De eeuwige ritselaar

IMG_8767
Ik kende Ismael van de markt. Niet dat ik vaak wat bij hem kocht, tussen de ramsjrommel die hij in de aanbieding had, en die variëerde van ‘originele merkzonnebrillen’ en onduidelijke decoratie-kitch tot flodderkleding van onbestemde herkomst, zat zelden iets begerenswaardigs. Maar Ismael -door dorpsgenoten verbasterd tot ‘smile’ omdat ie altijd lachte- was ook zonder dat je wat kocht in voor een praatje. Als hij het woord gezellig had gekend, had ie het waarschijnlijk op z’n voorhoofd laten tatoeëren. Het verbaasde me dan ook niks dat er een gehucht verderop ineens een nieuw restaurant z’n deuren opende met zijn naam op de gevel. De rasritselaar ging het serieus aanpakken.
Zo’n initiatief verdient natuurlijk alle steun, dus ik vond dat ik erbij moest zijn, die openingsavond. Dat hadden meer dorpsgenoten bedacht: toen ik me tegen half negen meldde, zat het al bommetje vol. In onze omgeving zijn we nogal geneigd bevriende dorpelingen op weg te helpen. Met een beetje improviseren kregen mijn man en ik een tafeltje en de menukaart. “Helemaal zelf getypt”, glansde Ismael. Dat was te zien.
Terwijl ik de geheimtaal probeerde te ontcijferen, kwamen er nog twee verlate gasten binnen. De man, leunend op een kruk, zei in onvervalst Nederfrans ‘bonsoir’ en ik dacht: die ken ik ergens van. Verstrooid hief ik een hand op en mompelde “Zo zo, ook hier?” Hij knikte vriendelijk terug.
Mijn man keek me ongelovig aan. “Je weet toch wel wie dat is?”
“Hmmm?” Ik keek nog eens. Verrek! De man die zojuist met z’n rug naar de rest van het zaaltje was gaan zitten om toch vooral niet herkend te worden, was een BN-er, een wereldberoemde voetbaltrainer. Ik schoot in de lach: “O God, ik lijk Frans wel.” Mijn man wist onmiddellijk wat ik bedoelde.
Jaren geleden was dit ongeveer precies wat een van onze dierbaarste vrienden was overkomen. Een begenadigd kinderarts, op een medisch congres in de Amsterdamse RAI. Hij stond over de balie gebogen om zich in te schrijven. Keek even onder zijn arm door en zag iemand voorbij komen die hij min of meer herkende, maar op dat moment: geen idee. “Hé, hallo!”, zei hij voor de zekerheid. Beschaafde man. Pas seconden later drong het tot hem door dat hij zojuist de majesteitelijke Beatrix als een oude schoolvriendin had begroet. Ze had genadig teruggeknikt, dat wel.
Intussen ging er bij Ismael van alles mis. Er kwam maar niks eetbaars uit de keuken. En bereidwillige dorpelingen worden langzaam maar zeker steeds minder bereidwillig met een knorrende maag. Ismael liep geforceerd glimlachend van tafeltje naar tafeltje: “het komt eraan, heus”, maar het kwam maar niet.
Op zeker moment kon ik het niet meer aanzien. Eén blik van verstandhouding met mijn man was voldoende.
“Handje helpen?”, stelde ik Ismael voorzichtig voor.
“Ah, tu veut? Oui!” De wanhopige glimlach werd een big smile en ik werd afgevoerd naar de keuken. Om een schortje voor te krijgen en een bloknootje om de orders op te nemen, dacht ik. Zodat hij zich aan de keuken kon wijden.
Nee dus. In de keuken fluisterde Ismael me toe dat de kok het had laten afweten en dat hijzelf helemaal niet kon koken. Zijn vrouw was al een uurtje of zo wanhopig op zoek naar een oppas, zodat zij zou kunnen bijspringen, tot nu toe zonder resultaat. En zo was ik dus ineens chefkok in de keuken van een gloednieuw restaurant. Ik trof er totale chaos, niks voorbereid, maar wel mooie verse spullen. Van de menukaart heb ik me verder maar niks aangetrokken, ik deed maar wat op goed geluk en op m’n geheugen. Ik stuurde Ismael de zaak in om uit te leggen dat het ‘menu du chef’ vandaag verre de voorkeur verdiende. Bijna iedereen ging ‘om’, waarschijnlijk vooral vanwege de knorrende magen en het gevorderde tijdstip. Ook de BN-er en zijn echtgenote leken tevreden, ze bestelden een extra flesje wijn.
Tegen sluitingstijd schoof ik bij mijn man aan tafel aan.
“En?”, vroeg ik, “was het een beetje te eten?”
“Mwah”, zei hij, “thuis eet ik beter.”
We zaten nog na te grinniken toen Ismael een stoel bij trok. Wat ik wilde verdienen.
“Pardon?”
“Nou, het ging toch geweldig vanavond? Ik kan je wel geen vast contract aanbieden, maar ik betaal best goed hoor. Zwart,” voegde hij er ter verduidelijking aan toe. De eeuwige ristelaar!
Met het restaurantje van Ismael gaat het inmiddels goed, ik kom er nog regelmatig. Maar als ik reserveer vraag ik wel altijd eerst of er een kok is.
Dan antwoord Ismael: “Renée! Tu me connait!”
Ja precies, juist daarom.

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

6 gedachten over “De eeuwige ritselaar

  • do 1 mei 2014 om 21:41
    Permalink

    Leuk verhaaltje, maar in de twee heel korte Franse zinnetjes lees ik 2 ww vergissingen. si tu veuX en tu me connaiS.
    Nou ja, je kunt niet overal in uitblinken.
    Bonne soirée, Mieke

    Beantwoorden
    • vr 2 mei 2014 om 17:32
      Permalink

      Dat zijn geen vergissingen Mieke, ik probeer duidelijk te maken dat iemand niet helemaal vlekkeloos Frans spreekt….

      Beantwoorden
  • za 3 mei 2014 om 09:07
    Permalink

    Dat bedacht ik me later ook, maar verwachtte eerder een ‘fonetisch accent du Midi’. Een beetje dom…van mij.
    Bedankt voor je vriendelijke reactie!
    Franse groet, Mieke

    Beantwoorden
  • ma 5 mei 2014 om 22:57
    Permalink

    Leuk verhaal en de 2 laatste zinnetjes zijn perfect..!

    Knap dat je hem uit de brand hielp. compliment.!

    Beantwoorden
  • vr 9 mei 2014 om 08:42
    Permalink

    Ik zie het wel zitten om daar eens te gaan lunchen. Kan je me zijn adres even doorgeven?

    Beantwoorden

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: