Home

Met gillende sirenes kwamen de pompiers een paar uur geleden langs gescheurd, Brand? Nee, het had de halve morgen geregend en er was geen wolkje aan de lucht.
“Kindje verdronken”, vertelde de buurman nuchter tijdens het apéro voor de lunch.
“Wát?”
“In het zwembad van die ‘Suisses’ hier verderop, die hebben hun huis aan vakantiegangers verhuurd, ‘des Anglais’. Moet je ook niet doen, je huis verhuren, als je geen hek om je zwembad hebt gezet.” De buurman is nogal een directe.
Gelukkig bleek vanmiddag dat het Britse jongetje van amper vier jaar oud het gered heeft. Na een nachtje observatie in het ziekenhuis mag hij waarschijnlijk morgen alweer naar huis. Echt naar huis, de Engelsen zijn al aan het pakken; dit wordt geen leuke vakantie meer.
Intussen had de buurman wel een punt.
Sinds 2003 is het wettelijk verplicht je zwembad te beveiligen om te voorkomen dat kinderen te water raken en verdrinken. En toch komt er alleen al hier in de Var elke maand (!) een kind onder de vijf om het leven door verdrinking.
Teveel (tweede)huiseigenaren realiseren zich dat niet, als ze hun huis aan vakantievierders verhuren. Of als ze hun kleinkinderen op bezoek krijgen. Of als spelende buurkinderen -per ongeluk- in hun tuin terecht komen. Terwijl er iemand is, of niet, want ook dat komt veelvuldig voor: een verlaten huis met een verlaten zwembad. En als dat niet beveiligd is, schrijft het doemscenario zichzelf. Niet alleen voor de (dodelijke) slachtoffertjes die er kunnen vallen, maar ook voor de huiseigenaar die zijn wettelijke verantwoordelijkheid niet genomen heeft en dus gewoon de bak indraait. Overigens, ook als het niet misgaat maar je bij een inspectie tegen de lamp loopt, ben je de klos: de boetes zijn hoog. Terecht. Ik ben geen overdreven aanhanger van law&order, maar met levens moet je niet spelen. En al te vaak is het gewoon nonchalance, of een centenkwestie: ‘het zal zo’n vaart niet lopen’, ‘we wonen afgelegen’, ‘we letten goed op’, ‘komt volgend jaar wel’.
Ja, het is gedoe.
En ja, het kost geld.
Hoeveel gedoe en geld mag het kosten? Een kinderleven?
Hieronder de globale investering voor één van de vier wettelijk verplichte maatregelen die u kunt treffen. Kies zelf maar.
– Een veiligheidsdek: een ‘bâche’ (die moet voldoen aan de normering) die het hele zwembad bedekt als het niet wordt gebruikt, of een oproldek; beide moeten minstens 100 kg gewicht kunnen dragen. Kosten vanaf circa € 1500.
– Een alarminstallatie: er zijn diverse types. Bijvoorbeeld een barrière met infraroodsensors die aangeeft of er een kind in de buurt van het zwembad komt, of een detector die alarm slaat als een kind in het water valt. In het laatste geval is het onheil dan al geschiedt, dus dan moet je er razendsnel bij zijn. Kosten: een paar honderd euro.
– Een stevig hek rond het hele zwembad: dat moet minimaal een meter van de badrand worden neergezet en moet minstens 1.10 meter hoog zijn. Het toegangspoortje moet op slot kunnen, en liefst vanzelf in het slot vallen. Vanaf circa € 1000, maar wie het mooi wil doen is flink wat meer kwijt.
– Een zwembadoverkapping: een permanente of verwijderbare ‘serre’, laag of zo hoog dat je eronder kunt zwemmen (wat meteen het zwemseizoen weer verlengt), goed afsluitbaar vanzelfsprekend. Maat zoiets kost vanaf enkele duizenden euro’s tot wel € 30.000.
De wet waar het om gaat is hier te vinden. En alles over zwembadveiligheid hier.
Overigens is geen enkele methode zaligmakend; alleen permanent toezicht op kleintjes door ouderen kan een drama voorkomen. Maar dat wist u natuurlijk al.

Ik heb een zwak voor het onvergetelijke chanson van Charles Trenet, ‘La Mer’. Hij schreef het in 1943 in de trein -op weg van Parijs naar het zuiden- in tien minuten, op toiletpapier van de SNCF. Maar het werd een wereldhit in meer dan 400 uitvoeringen. Voor mij heeft de oerversie die Trenet in 1946 op de plaat zette, eeuwigheidswaarde, ondanks de krakkemikkige opname, het joelende koortje en de gierende uithalen aan het eind: luister hier maar.
Toen ik vele jaren geleden in Frankrijk kwam wonen, ben ik in Antibes een kijkje gaan nemen bij zijn beroemde huis La Carrière. Beter bekend als Le Bateau, vanwege de opmerkelijke architectuur die volgens kenners sterk aan een ‘paquebot’ doet denken. Ik vond het een spuuglelijk huis, maar het had wel wat, met name een prachtig uitzicht op zee; Trenet had wat met de zee, dat was wel duidelijk.
Trenet (geboren in 1913) stierf in 2001en sindsdien is Le Bateau het slachtoffer van gedoe. De villa (999, chemin de Saint-Maymes, 285 m2 ‘habitable’, zwembad, 5.000 meter tuin, ‘vue mer’) viel erfrechtelijk toe aan Georges El Assidi, de vriend en secretaris van Trenet. Maar El Assidi kon de successie/erfbelasting niet ophoesten en het huis verviel aan de zakenbank ‘Banque 1818’, waar El Assidi leningen had lopen. De bank verkocht vervolgens de villa in 2009 voor 1,7 miljoen aan ene Florian Lang, de baas van een communicatiefirma. Maar die kon onlangs niet langer aan zijn betalingsverplichtingen voldoen, waarop de villa opnieuw aan de bank verviel. Dus probeerde Banque 1818 deze week Le Bateau via een veiling in Grasse te slijten; het huis moest minimaal 1,5 miljoen opbrengen. Maar er werd geen enkel bod uitgebracht.
Tja. Ik heb geen verstand van huizenprijzen, maar als je in makelaarsadvertenties soms vraagprijzen voor ‘minabele’ optrekjes tegenkomt die je begrip te boven gaan, dan lijkt me 1,5 miljoen niet overvraagd voor zo’n bijzonder en cultuurhistorisch pand. Het zal wel te maken hebben met de stevige adder onder het gras: de villa wordt officieel ‘bewoond’ door de ‘Fondation pour la mémoire de Charles Trenet’ en bewoners -al of niet fysiek- zet je er niet zomaar uit.
Banque 1818 heeft wel besloten het pand, dat inmiddels stevig aan achterstallig onderhoud lijdt, eerst maar eens op te knappen. Om daarna een nieuwe poging te wagen ervan af te komen. De bank verwijt intussen die stichting dat de villa zo verwaarloosd is.
Advocaten lopen zich handenwrijvend warm, dit kon weleens een heel profijtelijke lange procedure worden.

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboek.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Kersentijd! En de (eigen) oogst is overvloedig. Wat moet je met al die kersen? Ja, opeten, maar bewaren is ook een optie. Door ze in te maken, door er jam van te fabriceren, of door er een authentieke Provençaalse clafoutis van te bakken; die kan ook nog eens de diepvries in.
Eén probleem: die kersenpitten! Ja, ze horen erin, maar niet bij mij. Vreselijk als je er bij elke hap je gebit op stukbijt. Ontpitten dus. Handmatig, met een mesje, is langdurig rotwerk. Gelukkig bestaan er kersenontpitters, van eenvoudige éénpitswerktuigen tot ingenieuze ontpitmachientjes. Onder meer te bestellen via internet: hier, hier, hier, hier en hier bijvoorbeeld.

Ingrediënten :
700 gram rijpe kersen
2 hele eieren + 2 eierdooiers
100 gram bloem
100 gram bruine suiker/rietsuiker
¼ liter melk
60 gram boter
1theelepel vanille-extract
1 zakje vanillesuiker
snufje zout

Bereiding :
Was de kersen en haal de steeltjes eraf, verwijder de pitten (zie hierboven).
Verwarm de oven voor op 180/200 graden. Doe de boter in een taartvorm en zet die even in de oven tot de boter gesmolten is (niet bruin laten worden!) en haal uit de oven. Laat de oven verder voorverwarmen.
Klop de eieren los (de hele eieren, plus de extra dooiers) in een ruime kom, doe er het zout en de bruine suiker bij en klop alles flink met de mixer door elkaar. Voeg het vanille-extract toe en strooi de bloem erbij, mix opnieuw tot een mooie gladde massa.
Voeg al roerend (niet meer mixen) de gesmolten boter uit de taartvorm en de melk toe, en op het laatst de kersen.
Vet de taartvorm in met het restje achtergebleven boter, met behulp van een stukje keukenpapier. Giet de massa in de vorm, verdeel er nog een paar klontjes boter over en laat in 45 minuten in de voorverwarmde oven gaar worden. Haal de clafoutis uit de oven en bestrooi meteen met de vanillesuiker. Laat afkoelen en serveer lauwwarm.
Te grote kersenoogst? Maak nog meer clafoutis en vries ze in.

Vorig jaar verloor ik een dierbare vriend. Goed, hij was weliswaar bijna tachtig, maar het kwam toch nog onverwacht; we hadden slechts enkele weken ervoor nog ‘en famille’ zo’n onwaarschijnlijk lange Provençaalse lunch genoten in La Celle, bij L’Abbaye de la Celle van Alain Ducasse. Herman hield van het goede leven en leefde er goed van. Ik ontmoette hem en zijn echtgenote Helena vanwege een interview in het allereerste nummer van mijn blad Côte & Provence, eind 2001. We werden vrienden.
Ooit was Herman Krikhaar de roemruchtste galeriehouder van Nederland, nooit vies van een stunt om een expositie onder de aandacht te brengen. Zijn neus voor talent hielp menige aanstormende kunstenaar -zoals Karel Appel- op weg naar een comfortabel banktegoed. Pas toen Herman die galerie opdoekte kwam zijn eigen artistieke gave uit de verf. Sindsdien schilderde en beeldhouwde hij, met name in de Provence, alsof hij geen tijd meer te verliezen had. Voor hem geen gezapige oude dag onder de zon (“asjeblieft zeg, dat zou dodelijk zijn”) maar wérken! Hij dacht het nog minstens tien jaar vol te houden, in 2001. En hij heeft het op een haar na gehaald. Maar intussen had hij wel de Herman Krikhaar Foundation in het leven geroepen. Net als vroeger, vond hij dat jong talent een kans moest krijgen, en daar wilde hij graag een handje bij helpen.
Zo’n half jaar voor zijn dood ontmoette Herman de kunstenaar Ramon Otting, de helft jonger dan hij. Maar ze konden het uitstekend vinden samen. Zoals Helena -de weduwe van Herman- het vertelt: “Ramon heeft eenzelfde openheid en enthousiasme. Zo moet Herman het veertig jaar geleden ongeveer gedaan hebben. Ramon komt uit de reclamewereld, maar heeft een hele goede hand van schilderen en vijf jaar geleden maakte hij de ommezwaai om definitief kunstenaar te worden.
“Ze hadden samen in december 2009 het plan gemaakt om in 2010 met z’n tweeën een expositie te houden: 80 – 40, maar het is er niet meer van gekomen.”
In plaats daarvan mag Ramon nu twee maanden in het atelier van Herman in Salernes werken. Dankzij die Foundation.
Helena: “ Voor mij is het een bijzonder gevoel te weten dat Ramon zometeen in Hermans atelier zal gaan werken – het is zo kaal dat er niets gebeurt. En Ramon verheugd zich erop om zich twee maanden te kunnen terugtrekken om alleen maar te schilderen; iedereen trekt aan hem, wil werk van hem. En hij wil vooral hier in het landschap zitten – dat is de basis van zijn werk.
“Ik wil zo graag dat het huis weer kan leven als voorheen – met mensen die kunst maken of er van houden. Voor mij is dit een feest.”
Wie wil meegenieten: er is een expositie van 28 mei tot eind juni. Kijk op www.hermankrikhaar.com


Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboek.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ingrediënten:
1 kilo filets van verse witvis (baars, brasem, zeeduivel, wijting, heilbot, zonnevis, tarbot, kabeljauw enz.)
12 garnalen of rivierkreeftjes
koppen en graten voor de bouillon, of een kant-en-klare visfond
1 ui (gesnipperd)
2 preitjes (gesnipperd)
1 winterwortel (geschild, in plakjes)
8 tenen knoflook (uit de knijper)
½ l droge witte wijn
½ l water
1 grote sinaasappelschil (schoongeboend)
3 takjes tijm
half bosje peterselie (fijn gesneden)
2 laurierbladeren
1 takje venkel (of een scheutje pastis)
peper en zout
3 eierdooiers
olijfolie

Bereiding:
Breng wijn en water in een ruime pan aan de kook. Doe de koppen en graten erbij en laat een uurtje op laag vuur trekken. D bouillon door een zeef gieten en terug in de pan doen. Bij gebruik van een visfond, de wijn met de fond (eventueel met water erbij; zie de aanwijzingen op de verpakking) aan de kook brengen. Voeg alle overige ingrediënten toe, behalve de vis en schaaldieren, en hou 4 tenen knoflook en een paar takjes peterselie apart. Laat nog circa 20 min. stoven, voeg dan de vis en de garnalen/rivierkreeftjes toe en laat nog een minuut of tien mee stoven. Breng eventueel op smaak met peper en zout. Haal de vis en de schaaldieren eruit en hou warm in de oven op de laagste stand. Laat de hete bouillon afkoelen tot matig warm.
Pers de achtergehouden tenen knoflook uit boven een kom en voeg de eierdooiers plus wat peper en zout toe. Klop of mix de dooiers los, en voeg steeds een klein scheutje olijfolie erbij, tot er een dikke mayonaise ontstaat. Voeg dan steeds een soeplepel van de warme bouillon toe, tot de mayonaise een soepele crème geworden is. Giet deze al roerend, scheutje voor scheutje, terug in de pan met bouillon, zodat de soep mooi gebonden wordt.
Verdeel de vis over vier borden en giet er een flinke plas bouillonsoep omheen. Bestrooi met fijngehakte peterselie. Geef er (geroosterd) stokbrood bij en een mooi glas witte wijn of rosé.

De waarschuwingsborden die een radarcontrole een stukje verderop aangeven, gaan verdwijnen. Volgens een enquête van AutoPlus vindt 57% van de Fransen dat maar niks; stel je voor dat je niet op tijd in de remmen gaat en dus een boete krijgt. Dat lijkt dus precies de bedoeling van de overheid: kassa!
Mijn bejaarde Mitsubishi Pajero Sportwagon kan zo hard niet. Vind ik soms erg vervelend. Toen ik iets jonger was reed ik nog in een echte Fiat Abarth, hetgeen mijn man iets minder beviel. Hij is niet zo van de racemonsters en/of snelle vrouwen.
We kwamen afgelegen te wonen en vanwege het betrekkelijk onmogelijke oprijlaantje besloten we te kiezen voor een 4×4. Eerst een Landrover Discovery, die aan een soort van Engelse ziekten leed, daarna een Suzuki Vitara die perfect was, maar iets te klein voor de formidabele herdershond die ineens kwam aanlopen en daarna dus de onze was.
Zo kwam ik bij mijn Mitsu terecht, nu al een paar jaar mijn beste vriend als het over vierwielers gaat. Ik heb het niet helemaal gevolgd, maar volgens mij heeft Mitsubishi als zo ongeveer het enige merk nooit auto’s hoeven ‘terugroepen’.
Liever niet, maar soms moet ik naar Nice. En dan kom ik op de A8 bij Les-Adrets-de-l’Estérel langs zo’n radar. Die staat er al jaren, ik weet dat ik er maar 110 k/uur mag. Ik ben nog in de Var, waar je normaal gesproken probleemloos 130 mag rijden; in de hele Alpes-Maritimes (vanaf die flitspaal net over de departementsgrens) mag je niet harder dan 110 km/uur. Zelfs mijn Mitsu vindt dat tamelijk slap, bij iets van 120 km/uur is hij op zijn gemak. Nog iets harder overigens, en hij begint me spontaan op het brandstofgebruik te attenderen.
Vandaag in de post: zo’n mededeling dat ik bij Les-Adrets-de-l’Esterel betrapt ben op een snelheidsovertreding. In mijn Mitsu, ‘of all creatures’?
Ik ga er maar een zaak van maken. Ik heb al uitgezocht dat die radarpost op nummer twee staat van de Franse topscorelijst van flitspalen: kilometertje te hard en je hangt. Topomzet voor de overheid! Flinke kans dat ik kan aantonen dat Mitsu daar niet en nooit écht te hard gaat.
Die snelheidsbeperking in 06 (Alpes-Maritimes) wordt gerechtvaardigd door milieu-overwegingen. Ik vind dat geen overtuigend verhaal. Betrekkelijk schone lucht zit er niet in, er wonen in dat gebied immers veel teveel mensen op een kluitje en het vliegveld van Nice helpt ook niet echt. En vóór iedereen gaat roepen “dáárom moeten we ons aan de snelheidslimiet houden”: de metingen van vorig jaar tijdens de beruchte ‘pics d’ozón’(smogdagen) gaven geen verbetering te zien bij de verplichte lagere snelheid. Wat wel hielp was een fikse mistral om de boel schoon te blazen.
En of snelheidsbeperkingen aan de verkeersveiligheid bijdragen, ik heb zo mijn twijfels. Voor zover ik uit statistieken kan opmaken, is het op de weg in Duitsland veiliger dan bij ons in Frankrijk. Ik kom er nooit, maar in Duitsland mag je er volgens mij nog gas geven. Ik heb ook een tijdje in Portugal gewoond, daar was het pas echt linke soep. De gemiddelde Portugese bestuurder kiest gewoonlijk uit drie snelheden: snoeihard, stapvoets of stilstaan. Maar dat doen ze dan wel allemaal tegelijk op dezelfde snelweg. Inhalen is een eufemisme voor vrijwillige euthanasie.
Maar goed, eigenlijk wilde ik alleen maar vertellen dat toeristen die deze zomer richting Cannes en Nice toeren, ter hoogte van Les-Adrets-de- l’Esterel op de A8 erg moeten oppassen. Die flitspaal dóet het. Gretig! En er staat binnenkort dus geen waarschuwingsbordje meer bij. Of hij correct functioneert, ben ik nu aan het uitzoeken. Een geforceerde bijdrage aan de omzet van de overheid spreekt me nu eenmaal niet zo aan.
Wie er net zo over denkt, hier staan de flitspalen: http://www.radars-auto.com/carte-radar/provence-alpes-cote-d-azur/ Wie niet in de Provence woont: klik op ‘carte radars’ links op de site.

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboek.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Vanmiddag de lunch bij een ouderwetse ‘routier’ afgesloten met een overheerlijke crème brulée. Meteen het recept gevraagd. ’t Kan bijna niet simpeler, maar lèkker!

Ingrediënten:
5 eierdooiers
100 gram suiker
50 cl room
1 vanillestokje

Bereiding:
Mix de eierdooiers en de suiker (mixer op de hoogste stand) door elkaar tot de massa wittig en schuimig wordt. Snij het vanillestokje in de lengte in tweeën en schraap de vanillekorreltjes eruit, boven de mengkom. Schep ze door het mengsel. Meng er beetje bij beetje de room doorheen (mixer op de laagste stand, of gebruik een vork). Verdeel de massa over vier vuurvaste bakjes/schaaltjes en zet ze 1 uur in een op 100 graden voorverwarmde oven.
Laat ze daarna afkoelen tot kamertemperatuur en zet ze dan 2 uur in de koelkast.
Haal ze eruit als de crème goed is opgestijfd en bestrooi de bovenkant vlak voor het opdienen met bruine suiker (of rietsuiker). Zet de bakjes pal onder de hete grill tot de suiker gesmolten is. Meteen opdienen, terwijl het bovenlaagje nog krokant is.