik een metallic blauwe Simca 1100 Spécial die het heel lang heeft gedaan totdat na starten de versnellingsbak het gewoon weigerde. Nou zaten er ook al gaten in de vloer met als gevolg in de winter ijs op de vloer dus ik heb ‘m laten afvoeren.

    Beantwoorden
    • do 2 januari 2020 om 18:23
      Permalink

      Wat leuk! Ik heb ook ooit een Simca 1100 gehad (met zo’n aflopend kontje) maar die zoop zoveel dat ik ‘m niet meer kon betalen. Was trouwens ook metallic blauw…

      Beantwoorden
      • do 2 januari 2020 om 19:12
        Permalink

        Rijd nu alweer 3 jaar met veel plezier een C3.

      • vr 3 januari 2020 om 09:54
        Permalink

        Top!

  • do 2 januari 2020 om 23:48
    Permalink

    Voor mij heeft heel lang de Citroen !! N een belangrijke rol gespeeld, waarmee ik zelfs naar de Zavodi Crvena Zastava fabrieken in Joegoslavie reed, doch nooit zonder een gereedschapskist en wat reserve onderdelen achterin.Ik heb er een stuk of 7 gehad inclusief de gangster-limousine (de 6 cilinder)
    De Zastava fabriek heeft de NAVO in 1999 gebombardeerd. Een Fiat 500 te ver of zo. Een misserdje, want de wapenfabriek van oa de AK 47 stond een kilometer vederop en die staat er nog steeds.

    Beantwoorden
    • vr 3 januari 2020 om 10:00
      Permalink

      N? Bedoel je misschien LN? Wel jammer van die Zastava fabriek…

      Beantwoorden
  • vr 3 januari 2020 om 00:02
    Permalink

    Het lijkt wel bij mij in het dorp, daar hebben ze recentelijk ook twee oplaadpunten geplaatst. Als (ik heb het nog nooit gezien) er überhaupt een auto gaat staan, staat ie met z’n kont halverwege op de dorpsstraat aangezien de plaatsen niet langer dan twee meter zijn… Ik hoop dat ik nog een tijdje in mijn oude diesel Mercedesbusje mag rijden want die is nog lang niet op…

    Beantwoorden
    • vr 3 januari 2020 om 10:02
      Permalink

      Dat bedoel ik! En ik tuf ook nog gewoon op benzine hoor.

      Beantwoorden
    • vr 3 januari 2020 om 21:41
      Permalink

      Citroen Traction Avant 11 Normale. Je had de typen 11 Sport, 11 Commerciale (3 rijen zittingen, extra ruitje ) en nog eentje waarvan ik de naam niet meer weet. Het zijn de beste producten die Citroen ooit op z’n klanten uittestte. :)

      Beantwoorden

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: