Home

Nice en Marseille, respectievelijk de vijfde en de tweede stad van Frankrijk, vinden allebei al jaren dat ze de belangrijkste luchthaven van het zonnige zuiden hebben. Begrijpelijk, die rivaliteit, want als je naar de cijfertjes kijkt krijg je leuke uitkomsten.
L’aéroport Nice-Côte d’Azur sinds 1946) beschikt -na Parijs- over het drukste vliegveld van Frankrijk: met 9,8 miljoen passagiers in 2009. Marseille-Provence (sinds 1922) bleef in 2009 op 7,3 miljoen luchtreizigers steken.
Maar Nice moest in de eerste helft van dit jaar met 4 procent minder passagiers genoegen nemen dan in dezelfde periode in 2009, terwijl Marseille juist een stijging van 2,4 procent boekte. Dat steekt, in het mondaine Nice.
De inhaalrace van Marseille heeft ongetwijfeld met de economische crisis te maken. Want die luchthaven is sterk geconcentreerd op lowbudget-vliegen. Er is zelfs een speciale lowbudget-terminal gebouwd, die gelet op de armoedige uitstraling en voorzieningen, zo te zien ook lowbudget in elkaar is getimmerd.
Vanaf het sjieke Nice -waar parkeren peperduur is- vlieg je naar 53 bestemmingen.
Op Marseille kun je weliswaar spotgoedkoop parkeren, maar dat vliegveld biedt de reiziger slechts 41 bestemmingen.
Nice heeft altijd geweigerd lowbudget-maatschappijen extra in de watten te leggen. Toch is EasyJet er een grote klant, met onder meer 50 vluchten per week naar Parijs.
Marseille is tamelijk afhankelijk van Ryanair, waaraan het mede zijn vlucht vooruit te danken heeft. En die kon weleens van korte duur zijn. Want de Ierse lowbudget-maatschappij dreigt zich van de luchthaven van Marseille terug te trekken. De Franse justitie verdenkt de Ieren er namelijk van omstreeks 150 medewerkers ‘zwart’ betaald te hebben. Komt het tot een veroordeling, dan schrapt Ryanair Marseille. Een aankondiging waarvan ze op Nice-Côte d’Azur bijzonder opgewekt kennis hebben genomen.

PACA blijft PACA

wo 29 september 2010

Michel Vauzelle, de president van de regio Provence-Alpes-Côte d’Azur (PACA) heeft bij nader inzien spijt van zijn voorstel om de naam van dit Zuid-Franse gebied officieel te veranderen. Vauzelle (vergelijkbaar met een commissaris van de Koningin) deed in juni van dit jaar een oproep op internet, om een nieuwe naam te verzinnen voor PACA, de afkorting van de regio waaronder zes departementen vallen (zie kaartje) en die -vooral toeristisch gezien- niet helemaal duidelijk maakt met welk gebied je te maken hebt. Er kwamen zo’n 20.000 reacties op de oproep van Vauzelle. Met voor de hand liggende suggesties als ‘Provence’ en ‘Méditerranée’. Er kwam vanzelfsprekend een comité dat de inzendingen moest beoordelen, bestaande uit historici, professoren en aanverwante experts. En alles leek een kwestie van tijd voor de regio PACA definitief een alles verhelderende, treffende nieuwe naam zou krijgen.
Maar toen stak het verzet de kop op. Want als PACA ‘Provence’ of ‘Méditerranée’ zou gaan heten, hoe zat het dan bijvoorbeeld met de herkenbaarheid van de Alpen-departementen, of de Côte d’Azur? Steeds meer mensen gingen zich ermee bemoeien, en steeds meer mensen vonden het hele voorstel eigenlijk maar een rot-idee. Van links tot rechts in het politieke landschap was men het erover eens dat zo’n naamsverandering niet alleen ongewenst, maar ook nog eens zonde van het belastinggeld zou zijn. Per slot moet niet alleen het briefpapier aangepast worden, maar zo’n beetje alles dat de naam van de regio draagt. Joël Giraud (van de socialistische PS uit de Hautes-Alpes): “Hier is iedereen faliekant tegen!” Christian Estrosi, de rechtse UMP-burgemeester van de Nice: “Laten we het asjeblieft bij PACA houden!”
Vauzelle bond in: “Dan niet. Ik ga heus geen referendum organiseren. Er zijn ernstiger zaken waar Frankrijk zich druk om kan maken.”
Maar suggesties blijven welkom.

Stukje Negresco te koop

ma 27 september 2010

Een Nederlandse vriendin belde dat ze een appartement zoekt in Nice. Beetje op zoek gegaan en stuitte op een ‘overzichtelijke’ flat: ín het wereldberoemde Negresco-hotel aan de Promenade des Anglais. Nooit geweten dat de hoogbejaarde dierenvriendin Madame Augier, privé-eigenaresse van dit bewonderenswaardige horeca-monument, ook appartementen voor de verkoop in de aanbieding heeft.
Een paar telefoontjes later wist ik dat het gaat om een 2-kamerappartement van 69m2 met een woonkamer van 20m2 op de vijfde en hoogste etage. Geen balkon, wel een badkamer en een lift. Vraagprijs: € 460.000.
Omdat ik heel vaak verhuis, heb ik weleens overwogen om in een hotel te gaan wonen. In beginsel lijkt me dat wel wat. En dan het Negresco, mmmm…. Vier verdiepingen lager het sterrenrestaurant Le Chantecler!
Maar ja, mijn honden zijn tegen, en € 460.000 voor een mini-flatje is ook geen kattenpis natuurlijk. Mijn vriendin is er gaan kijken en heeft voorlopig nee gezegd. Jammer. Maar we gaan er wel een keertje eten.
Wie meer wil weten, kijkt hier.

Vandaag even in Cannes geweest, het was fris en matig zonnig. De zondagse lunch gebruikt bij Mantel, mijn favoriete adres in deze meestal betrekkelijk rustige stad; na het seizoen wordt de Croisette gedomineerd door krakend-oude, maar welvarende weduwvrouwtjes met nog breekbaarder mini-hondjes. Zoals altijd was het bij Mantel (22 Rue Saint-Antoine) dik in orde en bovendien betaalbaar. Toch had ik iets van spijt toen ik naar mijn auto teruglopend, ineens zag dat er in Hôtel Majestic nu een filiaal is gevestigd van La Petite Maison, het niet te missen restaurant van Nicole Ruby in Nice (11, Rue Saint-François-de-Paule).
Ik wist wel dat Madame Ruby vestigingen in Londen en Moskou heeft en waarschijnlijk nu ook in Doubai, maar Cannes had ik nooit op haar ‘things to do’-lijstje zien staan: de vestiging staat zelfs nog niet op de eigen site. De zaak is ook nog maar pas open en gevestigd in het net verbouwde, super-sjieke hotel Majestic (10, La Croisette) en dat was wél zo slim om de jongste aanwinst meteen op de site te zetten.
Tot een paar jaar geleden had je in het hotel het beroemde, met Michelin-sterren behangen restaurant Villa des Lys, onder leiding van Bruno Oger. Die is nu in Le Cannet voor zichzelf begonnen en Villa des Lys bestaat niet meer. De hotelleiding had toen al gekozen voor de filiaal-formule en er een ‘nazaat’ van het fameuze Parijse Le Fouquet’s (Champs-Elysées) geopend. Daar is nu dus -vooral met het oog op de Méditerrane keuken- een filiaal van La Petite Maison bij gekomen. Onder de naam La Petite Maison de Nicole.
Ik heb een paar keer prima gegeten bij La Petite Maison in Nice, waarbij aangetekend moet worden dat de zakelijke Madame Ruby wel van rekenen weet. Maar ja, een van haar stamgasten is president Sarkozy. Zodra hij in Nice is of er een topconferentie organiseert, huurt hij de hele zaak af. En dan kom je als gewone burger echt net langs de bewakingsgorilla’s. Dus is zo’n filiaal in Cannes heel prettig, en nog dichterbij ook, als we weer eens niet weten wat we op zondagmiddag met opa en oma aanmoeten. Daarover later meer.

Recept van de week: Vijgentoetje

vr 24 september 2010

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboek.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Vijgentijd, vijgentoetje! Van vijgen en wijn is een snel en smakelijk nagerecht te maken, dat zowel warm als koud kan worden gegeten.

Ingrediënten:
16 verse vijgen (in de schil)
½ liter rode wijn
400 gram suiker
bindmiddel
snufje kaneel

Bereiding:
Doe de wijn plus de suiker en de kaneel in een pan waarin de vijgen rechtop kunnen staat zonder om te vallen. Verwarm tot de suiker geheel is gesmolten. Zet de vijgen met het steeltje naar boven in het warme vocht. Laat circa een kwartiertje op laag vuur koken, tot de vijgen zacht zijn. Verdeel de vijgen over de borden. Kook de wijn nog wat in, en bind die met (bijvoorbeeld maizena, of een instant bindmiddel) tot een dikke saus. Giet die over de vijgen. Meteen serveren, of laten afkoelen. In het laatste geval kan het vijgentoetje ook uitstekend gegeten worden bij een kaasplateau.

Pindasaus in een kloosterkeuken

do 23 september 2010

Hoewel ik afgelegen woon, kost het me dankzij de moderne techniek niet de minste moeite het grote nieuws, ook uit Nederland, op de voet te volgen. Ik heb twee ‘schotels’ op mijn dak staan; eentje vanwege de elektronische snelweg en eentje in verband met de televisie. Zoals vrijwel alle Nederlanders en Vlamingen in mijn omgeving kijken we elke dag naar de tv uit ons vaderland, wat mij betreft óók omdat ik vind dat de Nederlandse zenders veel betere programma’s in de aanbieding hebben. Men heeft mij wel uitgelegd dat het in zekere zin ‘illegaal’ zou wezen in Zuid- Frankrijk naar ‘Hilversum’ te kijken en te luisteren, maar dat heb ik dan maar even niet zo goed begrepen. Natuurlijk houden de maatschappelijke ontwikkelingen in Nederland mij nog altijd bezig. Al was het maar omdat mijn kinderen er wonen. Maar toch heeft het ‘grote’ nieuws uit Nederland een andere perceptie sinds ik hier woon. Het oeverloze geformeer, de nietszeggende troonrede, het gezeur over ‘de hoedjes’, al die praatprogramma’s met alweer allemaal ‘talking heads’ die zo langzamerhand ook niks nieuws meer weten te verzinnen… Dan kijk ik liever naar VI op RTL7. Ook geleuter, maar dan over voetbal en met de onovertroffen René van de Gijp als über-dijenkletser. Maar ja, dat is maar twee keer in de week.
Hier op het dorp moet je je dus maar vermaken met een andere dan de voetbalcompetitie. Nou, dat kan.
Met het invallen van de herfst is het weer volop ‘concours’, en dat heeft niks met sport te maken. De jongste exercitie op topniveau betrof een kookwedstrijd. Burgemeester José Chataignier en restaurateur Charles du Bois (van ons enige restaurant) zouden ons dorpje weleens even op de kaart zetten. Of ik -als buitenlandse- ook met een leuk gerechtje zou willen meedingen. Toevallig kook ik een aardig potje Indisch bij elkaar, maar om op voet van gelijkheid met Provençaalse keukenprinsessen te strijden om de eer van het dorp, leek me te hoog gegrepen: als allochtoon ben je hoe dan ook al halverwege de voorrondes uitgeschakeld. Ik zei dus beleefd: “Nee, dank u wel. Teveel eer”. Waarna ik meteen werd benoemd tot ‘présidente d’honneur’; erevoorzitter van de jury! Wat je vindt, doet er dan niet toe. Als je er maar bent. Zo’n kans liet ik dan ook niet lopen. ‘Présidente d’honneur’! Ha! Ik ben het geweest! En wie kan het me nazeggen? Ik heb er de krant mee gehaald. Er stond een foto van me in Le Var Matin. Als ere-president! Daar kon meneer Sarkozy nog een puntje aan zuigen. Maar het ging dus fout. Ik wist dat mijn vriend, de dorpspastoor Père Gervais, aan de competitie meedeed en ik wilde dat hij -hoe dan ook- zou winnen. En na zoveel jaar Zuid-Frankrijk ben ik behoorlijk corrupt. Ik dacht -de deelnemerslijst in de kroeg te vluchtig gelezen- dat zijn recept nummer 7 was. Tegen de overige juryleden zei ik dus: we laten nummer 7 winnen. Dan regel ik een mooie Indonesische maaltijd bij mij thuis. Dat genereerde stemmen. Maar Père Gervais bleek onder nummer 8 ingeschreven. Hij verloor met zijn vijgentaart van een matige quiche. Hij heeft het me niet kwalijk genomen, hij was een beetje een flamboyante dwarsligger met een eigenwijze interpretatie van het kerkelijk gezag en hoe je met je parochie omgaat. Zou tegenwoordig menige wenkbrauw doen fronsen trouwens, maar hier kun je als priester nog zonder bijbedoelingen aan iets leuks meedoen. En hij was wel zo sportief om die rijsttafel te komen proeven. Het recept van mijn sublieme pindasaus ligt nu ergens in een Zuid-Franse kloosterkeuken.

Dior in je achtertuin

ma 20 september 2010

Van huis uit ben ik gezegend -of behept, ’t is maar hoe je het bekijkt- met een scherp reukvermogen. Maak ik met de honden een rondje over het terrein (paar hectares), dan ruik ik zo’n beetje alles wat ik onderweg tegenkom: de rozen naast het tuinpad, de jasmijn, de wilde kamperfoelie, de plukken salie, tijm en rozemarijn waar je langs struint, de dennen waar je onder doorloopt, met hun geur van zondoorstoofde hars, de laurier en de brem waar je tegen aanschuurt op het smalle pad, de warme rotsen en het koele water van het beekje verderop, de natte aarde, de eerste paddenstoelen, en oké- de pure hondenstront als je niet snel genoeg doorloopt (godlof hoef ik geen zakje en schepje mee): ik ruik het allemaal. Met zoveel geuren heb je geen fabrieksparfum nodig. Maar ja, niet iedereen woont zo bevoorrecht als ik.
Dus misschien wil je in Rotterdam, Parijs of New York ook wel weten hoe het in mijn achtertuintje ruikt. Dat kan, want het Huis Christian Dior brengt binnenkort een parfum op de markt dat exact zo geurt. Nou ja, dat is de bedoeling. Deze week mochten we de primeur beleven: met veel bombarie werd het nieuwe luchtje ‘’ J’Adore l’Or’ (ben dol op goud) gepresenteerd op het Château de la Colle Noir in Montauroux, nota bene ook al in mijn ‘achtertuin’. Het vuurwerk dat de gala-avond met tal van celebreties afsloot kon ik vanaf mijn terras zien. De oudste hond -als de dood voor onweer- kon het spektakel niet waarderen. Maar het had wel wat; Christian Dior heeft vijftien jaar op dat château gewoond, hij ligt een dorpje verderop, in Callian, begraven. Hier, in de Provence, vlakbij de parfumstad Grasse, voelde hij zich ‘chez soi’. Geen wonder dat zijn jongste parfum gemaakt is door een ‘neus’ uit Grasse: François Demonchy. Die voor het nieuwe luchtje uitsluitend producten van hier (du terroir) heeft gebruikt. Met als hoofdbestanddeel de biologisch gekweekte rozen van Carole Biancalana, die liever lieveheersbeestjes gebruikt om ongedierte te bestrijden, dan pesticiden. Kijk, dan zijn we weer thuis. En nee, ik krijg hier geen stuiver voor, maar de oeroude parfumindustrie in Grasse (lees Het parfum van Süskind, of zie de film) krijgt door zo’n lekker Diorluchtje een nieuwe impuls. Scheelt weer x-aantal banen. En die hebben we hier hard nodig.