Home

De eeuwige ritselaar

april 30, 2014

IMG_8767
Ik kende Ismael van de markt. Niet dat ik vaak wat bij hem kocht, tussen de ramsjrommel die hij in de aanbieding had, en die variëerde van ‘originele merkzonnebrillen’ en onduidelijke decoratie-kitch tot flodderkleding van onbestemde herkomst, zat zelden iets begerenswaardigs. Maar Ismael -door dorpsgenoten verbasterd tot ‘smile’ omdat ie altijd lachte- was ook zonder dat je wat kocht in voor een praatje. Als hij het woord gezellig had gekend, had ie het waarschijnlijk op z’n voorhoofd laten tatoeëren. Het verbaasde me dan ook niks dat er een gehucht verderop ineens een nieuw restaurant z’n deuren opende met zijn naam op de gevel. De rasritselaar ging het serieus aanpakken.
Zo’n initiatief verdient natuurlijk alle steun, dus ik vond dat ik erbij moest zijn, die openingsavond. Dat hadden meer dorpsgenoten bedacht: toen ik me tegen half negen meldde, zat het al bommetje vol. In onze omgeving zijn we nogal geneigd bevriende dorpelingen op weg te helpen. Met een beetje improviseren kregen mijn man en ik een tafeltje en de menukaart. “Helemaal zelf getypt”, glansde Ismael. Dat was te zien.
Terwijl ik de geheimtaal probeerde te ontcijferen, kwamen er nog twee verlate gasten binnen. De man, leunend op een kruk, zei in onvervalst Nederfrans ‘bonsoir’ en ik dacht: die ken ik ergens van. Verstrooid hief ik een hand op en mompelde “Zo zo, ook hier?” Hij knikte vriendelijk terug.
Mijn man keek me ongelovig aan. “Je weet toch wel wie dat is?”
“Hmmm?” Ik keek nog eens. Verrek! De man die zojuist met z’n rug naar de rest van het zaaltje was gaan zitten om toch vooral niet herkend te worden, was een BN-er, een wereldberoemde voetbaltrainer. Ik schoot in de lach: “O God, ik lijk Frans wel.” Mijn man wist onmiddellijk wat ik bedoelde.
Jaren geleden was dit ongeveer precies wat een van onze dierbaarste vrienden was overkomen. Een begenadigd kinderarts, op een medisch congres in de Amsterdamse RAI. Hij stond over de balie gebogen om zich in te schrijven. Keek even onder zijn arm door en zag iemand voorbij komen die hij min of meer herkende, maar op dat moment: geen idee. “Hé, hallo!”, zei hij voor de zekerheid. Beschaafde man. Pas seconden later drong het tot hem door dat hij zojuist de majesteitelijke Beatrix als een oude schoolvriendin had begroet. Ze had genadig teruggeknikt, dat wel.
Intussen ging er bij Ismael van alles mis. Er kwam maar niks eetbaars uit de keuken. En bereidwillige dorpelingen worden langzaam maar zeker steeds minder bereidwillig met een knorrende maag. Ismael liep geforceerd glimlachend van tafeltje naar tafeltje: “het komt eraan, heus”, maar het kwam maar niet.
Op zeker moment kon ik het niet meer aanzien. Eén blik van verstandhouding met mijn man was voldoende.
“Handje helpen?”, stelde ik Ismael voorzichtig voor.
“Ah, tu veut? Oui!” De wanhopige glimlach werd een big smile en ik werd afgevoerd naar de keuken. Om een schortje voor te krijgen en een bloknootje om de orders op te nemen, dacht ik. Zodat hij zich aan de keuken kon wijden.
Nee dus. In de keuken fluisterde Ismael me toe dat de kok het had laten afweten en dat hijzelf helemaal niet kon koken. Zijn vrouw was al een uurtje of zo wanhopig op zoek naar een oppas, zodat zij zou kunnen bijspringen, tot nu toe zonder resultaat. En zo was ik dus ineens chefkok in de keuken van een gloednieuw restaurant. Ik trof er totale chaos, niks voorbereid, maar wel mooie verse spullen. Van de menukaart heb ik me verder maar niks aangetrokken, ik deed maar wat op goed geluk en op m’n geheugen. Ik stuurde Ismael de zaak in om uit te leggen dat het ‘menu du chef’ vandaag verre de voorkeur verdiende. Bijna iedereen ging ‘om’, waarschijnlijk vooral vanwege de knorrende magen en het gevorderde tijdstip. Ook de BN-er en zijn echtgenote leken tevreden, ze bestelden een extra flesje wijn.
Tegen sluitingstijd schoof ik bij mijn man aan tafel aan.
“En?”, vroeg ik, “was het een beetje te eten?”
“Mwah”, zei hij, “thuis eet ik beter.”
We zaten nog na te grinniken toen Ismael een stoel bij trok. Wat ik wilde verdienen.
“Pardon?”
“Nou, het ging toch geweldig vanavond? Ik kan je wel geen vast contract aanbieden, maar ik betaal best goed hoor. Zwart,” voegde hij er ter verduidelijking aan toe. De eeuwige ristelaar!
Met het restaurantje van Ismael gaat het inmiddels goed, ik kom er nog regelmatig. Maar als ik reserveer vraag ik wel altijd eerst of er een kok is.
Dan antwoord Ismael: “Renée! Tu me connait!”
Ja precies, juist daarom.

LC19_Lamb-Chops-with-Pomegranate_s4x3 Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ik ben al vele jaren fan van Peter van Straaten. Met een paar rake lijnen weet deze geniale tekenaar complete werelden te schetsen, die je in één oogopslag kunt bevatten en doorgronden. Sommige van die tekeningen blijven je de rest van je leven bij, zoals deze: twee opbollende heren op leeftijd, keurig in kostuum, hangen wat verveeld tegen een boerenhek. Achter hen vermoed je een riant buitenhuis. Voor hen dartelen wat lammetjes in de wei, het is lente. Bijschrift: “Takje tijm, teentje knoflook….”
Klaar, het hele verhaal is verteld.
Ik moet er altijd even aan denken als ik iets met lamsvlees wil doen. Mijn man ook, dat is minder want die is vleesverlater en al bijna geheel vegetariër. Ik huldig vooralsnog het standpunt dat een dier een leuk leven gehad moet hebben, en een genadig einde.
Dus vandaag een recept met lamskoteletjes die vrij in de wei gedarteld hebben.

Ingediënten:
8 lamskoteletjes
1 theelepel gedroogde rozemarijn
1 theelepel gedroogde basilicum
1 theelepel gedroogde tijm
1 kleine ui
2 tenen knoflook
1 eetlepel balsamicoazijn
1 dl kippenbouillon (van ½ tablet)
klont boter
olijfolie
zout en peper uit de molen

Bereiding:
Pel en snipper de ui, pel de knoflooktenen en snij ze fijn.
Leg de koteletjes op een stuk aluminiumfolie en bestrooi ze aan twee kanten met zout en peper, en met de gedroogde kruiden. Leg er een ander stuk alufolie overheen en laat zo’n 15 minuten rusten zodat de smaak van de kruiden in het vlees kan trekken.
Verhit een flinke scheut olijfolie in een ruime koekenpan en bak er de kotelletjes snel in aan. Laat ze daarna nog een minuut of 3, 4 aan elke kant bakken; iets langer voor wie ze helemaal doorbakken wil.
Leg ze op een schaal, bedek ze weer met alufolie en hou ze warm in de oven (laagste stand).
Los de halve bouillontablet op in 1 dl water.
Doe de ui in het bakvet in de koekenpan, roer de aanbaksels los en laat de ui op laag vuur glazig worden. Doe de knoflook erbij en roer alles goed om. Voeg de balsamico toe, roer door en doe dan de bouillon erbij. Laat alles zo’n 5 minuten onder regelmatig roeren op halfhoog vuur inkoken; er moet ongeveer de helft van het vocht overblijven.
Draai het vuur uit en voeg een stevige klont boter toe. Goed roeren, zodat de saus bindt.
Verdeel de koteletjes over de borden en giet de saus er overheen.
Lekker met bijvoorbeeld verse spinazie of asperges.

Alweer ingehaald…

april 23, 2014

weg1Ik ben ingehaald. Niet op de snelweg, maar door de tijd. Voor de zoveelste keer. Al een keer of vier koos ik voor een andere ‘refuge’ in de Provence, stil en nogal afgelegen, ‘liberté’ voor mijn dieren.
Twee jaar heeft het geduurd, maar nu is het nieuwe huis een stukje lager op de berg af. Twee jaar van pokkenherrie, bouwvakkers. Van ’s ochtends vroeg tot einde middag boren, drillen, cirkelzagen, vloeken, schreeuwen en een ghettoblaster die daar bovenuit bonkte. Van onze honden die (terecht) aansloegen als er in het holst van de ochtend een portie kerels luidruchtig voorbij kloste. Van denderende vrachtwagens die veel te snel het smalle pad langs mijn huis afsjeesden. Van auto’s die op mijn terrein parkeerden, van types die in mijn tuin piesten. (“O, er stond geen hek.” “Nee zak, dat heeft jullie vrachtwagen eruit gereden.”)
Twee jaar van dubben tussen wel verhuizen, niet verhuizen, weg van de plek waar je je thuis voelt, of niet. Mijn man wees erop dat ik ‘m al een keer of acht tot verhuizen gedwongen had. Dat we dusdoende de voornaamste sponsors van Zuid-Europese notarissen waren.
“Misschien valt het mee”, zeiden we tegen elkaar, “als het straks klaar is. ’t Is per slot een stuk lager op de berg….”
Sinds Pasen weten we dat het niet meevalt.
Het zijn Zwitsers uit Monaco, de nieuwe bezitters van het megalomane pand dat inmiddels de berg domineert. Zelfs al staat het een stuk lager, er is riant uitzicht op ons zwembad. Weg privacy. Weg rust en stilte ook: er is een kind, dat gilt en schreeuwt. Een tweede is in de maak. ’s Ochtends gaat de radio aan, of de tv, of allebei, tot ’s avonds laat. Geluid klinkt nogal op hier.
Tot nu toe bleef het beperkt tot Pasen, het is ‘voorlopig’ een vakantiehuis. Zondagavond waren ze weg. Maar Frankrijk kent vele vakanties. En lange weekeinden: ‘on fait le pont’, met één snipperdag tussen een feestdag en het weekeinde heb je zó vier, vijf dagen vrij.
Maandagochtend kwam een vrachtwagen ons pad af. Er werd uit de losse pols wat asfalt gestrooid in de grootste gaten die de bouw had achtergelaten.
Het spul wil niet drogen, de honden en wij lopen er voorzichtig omheen en hoe het met de auto moet, dat zien we wel. Ik hoef pas morgen weer boodschappen te doen.
Vanmorgen klonk er opgewekt getoeter op het parkeerterreintje voor de deur, een grote bestelbus van La Redoute; de tuinstoeltjes die we maanden ervoor -nog voor het faillissement en de doorstart van die firma- besteld en dus al afgeschreven hadden.
“Valt dat even mee,” zei ik zo mogelijk nog opgewekter tegen de besteller, “merci!”
“De rien.” Vrolijk stak hij zijn duim op terwijl hij omhoog reed en voor de tweede keer door het natte asfalt ploegde.
Inmiddels regent het, in de verte rommelt een dreigend onweer.
We gaan verhuizen.

cocotteVoor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ik snap er nog steeds niks van, die Passion-gekte in Nederland. Zag vandaag in de digitale kranten dat er gisteren liefst 3,2 miljoen mensen naar de vierde editie van het spektakel hebben gekeken. Voor de buis dan, er waren ook nog eens 20.000 liefhebbers naar Groningen getrokken om er live bij te zijn. Groningen! Toch niet om de hoek voor iedereen. Hier in Frankrijk is dat (vooralsnog?) ondenkbaar. Even afgezien van de kerkgang, gaat Pasen toch vooral om de paasmarkten en de paasdis. Maar dat is in Nederland natuurlijk niet anders. Dus ik draag m’n steentje bij. Of eigenlijk m’n eitje. Ik zet er de Matthäus Passion van Bach bij op, m’n eigen passie. Brunch ze!

Ingrediënten:
4 grote eieren
4 dunne plakjes bacon
8 groene asperges
4 eetlepels mascarpone
geraspte parmesan
uit de molen
olijfolie

Bereiding:
Groene asperges hoeven vroeg in het seizoen, als ze nog dun zijn, meestal niet geschild te worden. Afboenen (niet de kopjes) onder de kraan en het onderste uiteinde eraf snijden is dan voldoende. Kook de asperges in ruim water in 15/20 minuten beetgaar. Af en toe controleren, het kan ineens snel gaan. Laat ze meteen afkoelen en uitlekken op keukenpapier. Snij het bovenste deel met kopje eraf en snij de rest in stukjes. Hou de kopjes apart.
Snij de plakjes bacon in reepjes en bak ze, zónder olie of boter, in een koekenpan met anti-aanbaklaag knapperig. Draai het vuur laag en doe er de mascarpone bij. Laat zo’n 2 minuten pruttelen, af en toe omroeren. Doe er de asperges bij, draai er wat peper overheen en roer door elkaar. Draai het vuur uit.
Verwarm de oven voor op 170 graden.
Vet vier ovenbakjes/schaaltjes in met olijfolie.
Verdeel het bacon/asperge/mascarponemengsel over de bakjes en bedek alles met een dun laagje parmesan.
Breek boven elk bakje een ei: laat eerst zoveel mogelijk het wit eruit lopen en probeer de dooier heel te houden en die er op het laatste moment pas bovenop te laten glijden. Wel vlak erboven hè, anders is de moeite voor niks.
Drapeer er de achtergehouden aspergepunten omheen, geef nog een draai aan de pepermolen.
Zet de bakjes in een deels met water gevulde ovenschaal) de bakjes moeten nog wel een stukje boven het water uit steken) en zet die in het midden van de voorverwarmde oven. Na een minuutje of 10 is het eiwit gestold en zijn de dooiers nog bijna vloeibaar. Zo niet, dan nog even langer laten staan. Lekker heet serveren, maar geef iedereen wel een bordje onder z’n bakje!
Geef er (geroosterd) brood bij om mee te soppen.

De vlooienbunker

april 17, 2014

le_sleigh_bed_002
De stokoude maar nog vieve buurman van een kilometertje verderop klopte aan. Hij was nu toch eindelijk toe aan een nieuw bed, wegens er doorheen gezakt. Kon mijn man hem misschien aan een nieuw helpen. “Die werkt toch in zo’n beddenwinkel?”
We keken elkaar aan. Vroeger, toen ik nog in Rotterdam woonde, zou ik gezegd hebben: “Ken je bek nog verder open?” Maar daar woon ik al een dikke kwart eeuw niet meer.
Dus we riepen in koor “entree”, zetten buurman aan de keukentafel, schonken hem een ruimhartig glaasje pastis in, en vroegen hoe het zat.
Nou, hij had mijn man ooit zien langskomen met een bed dat uit de auto stak.
“Hoe lang geleden?” vroeg ik voorzichtig.
“Mwah, jaartje of wat. Twintig misschien, kan ook dertig zijn…”
In mijn hoofd ging geen belletje, maar na even nadenken viel bij mijn man het muntje. “De vlooienbunker!” Na een respectabel aantal jaren in mijn gezelschap is zijn Rotterdams aardig bijgespijkerd.
Tuurlijk! De vlooienbunker. Onze eerste nacht in ons allereerste Provençaalse huisje. Amper een stuiver te makken, dus beknopt ingericht met afdankertjes en rommelmarktrommel. Het bed -een als boxspring vermomde stromatras- had jaren op de zolder van een verre tante vertoefd en begon in Zuid-Frankrijk aan een tweede leven. Een beetje veel leven, merkten we die eerste nacht. Het ding gierde van de vlooien.
Gif, veel gif, en dan flink luchten buiten. Dachten we. Het hielp niet. Nacht twee verliep net zo rampzalig. En nacht drie. Toen was de maat vol.
Het bed ging langs de kant van de weg voor de ‘ramassage des monstres’, ik stortte me op het ontsmetten van de slaapkamer, en diep ongelukkig tufte mijn man het tuinpad af naar de dichtstbijzijnde beddenwinkel, toch nog een eind verderop, in de grote stad. Daar aangekomen wees hij op goed geluk ‘iets voor twee personen’ aan. Dat paste zelfs niet in de Renault Espace die we toen nog hadden. De bedombouw was demontabel, maar het metalen frame niet.
“Heb je een ijzerzaagje?” vroeg mijn man aan de verkoper. Of zoiets, vermoed ik. Het Frans voor ijzerzaagje leer je niet op school.
“Nou nee, maar ik kan ‘m wel even thuis gaan halen als u intussen op de winkel past…”
“Doe maar.” Er moest toch ergens op geslapen worden.
Terwijl hij ineens even chef bedden was, kwam er uitgerekend op dat moment een nieuwe klant binnenwandelen. “Kleine op komst, bedje nodig”, begreep mijn echtgenoot.
Zijn carrière in de slaapbusiness duurde en duurde. Na een anderhalf uur was de officiële verkoper nog steeds niet terug. Amper in Frankrijk gearriveerd, kreeg mijn man allerlei slaaptechnische vragen in verband met baby´s naar zijn kop geslingerd. ´Zijn´ klant begon ook over prijzen. Eenmaal thuis kondigde mijn man aan dat hij zich nimmer meer voor welke boodschap dan ook op pad zou laten sturen.
Eindelijk kwam de winkelbediende terug met het ijzerzaagje. Hij overhandigde het aan mijn man, die er onvervaard het metalen frame mee aanviel. De verkoper was te verbijsterd om eerst aan afrekenen te denken; hij hielp het frame vasthouden. Na wat gehannes paste de boel in de Espace, maar de achterklep moest wel open blijven staan.
Die Renault met dat ver uitstekende bed heeft mijn buurman destijds langs zien komen. Sindsdien, al een jaar of dertig, is hij er van overtuigd dat mijn man in de beddenhandel zit. Op zeker moment heb ik het maar opgegeven.
Maar nu wilde hij een nieuw bed.
Ik nam hem mee naar ons thuiskantoor, zette hem in een stoel naast m’n computer en toonde hem het aanbod van La Redoute en 3 Suisses.
“Dus dáár werkt je man tegenwoordig!”, glunderde hij.
Deze week kreeg hij zijn bed thuisbezorgd. Wij een mandje eieren, hij houdt kippen.
“Fijn jongen”, zei hij tegen mijn man, “dat je die baan nog hebt, ondanks de crisis.”

tian
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Gisteren puffen in korte broek, vandaag rillen in een dikke trui: er is werkelijk geen peil op te trekken, op het voorjaarsweer in de Provence. Dus na de salade niçoise van gisteren, toch maar weer een pruttelpotje de oven inschuiven straks. Een gegratineerde groentenschotel, een tian. Dat slaat niet alleen op het gerecht, maar ook op de ovenschaal waarin het wordt gemaakt. Zou afgeleid zijn van het Griekse têganon, wat aardenwerken bakpan zou betekenen. Het woord kwam lang geleden als ‘tion’ het Provençaals binnen en verbasterde tot tian. Maar er wordt ook beweerd dat tian verwant is aan het Noord-Afrikaanse tajine: ook aardenwerk, ook een stoofschotel, maar dan anders. Zal best, als het maar warm is. En lekker, met een mollige rooie erbij, voor de open haard. Want ook die gaat geheid weer aan vanavond.

Ingrediënten:
4 grote courgettes
2 kleine aubergines
2 middelgrote aardappels
4 grote tomaten
1 kleine rode paprika
1 kleine groene paprika
2 uien
2 teentjes knoflook
½ bosje platte peterselie
1 rolletje geitenkaas
50 gram grof geraspte parmesan (stukje!)
herbes de provence
zout, en peper uit de molen
olijfolie

Bereiding:
Verwarm de oven voor op 180 graden.
Haal kop en kont van de paprika’s, snij ze in vieren en haal de zaadlijsten eruit, snij ze daarna in repen van ongeveer een halve cm dik. Schil de aardappels. Snij de courgettes, aubergines, aardappels en tomaten zo goed mogelijk in even dikke plakjes. Snij ook het rolletje geitenkaas in plakjes.
Rasp de parmesan op een ruige rasp (dus geen zakje poedertroep kopen, maar zelf een stukje raspen).
Pel en snipper de ui. Pel de teentjes knoflook en snij ze fijn.
Vet een ruime ovenschaal in met olijfolie en bedek de bodem met de gesnipperde ui. Verdeel de plakjes aardappel erover. Betrooi ze met wat zout en peper (niet teveel!) en met herbes de provence.
Schik alle overige plakjes en reepjes er bovenop en steek er op regelmatige afstanden een plakje geitenkaas tussen. Bestrooi met nog wat zout en peper en herbes de provence. Verdeel de fijngehakte knoflook en peterselie erover. Besprenkel alles ruimhartig met olijfolie en zet de schotel in het midden van de voorverwarmde oven. Laat 40 minuten garen, of langer tot, alles (beet)gaar is.
Haal de schotel uit de oven en zet de grillstand aan.
Strooi de geraspte parmesan over de warme schotel en zet onder de grill tot de kaas gesmolten is en goudbruin begint te kleuren. Niet langer! Verbrande kaas smaakt en ruikt naar de verwaarloosde barbecue van de buren.

Eindelijk legaal!

april 9, 2014

doggy-bag-406Zo. Het heeft even geduurd, en makkelijk was het niet, maar vandaag stond het gewoon in de krant: ik ben eindelijk legaal. En nog ecolo-verantwoord ook. Het is namelijk ineens een dingetje hier in Zuid-Frankrijk: de doggy bag. Na jaren gestumper met een stiekem plastic zakje kan ik nu gewoon aan het einde van een copieuze maaltijd vragen om de resten -inclusief de overgebleven wijn, al komt dat laatste zelden voor- in een daartoe bestemd zakje of doosje te flikkeren, zodat ik ze mee naar huis kan nemen.
Heeft allemaal met de crisis te maken. Ook hier in Frankrijk gaat het al geruime tijd slecht met de horeca. Restaurants moeten sluiten bij gebrek aan klandizie. En als ze al open kunnen blijven, is het toch veelal houtje bijten en met lede ogen aanzien dat riante menu’s niet meer worden besteld: een ‘plat’ en zelfs vaak een ‘entrée’ is al genoeg, en de MacDonalds-achtigen winnen steeds meer terrein.
Ik vind MacDo naadje, ik eet liever in een behoorlijk restaurant type ‘routier’, maar ik ben een kleine eter en met name hier op het platteland zijn de porties afgestemd op bouwvakkers en bosarbeiders. Ik lust bijna alles, maar van alles een beetje. En dan wordt het ongemakkelijk. “Was het lekker?” vraagt de serveuse bij het afruimen van een nog driekwart vol bord met een stem die druipt van dan wel cynisme, dan wel onbegrip. “Ja, heerlijk, maar een beetje veel.” Jaren heb ik die genante confrontatie opgelost door een heimelijke doggy bag mee te nemen (lees hier). ob_f64a0c_resto-150x200Dat hoeft nu niet meer: Frankrijk heeft het ‘rest-o-resto-zakje’ omarmd. Restaurateurs zien eindelijk in dat ze juist méér verkopen als ze zo’n ding aanbieden. Want nu durft de klant gewoon de volle portie, of zelfs het hele meergangenmenu, te bestellen; wat rest, gaat schaamteloos mee naar huis. Ook die half leeggedronken fles wijn, geen probleem. Je bent namelijk helemaal ‘ecolo’ en ‘gaspillo’ als je om de restanten voor de door jou betaalde maaltijd vraagt: milieuverantwoord en tegen verspilling. Dat ‘omdenken’ had even tijd nodig, maar nu gaat de moderne fransoos er helemaal voor. Het is nog pril, maar de trend is gezet. Door mij!, denk ik dan. Want ik ga er niet vanuit dat mijn stiekeme plastic zakje al die jaren altíjd onopgemerkt is gebleven.