Een hapje eten op het dorp

Ondanks de ‘canicule’ hard gewerkt vorige week. Terwijl de overheid vond dat de hittegolf speciale voorzorgsmaatregelen eiste, tikten wij braaf onze stukkies in een oververhit kantoor waar zelfs euthanasistische mussen met een boogje omheen hipten: dan nog liever een ‘Herman-Broodje’ vanaf het dak.
“Klaar!”, riepen we gisteren dus opgelucht om een uurtje of vijf. “We gaan uit eten, als beloning”. Maar wel in de buurt, want een serieuze autorit zat er niet meer in; feestelijk glaasje verder. Het werd één van de twee concurrerende eethuisjes in het dorp waar ik eerder over schreef. Op het pittoreske pleintje met de concurrenten aan weerszijden van de rustieke fontein. Het ene heeft de vriendelijkste uitbater, maar een matige keuken. Het andere heeft een restaurateur (ze haalde landelijke bekendheid in de kook-tvserie ‘Oui chef’) die lang als bitch bekend stond, maar inmiddels aangenaam is bijgedraaid. Plus: ze wint het ruimschoots qua menukaart. We kennen de uitbaters allebei, al jaren. En ze gunnen elkaar het licht in de ogen niet. Schuif je bij de een aan, dan schoffeer je de ander. We kozen schaamteloos voor de betere menukaart. En ook een beetje voor de pittige Ghanese staigiare die deze zomer de bediening doet.
Ongewoon goed gegeten; de tamelijk verrassende makreelsalade zal ik niet snel vergeten. En naast ons zat een Duits echtpaar dat ook rookte. Hun krullebol van een hondje scoorde mede aan onze tafel.
Maar het duurde even voor we konden aan schuiven. Er bleek een laser-disco-dj-show gepland op de boulesbaan naast het pleintje, waarvan we de aankondiging over het hoofd hadden gezien. Parkeren in de buurt was kansloos, dus dubbelden we terug naar onderaan het dorp. Dat dat ineens verboden was, realiseerden we ons pas toen we langs de gloednieuwe borden terug naar boven liepen. Langs de boulesbaan, waar inmiddels een podium was opgebouwd. We vreesden de herrie die daar straks vanaf zou komen, maar dat viel alleszins mee. Gedurende de maaltijd hadden we alleen te maken met een verdwaalde straatartiest op leeftijd, die de term ‘jammerhout’ van een geheel nieuwe dimensie voorzag. We hebben hem rijkelijk beloond, zodra hij ophield.
En eerlijk gezegd leverde hij een memorabele bijdrage aan een geweldige avond. Want hij speelde in elk geval zelf, en vol overtuiging. Daar kon die gevreesde disco-dj-manifestatie die straks -rond een uur of tien- zou losbarsten, vast niet aan tippen. Dat bleek niet te kloppen.
Terwijl we langs de boulesbaan naar beneden slenterden, hoorden we Brel’s ‘La Valse à Mille Temps’ opklinken. We bleven staan.
We keken elkaar even aan toen Julien Clerc ‘This Melody’ aanhief.
En we smolten definitief op de klanken van ‘La Mer’ van Charles Trenet.
“Ouwelullendisco”, zeiden we, terwijl we -gelukkig ongezien- mee-wiegend het parkpaadje naar de auto afdaalden. “Véél te hard gewerkt”, stelden we elkaar innig tevreden gerust.

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

3 gedachten over “Een hapje eten op het dorp

  • ma 29 augustus 2011 om 14:30
    Permalink

    Hi Renée,
    Op de dag dat jij je stukje schreef in de bloedhitte en ’s avonds genoot van eten en heerlijke Franse chansons, vierde ik mijn verjaardag in Nederland.
    Daar was het gelukkig aangenaam warm, xwe konden buiten lunchen, maar helaas geen Franse muziek.
    Ik ben inmiddels weer thuis, goed voorzien van Nederlandse litteratuur, wel lekker om weer een boek in het Nederlands te lezen.
    Ik blijf je stukkies, zoals jij ze noemt, lezen en geniet ervan.
    Groetjes uit Cardaillac,
    Jacqui.

    Beantwoorden

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: