Home

schermafbeelding-2016-12-30-om-12-51-51

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

De laatste dag van het jaar, druk druk. Alles staat in het teken van de avond, en wie denkt er nou helemaal aan de lunch? O ja, die hadden we ook nog. En als je straks nog even móet, dan kan een hapje zo halverwege de dag je nou net de basis geven om nog een tijdje door te kunnen. Worstelend met oliebollenbeslag, aanmodderend met appelbeignets. Of druk in de weer met een klassieke zalmsalade, je geestelijk voorbereidend op het openslopen van oesters…
Rustpuntje dus. Met een snelle hap waarmee je halverwege de dag weer even op krachten kunt komen. Niks ingewikkelds, maar wel een snelle ‘powerboost’.
Dus gewoon genieten van een relaxte lunch en rustig doorademen. Komt die hele jaarwisseling helemaal vanzelf goed.

Ingrediënten:
1 bakje (kastanje)champignons
1 bosje peterselie
1 teen knoflook
4 eieren
witte wijn
olijfolie
truffelolie
zout en zwarte peper uit de molen

Bereiding:
Spoel de champignons af, snij het onderste stukje van de voetjes en hak ze grof.
Hak de peterselie fijn, gooi de dikste stelen weg.
Pel de knoflookteen.
Verhit een scheutje olijfolie in een ruime koekenpan.
Doe er de peterselie bij en laat even aansmoren.
Voeg de champignons toe, roer om en giet er een ferme scheut witte wijn bij. Laat ze stoven tot ze beginnen te verkleuren.
Knijp de knoflook uit de knijper er over uit, voeg zout en peper naar smaak toe en roer alles nog eens door elkaar, laat nog een minuutje doorstoven.
Breek de eieren, elk in een ‘hoekje’ van de pan, en laat alles op laag vuur sudderen tot de eieren beginnen te stollen.
Druppel er in de warme pan wat truffelolie overheen.
Verdeel alles over de borden en probeer de eieren heel te houden; iedereen mag op z’n eigen bord de boel verder door elkaar husselen.
Geef er sneden geroosterd boerenrood bij. En een glaasje stevig rood.
Bon app! Bonne année!

Truffelmarkt

do 29 december 2016

truffe-1
Snoeikoud vanmorgen, maar de echtgenoot stond erop: “We gaan naar Aups.”
“Bon. Jij krabt. En jij rijdt.” Ik sudderde nog in halfslaap tijdens het ochtendrondje met de honden, maar had ‘en passant’ gezien dat het ijs in fraaie, dikke kristallen op de autoruiten stond. Op álle autoruiten.
Net uitgesnotterd van een forse griep – het heerst hier, en niet zo’n beetje ook – zei hij luchthartig “ja” en even later zag ik hem inderdaad energiek met het krabbertje in de weer dat ooit meeverhuisd was uit Nederland en waarvan we nooit gedacht hadden het hier in de subtropen nodig te hebben. De frisse lucht deed hem zichtbaar goed. Mooi zo.
In de auto op weg naar Aups zette ik de verwarming op ‘loei’ en mocht van de echtgenoot kiezen: dimmen, of het raampje ging open. In Rotterdam zeggen ze dan “ken je bek nog verder open”, maar het leek me beter om deze voortvarende echtgenoot maar even niet in het vaarwater te zitten. Ik trok mijn legerjekkie wat strakker om me heen en schroefde de heteluchtblaas terug tot conversatieniveau, zodat we elkaar weer konden verstaan. Of anders wel m’n favoriete Bach-CD. Daar kan ik over nadenken trouwens: hoe zou Bach reageren als hij wist dat zijn muziek tijdens een bochtig bergcircuit via de auto-audio werd genoten. Op truffeljacht nog wel.
“En waarom moeten we ineens zo nodig naar Aups?” Ik wist het wel, maar hij mocht het zelf zeggen.
“De truffelmarkt natuurlijk! Krappe oogst, maar wel van topkwaliteit. Zal wel duur wezen, maar we kunnen best even kijken.”
Daarna volgde nog iets over ‘uit je comfortzone komen’ en ‘frisse neus’ en meer van die marketing-blabla, dus begon ik me ernstig zorgen te maken over de bijwerkingen van de anti-rhumepillen die ik me door de apotheek had laten aansmeren en die hij met grote tegenzin (“ik moet geen pillen”) had geslikt omdat ie na een snotkerst niet ook nog eens snuitend en snifferend het nieuwe jaar in wilde.
We vonden een parkeerplekje, een flink eind lopen van het centrum waar de truffelmarkt plaats vond, maar het was al heel wat dat we de auto kwijt konden. Het was druk. Natuurlijk was het druk. Die truffelmarkt in Aups is wereldberoemd. Elke donderdag – van eind november tot half februari – schuiven liefhebbers, connaisseurs, restaurateurs en toeristen langs de tafeltjes waarop de kostbare waar naast een weegschaaltje in rieten mandjes bekleed met een Provençaals stofje, liggen uitgestald. Prijskaartjes ontbreken vanzelfsprekend; over de prijs van het zwarte goud moet onderhandeld worden.
En als je geen idee hebt, kan die prijs aardig oplopen. Dit jaar doet de ‘rabasse’, de Provençaalse truffel, officieel rond de 800-1000 euro per kilo. Maar voor een mini-stuitertje hoorde ik al 60 euri vragen. Ik dacht met weemoed terug aan m’n oude boer-buurman Marius, levensgenieter en gourmand eerste klas, die een paar jaar terug op 93-jarige leeftijd voor het laatst zijn kaarsjes uitblies. Hij wist precies hoe je voor een krappe prijs een knappe truffel kon veroveren. En waar je op moest letten om niet belazerd te worden. Met witte zomertruffels (minder smaak, minder waard) die zwart geverfd waren. Truffels met een schot hagel in hun donder, zodat ze zwaarder wogen. Chinese importtruffels (“even laten stuiteren, ’t zijn net pingpong balletjes”) en slimme verkopers die tijdens het wegen slinks een duim op het schaaltje drukten. Daar hoefden ze bij Marius niet mee aan te komen. Van Marius leerde ik ook dat je altijd even in een truffel moet knijpen. Om na te gaan of die niet ‘week’ was. In dat geval was de vorst erover heen gegaan en dat betekende smaakverlies. Bovendien won hij altijd elke prijsonderhandeling. Grijnzend.
Die tijden zijn samen met Marius dood en begraven. Wie vakmatig wat met truffel wil, heeft niets meer op zo’n markt te zoeken, die heeft zijn eigen adresjes en dealt binnenskamers. Maar ‘t is wel leuk om er te kijken, al gaat om amper meer dan een zevental armoedige truffeltafeltjes, wat keukenattributen en iets met mandjes en kleedjes. En het is ronduit vermakelijk om mee te maken hoe er hier en daar toch een redelijk geagiteerd opstootje ontstaat rond zo’n tafeltje waar het loven en bieden steevast uitloopt op het bakzeil van de toerist die in zijn reisgidsje had gelezen dat je beslist moest afdingen.
“Ik heb het koud”, zei ik tegen de echtgenoot, terwijl ik een minuscuul flesje truffelolie ter waarde van € 14,90 in de tas liet glijden. Trouwens nog net op tijd doorgehad dat het prijskaartje erbij niet op het begeerde potje truffelschaafsel ernaast sloeg, dat deed € 39,50. Ik ken mijn grenzen.
“Dan gaan we wat warms drinken.”
We vonden een terras naast de markt, zonnig, uit de snijdend koude wind. En streken neer aan een tafeltje. We hebben er zo ongeveer een kwartier gezeten. Zonder drankje. Ook bij onderzoek binnen geen bediening te bekennen.
“Comfortzone maar weer?” vroeg ik vilein aan de echtgenoot.
Hij knikte. En oordeelde: “knap aan de prijs, voor zo’n armoedige markt.”
Ik kon hem alleen maar gelijk geven.
Onderweg naar huis mijmerde ik begeleid door de ‘Brandenburgse’ van Bach de lunch bij elkaar. Iets met ei, champignons, peterselie, witte wijn, truffelolie.
Werd het toch nog een mooie dag.
Morgen het recept. Beloofd.

schermafbeelding-2016-11-30-om-17-23-50

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

We gaan even Portugees, een beetje ‘tour de nostalgie’ zeg maar. Dat komt doordat er bij de bakker op het dorp ineens ‘pastel de nata’ in de vitrine lag. ‘Portugal!’, schoot het door me heen. Ik heb er een jaartje of vijf gewoond, en in zo’n beetje elk café en bij elke bakker werd je overladen met pastéis de nata, een mierzoet eiergebakje dat ergens in de 17e eeuw werd uitgevonden. In die tijd werd de kleding van kloosterlingen gesteven met eiwit, en je moest toch wat met al die overgebleven eierdooiers; de verkoop van taartjes betekende een leuke bijverdienste voor de veelal armlastige kloostergemeenschap. Het verhaal gaat dat Franse monniken het recept meenamen naar hun standplaats in Portugal. En toen hun klooster werd gesloten, verkochten ze het recept aan een suikerraffinaderij, die er in 1837 speciaal een fabriek voor opzette: Fábrica de Pastéis de Bélem. De fabriek in Lissabon staat er nog steeds.
Maar ik kwam – door heimwee geplaagd (“een moderne onzinziekte” aldus de echtgenoot) – weer terug naar m’n oude Franse dorp. En vond nergens meer aanvaardbare pastéis; ik ging ze maar zelf maken.
En nou ineens dat malle Frans/Portugese gebakje bij de bakker in m’n huidige dorp. Ik kocht er een paar, liet de echtgenoot proeven: “Niet te vreten!” was zijn bikkelharde oordeel.
Dus maak ik ze gewoon weer zelf. Met weemoed en mooie herinneringen aan een fijn land. Zonder heimwee de andere kant op overigens; zo’n taartje is wel nostalgie genoeg. Feliz Natal!

Ingrediënten:
1 rol bladerdeeg
1 zakje vanillesuiker
6 eierdooiers (bewaar de eiwitten)
300 gram suiker
50 gram bloem
rasp van een halve citroen
½ liter melk
snufje zout

Bereiding:
Breng de melk met het zakje vanillesuiker aan de kook.
Meng in een kom de suiker en de bloem plus een snufje zout door elkaar.
Boen de citroen schoon en rasp er de helft van de schil af (geen wit mee-raspen).
Giet voorzichtig de hete melk onder goed roeren door het bloem/suikermengsel.
Roer de eierdooiers los en vork ze door het mengsel. Roer de citroenrasp erdoor.
Verhit de oven voor op 200/210 graden.
Rol het bladerdeeg uit en bekleed er een grote bakvorm, of een aantal kleintjes mee.
Verdeel het mengsel over de vorm(pjes).
Laat in het midden van de voorverwarmde oven een minuut of 10 à 15 garen. Wel opletten: de bovenkant mag niet verbranden.
Laten afkoelen en serveren met een glaasje witte port.

Extraatje:
Tja, wat doen we met die eiwitten. In elk geval geen kleding stijven. Een klein experimentje dan maar.
Neem 300 gram poedersuiker en het eiwit van 1 ei, meng tot je een kneedbare consistentie hebt, maak er hoopjes van en zet ze in de magnetron gedurende 2 minuten. Op 900W. Voilà. En morgen doen we het wéér. Tot ze op zijn.

Kerstinkopen

do 22 december 2016

1751703e94ece601

“Nou, dát hebben ze hier in elk geval óók al niet,” klonk het in onvervalst Hollands naast me toen ik in de supermarkt aan de rand van de grote stad in ‘up tempo’ wat voorraden dacht aan te vullen. Ik keek naar de afgeladen winkelkar die ik ter hoogte van de boulangerie-afdeling als wegversperring aantrof en waarnaast een struise blondine oprees, verpakt in een gewatteerd okseljasje, ‘skinny pants’ (fluisterbroek, noemt een vriend van me dat) en bijbehorende stiletto’s. Ze bladerde samen met haar eveneens krapverpakte vriendin door de meegebrachte Allerhande, waarin ze waarschijnlijk zorgvuldig de gedroomde kerstmaaltijd voor in haar Zuid-Franse vakantiehuis bij elkaar had gezocht.
‘Wegwezen!’ was mijn instinctieve reactie. Maar ja, dan moet je niet in je haast om weg te komen die volle kar midscheeps rammen. En ook nog eens van schrik ‘sorry hoor’ zeggen. Ik hing. Want ik wist vást wel waar…?
Kortom, ik wees ze bij wijze van schadevergoeding waar de vol-au-vents te vinden waren: “Nee nee, niet bij de bakkerij-afdeling maar ergens halverwege de ontbijtgranen en de koekjes twee paden verderop.” En dacht me alsnog uit de voeten te maken. Maar de dames hadden beet en lieten niet meer los voor we samen de halve Allerhande van wegwijzers hadden voorzien. Ik weet nu hoe een Hollandse kerstmaaltijd in al zijn door Appie bedachte glorie eruit dient te zien. En ik word er niet vrolijk van. Ieder z’n feestje, tuurlijk. Maar als ik langs zie komen wat er blijkbaar allemaal in twee dagen tijd moet worden weggestouwd aan luxe etenswaren breekt het zweet me uit. Een kleine greep:
Voorgerecht: gazpacho met gerookte amandelen, rauwe ham en Spaanse olijven
Tussengerecht: warmgerookte zalmtartaar met kappertjesvinaigrette
Hoofdgerecht: malse hertenbiefstuk met wildsaus, kaneelstoofpeertjes, aardappelgratin en haricotvertbundeltjes
Toetje: brownietaart met warme kersen en mascarpone.
En dat komt dan nog maar uit de Kerstbox die je blijkbaar overal in Nederland kunt laten thuisbezorgen (€ 75, ingrediënten voor een diner voor 4 personen, geen drank). Voor één maaltijd dus. De fourage voor twéé kerstdagen met ontbijt, lunch, diner, tussendoortjes en snackhapjes moet je er nog uit de rest van zo’n Allerhande omheen componeren. Geen probleem als je in Nederland (of tegenwoordig ook in België) bent, daar ruk je alles bij Appie het schap uit. Maar dat wáren deze dames niet, die moesten op eigen initiatief de boel in een Zuid-Franse supermarché bij elkaar zien te sprokkelen. Dat was een beetje uit de klauw gelopen, aan de overbeladen boodschappenkar te zien. Amper het Frans machtig hadden ze het zekere voor het onzekere genomen, met ‘God zegene de greep’ als leidraad.
“Met z’n hoe velen zijn jullie eigenlijk?” vroeg ik terwijl ik voorpiepte bij de kassa (ja zeg, ik ben wel gek maar niet goed) en de afgeladen boodschappentruck achter me tegen mijn enkels tot stilstand kwam.
“Met z’n vieren.”
“En hoe lang blijven jullie?”
“Tot de 26e, dan gaan we wintersporten in Chamonix.”
“Nou, dan wens ik je sterkte”, zei ik, wijzend naar de etensberg in de kar.
“O, komt wel op”, sprak de blonde optimistisch. “En zo niet, dan gaat de rest gewoon de vuilnisbak in.”
“Maar… wat je over hebt kun je toch aan iemand anders geven? Er zijn genoeg mensen die het hard nodig hebben. Ook hier hebben we voedselbanken, vlak in de buurt zelfs!”
“Ja zeg”, zei de blonde, “da’s gedóe. Met kerst wil ik wel me rúst.”
Nee, ik heb het niet gedaan, ik heb niemand van de hakjes geschopt, maar geloof me, het scheelde niet veel.
Voor wie wèl een hart in z’n donder heeft, en onverhoopt toch iets te riant inkocht, hier kun je je overtollige boodschappen kwijt: http://www.banquealimentaire.org/pages/ou-nous-trouver-0017
Maar ‘t zou mooier zijn als je vooraf een beetje nadacht, beschaafd voor jezelf ‘op z’n Frans’ inkocht, en vóór de feestdagen wat extra’s insloeg om aan zo’n voedselbank te doneren. Krijgt iedereen een veel prettigere kerst van. Geen Allerhande voor nodig.

CADEAU-IDEE: HET KAN NOG NET!

wo 21 december 2016

Jawel. Snel besteld, nog voor de Kerst in huis!
En als er nou eens iéts een warm winterpresentje met een zonnige inhoud is…
Ik wil maar zeggen, geef gewoon een hartverwarmend stukje Zuid-Frankrijk cadeau in plaats van saaie sokken of een complex computerspelletje.
Even lekker relaxen voor de haard, op de bank of languit in bed met
onbekommerde anekdotes uit de Provence.
En dat voor slechts € 16,95. Bij bol.com, Ako, Bruna, in uw lokale boekhandel, maar ook direct hieronder te bestellen
(ook verzending naar Frankrijk):

2-boekjes-schermafbeelding-2016-11-21-om-15-04-59

Bestel nu                  Bestel nu

 

 

92572498_o
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ik ben kerstmoe. We hebben nog een ruime week te gaan, maar ik ben nu al bekaf van alle onzin die er naarmate de feestelijkheden naderen, in steeds hysterischer hoeveelheid over je wordt uitgestort. Nog even afgezien van alle kopen-kopen-niet-kijken-reclames voor de meest uiteenlopende hebbedingen die je absoluut niet nodig hebt, kijk ik ook in totale verbijstering naar de aanzwellende gekte van ‘leuke’ kerstevenementen. Zo is er de ultieme carpool karaoke waarin sterren als Adele, Mariah Carey, Lady Gaga, Elton John, Selena Gomez, Demi Lovato, Chris Martin, Nick Jonas en de Red Hot Chili Peppers de ‘ultieme kersthit’ kraaien. En kun je vandaag in Rotterdam op het Stadhuisplein in het centrum van de stad voor sjaak gaan lopen in een poging het wereldrecord ‘foute kersttrui’ te verbeteren. Na betaling van € 7,50 (ook dat nog) mag je in je trui met kitscherige kerstman- of rendierenpatroon proberen met minimaal 3473 eendere sukkels het record te verbreken. Er is foute kerstmuziek, er zijn foute kerstsnacks en iedereen mag met de trui op de foto met de koning der foute kersttruien: de Kerstman. De animo is enorm, aldus de organisatie. Ook m’n geboortestad moet ik dus maar eens ernstig gaan heroverwegen.
home-hero_1024x1024Intussen is de hipster-kerststal (zie foto, kost maar $ 130) een ‘big hit’ op internet aan het worden: met 100% organische koe, een schaap in kersthesje, een herder die via whatsapp ‘de blijde boodschap’ verkondigt, wijzen uit het Oosten op een segway met een pak van amazon onder de arm en Jozef die een selfie maakt van coole Maria met (o ja!) dat kind.
Kerst, tuurlijk!
En dan denk ik, doe mij maar gewoon zo’n ouderwetse crèche met een paar santons erin. Dat mag van de overheid zelfs weer in openbare ruimtes, da’s via een hoogst moderne rechtszaak besloten. We hebben er op het gemeentehuis dan ook gewoon eentje staan. En als het zo ver is wip ik straks om middernacht wel even het lokale kerkje binnen voor een snufje nachtmis. Weten we weer even waar het ook al weer ècht over ging, dat feestje. Beetje ‘down to earth’ misschien en on-hip ouderwetsch, maar ach, wat (her)bezinning kan vast geen kwaad. En na die nachtmis delen we met z’n allen een toetje. Nou ja, 13 toetjes eigenlijk. Die gaan nergens over; noten, citrusfruit, geconfijte vruchtjes, rozijnen, dadels, noga. En de ‘pompe à l’huile’, een moppig brood op basis van olijfolie dat het verbindend element vormt. Nee, ’t gaat nergens over culinair gezien, maar die ‘treize desserts’ staan symbool voor Jezus en zijn 12 discipelen, dat brood voor verbroedering. En dat gaat wèl ergens over. Bovendien, van dat gekneed in zo’n deegklomp gaat een hele vreedzame werking uit.
Ik heb het recept vast al eens eerder gegeven, maar voor wie het gemist heeft, hierbij nogmaals. Kneden zij met u.

Ingrediënten:
500 gram bloem
25 gram verse bakkersgist
75 gram suiker
10 gram zout
150 cc olijfolie
1 citroen
1 sinaasappel
1 afgestreken eetlepel herbes de Provence

1 glas lauw water (30 ml)

Bereiding:
Boen de citroen en de sinaasappel schoon en rasp de schil van beide af.
Kneed een deeg met 200 gram bloem, de gist en het glas lauw water. Laat drie kwartier op een koele plaats (niet in de koelkast) rijzen.
Voeg dan de olijfolie en de rest van de bloem toe. Doe er de ‘herbes de Provence’ bij, plus de citroen- en sinaasappelrasp.
Meng alles voorzichtig door elkaar en laat het deeg drie uur rusten.
Vet een bakplaat in, vorm de deegklomp tot een rond brood van circa 30 cm in dikte en laat het nog een uur op het blik op kamertemperatuur doorrijzen.
Verwarm de oven voor op 220 graden. Bak het brood vervolgens een kwartier lang, of iets langer, tot het goed gaar is en begint te bruinen. Controleer of het deeg gaar is door een pin/prikker in het brood te steken (er mag niets aan blijven kleven als je ‘m eruit trekt). Haal het gare brood uit de oven en besprenkel het rijkelijk met olijfolie. Meteen warm opdienen, niet snijden maar er stukken vanaf scheuren. En er een glaasje rosé bij intappen, dat past overal bij.

Nachtuil

do 15 december 2016

full-moon-names
Volle maan vannacht, een laatste rondje met de honden. Geen wolkje aan de lucht, alles prachtig helder verlicht, zelfs de zaklamp kon uit. Ik word daar altijd een beetje poëtisch van. Niet dat ik dan ga jubelen of zo, maar ik kan dan echt in stille bewondering naar de berijpte takken van de bijna ontbladerde eiken kijken, de kristalpatronen op de autoruiten, het haarscherp afgetekende silhouet van het witte rotsmassief in de verte; allemaal van een zilveren schittering voorzien in dat wonderbaarlijk heldere maanlicht.
“Ja, mooi”, vond de echtgenoot, en huiverde met opgeslagen kraag alvast op huis aan.
En toen was er ineens dat geluid. Een klagelijke, langgerekte kreet, alsof er zojuist iemand met tintelende wintervoeten op z’n tenen was getrapt. Ik kende dat geluid! En huilde onmiddellijk terug in dezelfde langgerekte toonsoort. De echtgenoot kromp ineen, de honden spitsten de oren, ik ook. En even later kwam onmiskenbaar het antwoord in de vorm van een nieuwe jammerkreet: m’n uil was terug! Nou ja, of het dezelfde is moet nog blijken, maar ’t zou best kunnen. Ik bedoel, hoeveel uilen zijn er gek genoeg om midden in de nacht een boom op te zetten met zo’n mens? Ja ja, dat kun je ook omdraaien, dus misschien moet ik het even uitleggen. Ooit woonde ik een paar jaar in Portugal ‘au bout du monde’. Het was daar zo ver van alles en iedereen verwijderd dat je door de lokale dierenpopulatie na verloop van tijd als behorend bij de inboedel werd beschouwd. Zo was het tamelijk gewoon dat er ‘s avonds een dikke pad uit een naburige poel op het venster klopte om binnengelaten te worden, er regelmatig vosjes over het terras snelden, everzwijnen tijdens een wandeling een eindje met je opliepen en zwaluwen gezellig een stukje meezwommen en hun dorst lesten terwijl je wat lome baantjes in het natuurbad trok. Dan vind je het ook zo gek niet meer als er tijdens een nachtwandeling een uil antwoord geeft als je zijn kreet zo’n beetje weet te imiteren. Na verloop van tijd hielden we hele conversaties. Niet dat ik iets begreep van wat hij (of zij) uitkreet, en omgekeerd waarschijnlijk ook niet, maar het was een prettig contact.
En dan nu ineens hier weer! Ik gooide er nog een uithaal tegenaan. Dat was helaas iets teveel van het goede; de honden zagen daarin het sein om ook eens uitgebreid uit te huilen. Volle maan tenslotte, en als het baasje mag, is het vanzelfsprekend volkomen legitiem om ook even voor weerwolf te spelen.
Een heel eind verderop gingen wat lichten aan.
“Fijn, bedankt”, bromde de echtgenoot, de honden mee naar binnen trekkend. Ik bleef nog even talmen, waagde nog een laatste ‘oehoewwww’. Niks meer, behalve de honden, die zelfs in huis weer voorzichtig aansloegen.
Een eind verderop gingen even later de lichten uit. De maan verdween langzaam achter het rotsmassief in de verte. Ik blies een laatste ademwolkje de koude nachtlucht in en ging flink verkleumd naar binnen.
“Morgen is er weer een nacht”, zei de echtgenoot troostend terwijl hij me een hartverwarmend slaapmutsje inschonk, “maar mag het dan wat zàchter?”