Waarom oesters ‘huîtres’ heten

Raoul Duchemin schrijft al jaren over restaurants en eten & drinken in Zuid-Frankrijk, onder meer voor mijn tijdschrift Côte & Provence. Met enige regelmaat levert hij ook bijdragen aan ‘Kijk, Zuid-Frankrijk!’

We zitten gelukkig weer goed in de oesters, de ongekroonde kampioen van de fruits de mer. In dit deel van de wereld de onbetwiste lekkernij tijdens de jaarwisseling, een opluchting voor wie de oliebol al sinds zijn jeugd naar de afvalcontainer verbant. Tot levenslang veroordeeld als onverbeterlijke aanrander of misschien zelfs wel verkrachter van de smaakpapillen. In deze periode van het jaar verslurp ik elke dag wel iets van zes oesters, exclusief strikt puur. In resto’s zie ik er vaak vanaf vanwege culinair gedacht geknutsel van creatieve chefs die in hun oneindige scheppingsdrift niet snappen dat een oester alleen ‘kaal’ tot zijn recht komt. Mind you: een paar oesters zijn hier vaak voordeliger dan zo’n opgeblazen kroket in Nederland of Vlaanderen.
Tussen haakjes: met het aanbod van oesters zit het wel snor, maar niet met de foie gras, dat tweede verplichte nummer op de decemberse feesttafels. Gering aanbod, dus hoge prijzen. De reden is triest (vogelgriep in het zuid-westen), maar ik weet hoe ze aan die ganzenlevers komen, dierenmishandeling. En dus al jaren op mijn persoonlijk lijstje van strikt verboden. Vroeger heb ik foie gras wel geproefd en ik zal ‘t niet ontkennen: heerlijk. Maar nu vind ik het eigenlijk wel prima dat er schaarste is en er hoge prijzen gelden. Heb je kans dat mijn Franse omgeving eindelijk wat kritischer over de foie gras gaat nadenken. Of hopelijk ontdekken ze dat je eind december ook overleeft zonder die ellendige ‘traditional’.
Maar ik had het over de oesters. Iemand vroeg me onlangs waarom die in het Frans eigenlijk ‘huîters’ heten. Ik moest bekennen dat ik het niet wist. Nog geen dag later kreeg ik per toeval een verhaal onder ogen van de bioloog René Zanderink die het precies uitlegde. Koning Lodewijk XV (1710-1774) had begrepen dat er qua oesters 8 maanden zijn dat je ze kunt eten, in de overige 4 zijn ze bezig met voorplanting en dan krijgen ze iets melkachtigs over zich. Alleen Italianen schijnen dat lekker te vinden. Hoe dan ook: de koning verordonneerde per decreet: oesters alleen 8 maanden. Acht = huit, en zo kregen de oesters die naam ‘huîtres’. In die acht maanden zit de letter R. en dat verklaart waarom ons geleerd is: alleen in zulke maanden. Achterhaalde opvatting, maar daar hebben we het nog wel eens over.

Raoul Duchemin

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

3 gedachten over “Waarom oesters ‘huîtres’ heten

  • ma 18 december 2017 om 20:29
    Permalink

    Klinkt leuk (si non e vero…) maar echt onwaar. Huître (met circonflexe als overblijfsel van de “s”) komt via het Latijn uit het Grieks (? ? ? ? ? ? ? ?). En het ostracisme levert toch ook een mooi verhaal, niet? Heeft dus niets met 8 te maken.

    Beantwoorden
  • di 19 december 2017 om 18:55
    Permalink

    Ok, klinkt palusibel maar waar komt die term dan vandaan, leg me dat eens uit? Dus niets met 8 maar wel met wat…

    Rene Zanderink

    Beantwoorden
    • wo 20 december 2017 om 02:03
      Permalink

      In het Latijn heette een oester gewoon ostrea, vanuit het Grieks ostreon. In de evolutie van het Frans is de circonflexe op huître het overblijfsel van een tussen-s (denk aan fenêtre van fenestra, venster, of aan prêtre, priester). Zijdelings nog dit: in de vijfde eeuw voor Christus kende de Atheense democratie het principe van het ostracisme: een kiesprocédé waarbij de naam van te verbannen politici of militairen op een scherf of oesterschelp werden gekrast.

      Beantwoorden

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: