Home

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken. Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Dit weekeinde sluiten zo’n beetje alle skistations hier in de Alpes-du-Sud, maar dat betekent niet dat het er echt warmer op wordt. Jawel, we hebben een tijdje lekker weer gehad, maar deze week sloeg de kou ineens weer genadeloos toe en was het afgelopen met de buitenlunch. Nachtvorst, ijzige mistral, dat werk. En als verzuiderlijkte noorderling trok ik meteen m’n schippestrui, dikke duffel en dubbele wintersokken weer uit de kast. Evengoed loop ik te rillen, en heb ik meteen geen trek meer in zonnige zomerslaatjes en lichte hapjesniemendalletjes. Ferme kost moet het zijn, troosteten voor gevorderden. Maar ook weer geen stugge winterstoemp, ik ben al depri genoeg. Een tartifle dus. Klinkt fleurig, smaakt smeuïg en kan het sombere gemoed weer een ‘boost’ geven. Een ovenschotel met aardappel, kaas, en uien waarvan de Savoyars zeggen dat ze ‘m hebben uitgevonden, maar hier de Provence weten we wel beter; het waren de Romeinen, die hebben ook hier flink lang rondgehangen en aardig wat recepten rondgestrooid. In de Savoie noemen ze het een tartiflette (aardappel in het arpitan-dialect dat ze daar spraken), en stoppen ze er de plaatselijke reblochon in. Wij noemen ‘m tartifle (naar tartiflâ, uit het arpitan dat ze hier in de Provence spraken) en maken hem liever met Italiaanse gorgonzola. En niks geen spekjes: kipreepjes. Maar wie liever vegetarisch wil laat ze er gewoon helemaal uit. En champignons, en peterselie, en knoflook. En vanzelfsprekend komt er geen boter aan te pas, maar olijfolie. Als je daar niet warm van wordt …

Ingrediënten:
2 grote kipfilets
250 gram (kastanje)champignons
½ bosje platte peterselie
4 aardappelen
2 uien
2 tenen knoflook
200 gram gorgonzola
1 dl room
1 dl witte wijn
olijfolie
zout en zwarte peper uit de molen

Bereiding:
Schil de aardappels en kook ze halfgaar in ruim water met wat zout. Laat ze afkoelen en snij ze in plakken.
Snij intussen de kipfilet in reepjes.
Snij de champignons in plakjes.
Pel en snipper de ui, pel de knoflooktenen.
Hak de peterselie grof.
Snij de gorgonzola in blokjes.
Verwarm de oven voor op 180°C.
Verhit een scheut olijfolie in een ruime koekenpan en bak de kipreepjes er snel in aan, af en toe omroeren zodat ze aan alle kanten bruin worden.
Doe de ui erbij en bak die nog een paar minuten mee, voeg de champignons toe.
Knijp de knoflooktenen er over uit, roer door, laat alles nog even sudderen en draai het vuur uit.
Vet een ovenvaste schaal in en verdeel de helft van de aardappelschijfjes over de bodem. Bestrooi ze met wat peper en zout.
Verdeel de kip/ui/champignonmassa over de aardappellaag, bestrooi met peterselie en leg de resterende aardappelschijfjes daar weer bovenop.
Verdeel de stukjes gorgonzola over de aardappels, meng de wijn en room in een kommetje door elkaar en giet dat gelijkmatig over alles heen.
Laat de schotel in zo’n 30-35 minuten in het midden van de voorverwarmde oven gaar worden.
Stokbroodje erbij, iets van een salade voor de frissigheid, en een lekker glaasje fruitig rood.

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken. Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Tja, dat gaat dus niet meer hè, een lamsbout in de oven schuiven voor Pasen. Niet als dat lammetje net nog aan je vingers heeft gelikt in je eigen achtertuin (lees hier) om daarna in totale onwetendheid van het hele Paasgebeuren dartel weg te huppelen naar nog zo’n stelletje wolbalen in wording. Je zou er vegetarisch van worden. In elk geval voor mij geen Paasbout dit weekeinde. En dus ook geen bijbehorend recept. In plaats daarvan wordt het een brioche, ook heel Pasig en heel smakelijk om de dag mee te beginnen. Een soort van zoet broodje met een gekookt ei in het midden, je zou het een alternatief eierdopje kunnen noemen dat je samen met je ochtendeitje opeet. In de oorspronkelijke versie uit Nice – Lou Chaudèu – die stamt uit de Middeleeuwen, worden die eieren gekookt in water met diverse kleur-gevers (spinazie voor groen, bieten voor rood, uien met saffraan voor geel enz.) en gaan ze mee de oven in. Tegenwoordig wordt er voedselverf voor gebruikt. Vind ik helemaal niks. Ik bak liever de broches zònder, en kook de eieren apart (hard of zacht, naar ieders wens) en zonder kleurtje, dat doorgaans niet tot de schaal beperkt blijft maar ook het eiwit mee ‘verft’ en afgeeft op het briochebrood.

Ingrediënten:
600 gram bloem
100 gram suiker
75 gram boter op kamertemperatuur
1 zakje korrelgist
20 cl lauwe melk
3 eetlepels eau de fleur d’oranger (oranjebloesemwater)
2 losgeklopte eieren
1 snufje zout
1 ei, losgeklopt met 1 eetlepel water
6 eieren
ahornsiroop (of andere siroop)
gekleurde hagelslag o.i.d.
olijfolie

Bereiding:
Meng in een ruime kom de bloem, de gist, de lauwe melk, het oranjebloesemwater, de boter, de 2 losgeklopte eieren, de suiker en een snufje zout door elkaar. Kneed het mengsel tot een stevige deegbal die niet meer aan de vingers blijft plakken.
Vet en tweede kom in met wat olijfolie, leg het deeg erin, dek de kom af met een theedoek en laat het een uur rusten.
Kneed het deeg opnieuw en verdeel het in 12 gelijke stukken, rol die uit tot ‘knakworstjes’dikte, en vlecht ze twee aan twee aan elkaar. Plak de uiteinden aan elkaar vast, zodat je een rondje krijgt; zeg maar, een gevlochten doughnut met zo’n gat in het midden.
Vet een bakblik in, of bedek het met bakpapier.
Leg de deegrondjes erop, bedek ze met de theedoek en laat ze nog een uurtje rijzen.
Verhit de oven voor op 180 graden.
Bestrijk de deegrondjes met losgeklopt ei, zet de bakplaat in het midden van de voorverwarmde oven en laat de brioches in 20-25 minuten goudbruin en gaar worden.
Haal ze uit de oven, leg ze op een rooster, bestrijk ze met wat siroop en strooi er wat gekleurde hagelslag, amandelschaafsel, of andere decoratie over en laat ze verder afkoelen.
Kook intussen de eieren op de gewenste gaarte, leg in het midden van elk van de brioches een ei en serveer meteen.


Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Vanmorgen op weg naar de rivier gestruikeld over een mannetje. Een heel klein mannetje, in een groen jasje, met een groen petje op en een tenen mandje bij zich. Hij zat half tegen de ‘berge’ aan in de berm, verstopt achter het struikgewas waaruit alleen zijn onderbeentjes het hoge gras in staken. En die had ik dus niet gezien. De honden trouwens ook niet, die begonnen pas te blaffen toen ik terug- en hij opsprong, zakmes in de hand. We keken elkaar verschrikt aan. Hij niet onvriendelijk – zo’n gezicht had hij niet – ik wel, maar dat is m’n normale ochtendgezicht. Wat of hij hier deed op ‘terrain privé’.
“Je cherche des asperges sauvages madame”, hij nam er beleefd zijn petje bij af. Ik voelde me meteen een feodale hufter en zocht naar een goedmakertje: “Ah, wilde asperges, maar is dat niet wat laat in het seizoen?” Eigenlijk wel, gaf hij toe, maar hier in de buurt wilde er nog wel wat staan. Hij toonde me z’n tenen mandje waarin inderdaad wat sprieterige groene stengeltjes lagen. Wat hij ermee ging doen? Ja, aan zijn (ongetwijfeld kleine) vrouwtje geven, maar wat ging dié ermee doen? En toen volgde het receptje hieronder, waarbij zijn oogjes gingen glimmen van de voorpret. Ik bedankte hem hartelijk en wenste hem een goede oogst en een bon appétit. En haalde even later een bosje groene asperges bij de biocoop, want om ‘m te vragen zijn magere oogst met me te delen ging me echt te ver. Je bent landlady of je bent het niet.

Ingrediënten:
16 groene asperges
4 plakjes bacon
4 dunne preitjes
4 ansjovisfilets
tijm
rozemarijn
½ citroen
olijfolie
zwarte peper uit de molen

Bereiding:
Verhit de oven voor op 180 graden.
Haal de onderkant van de asperges (ze hoeven niet geschild), haal het groen, het buitenste blad en de kontjes van de preitjes en snij het ovegebleven wit in de lengte doormidden.
Spoel de ansjovisfilets af onder de kraan om ze te ontzouten.
Leg de plakjes bacon op een plank en leg in het midden van elk plakje 4 asperges, 2 preihelftjes en 1 ansjovisfilet. Bestrooi met wat tijm en rozemarijn. Rol de baconplakjes er omheen en bindt de rolletjes vast met keukentouw zodat ze niet uit elkaar vallen. Leg ze in een met wat olijfolie ingevette ovenschaal. Sprenkel er nog wat olijfolie over, knijp de halve citroen er boven uit en geef een paar draaien aan de pepermolen. Laat de rolletjes in het midden van de voorverwarmde oven zo’n 15-20 minuten garen, tot de bacon knapperig is geworden en de asperges en preitjes beetgaar zijn (dus geen pap). Kan als voorafje of als bijgerecht worden gegeten, met een glaasje droge witte.

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Nee, natuurlijk maakt één stralende dag nog geen lente, en morgen gaat het gewoon weer regenen volgens de météo, maar vandaag vond ik het toch nodig om de pastisvoorraad te controleren; dé zonnedrank bij uitstek. Dat viel mee. Een hele onaangebroken bouteille, plus een bodempje in een dicht gekleefde fles die slechts onder de hete kraan z’n weerstand opgaf en zich met tegenzin liet openschroeven. Ik schonk de inhoud in een glaasje, er surften een paar perfect geconserveerde wespen uit de vorige zomer mee; ik ken smakelijker cocktails. En die zijn er zat, ik zal nog weleens een lijstje optikken. Plus de bijnamen die ‘le pastis’ hier in het zuiden heeft. Bij ons op het dorp bestel je gewoon een Ricard, maar je kunt bijvoorbeeld ook vragen om een jaune, een fenouil, pommade, flan, of een flambi als je er heel weinig water bij wilt. Is het alcoholpercentage in je glaasje hoog, dan praat je over un gras (vet), en is het héél erg hoog dan heb je het over een yaourt (yoghurt). Een momie of mominette is een heel klein glaasje, en een Gainsbourg is een dubbele dosis, al kun je in dat geval ook vragen om een 102: Frankrijks beroemdste artistiek fenomeen & zuipschuit Serge Gainsbourg dronk namelijk graag een dubbele dosis van z’n favoriete merk Pastis 51.
Ik zie pastis vooral als aperitiefdrankje, maar er zijn meer toepassingen. Last van je maag? Klein dopje pure pastis en ’t is over. Hoofdpijn, griep, slechte adem? Glaasje pastis! En ook in de keuken kun je er heerlijk mee uit de voeten. Om te flamberen, voor in de bouillabaisse, of in een supersimpel taartje bijvoorbeeld.

Ingrediënten:
1 bakje dikke yoghurt (125 gram)
3 eieren
375 gram bloem
250 gram suiker
6 cl milde olijfolie
1 zakje levure chimique (bakpoeder)
1 zakje vanillesuiker
1 borrelglaasje pastis

Bereiding:
Verhit de oven voor op 180 graden.
Breek de eieren boven een ruime kom en roer ze los. Meng er alle overige ingrediënten doorheen, en voeg op het laatst het glaasje pastis toe.
Giet alles in een beboterde bakvorm en laat de taart in het midden van de voorverwarmde oven in een minuutje of 20 goudbruin en gaar worden.
Lekker bij de koffie, en als dessert met bijvoorbeeld een kwakje confiture naar keuze ernaast.

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ik ben niet in vorm; griep, al dagen. En dan ben ik blij dat de echtgenoot niet te beroerd is om z’n eigen potje bij elkaar te koken, hoewel ie zelf nog maar net uitgesnotterd is. Dus onder het genot van een glaasje marc de Provence namen we de mogelijkheden door.
“Jouw gehaktballetjes uit de diepvries” vond hij wel een goed idee. “Dan kook ik daar wat sperziebonen bij, beetje van die tomatensaus van jou eroverheen die nog in de koelkast staat, klaar!”
“Biss je dniks?”, snufte ik betraand. “Basta, blijst, aarples, iets vastigs.”
“Vadsigs?” klonk het beledigd, maar het kwartje viel en zo stond hij even later verwoed rauwe aardappels te raspen. “Rösti”, herinnerde hij zich uit een Zwitserse ski-vakantie van ver voor mijn tijd.
“Dhroge zooi, mbakt altijd aan!”, wist ik uit mijn eigen jeugd, toen mijn moeder net ‘avontuurlijk’ begon te koken. “Doe er dan tenbinste een eitje door, voor de smpeuïgheid. Doen ze hier in Frabnkrijk al járen; heet ‘ghalette de bpommes de terre’.”
Na zijn vernietigende blik heb ik me er verder niet mee bemoeid, maar wel genoteerd wat er gebeurde. En afgezien van een overvolle afwasmachine na afloop, kan ik (pardon, kunnen we) terugzien op een geslaagd experiment. Dus ik geef het maar even door. En volgende week ‘mag’ ik vast zelf weer. Chinchin!

Ingrediënten:
4 aardappels
1 ui
2 eierdooiers
lente-uitje of wat peterselie of bieslook
peper en zout

Bereiding:
Pel en snipper de ui. Snij de peterselie of de bieslook fijn.
Schil de aardappels en rasp ze grof.
Meng in een kom de geraspte aardappels, de gesnipperde ui en de eierdooiers door elkaar met peper en zout naar smaak.
Verhit een flinke scheut olijfolie in een ruime koekenpan en verdeel het aardappelmengsel over de bodem.
Laat op laag vuur een minuut of 5-7 bakken en keer de aardappelkoek dan om. Bak nog eens 5-7 minuten aan de andere kant; de koek moet goudbruin en gaar worden.
Strooi er op het laatst het lente-uitje, de peterselie of bieslook over en serveer meteen.
Glaasje erbij naar keuze (nee, ik zeg niet wat ik dronk) en klaar.

Recept van de week: Bobotie

vr 17 maart 2017

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Daar lagen ze, zomaar op de container met het gele deksel bedoeld voor plastic afval. Twee verweesde kookboeken. Gewoon achtergelaten, geen vergissing mogelijk. Waarschijnlijk door iemand die een papierbak had verwacht naast de drie gewone groene, maar die staat er niet. En blijkbaar kon de ex-bezitter het niet over zijn/haar hart verkrijgen om deze puntgave kookboeken dan maar bij het huisafval te dumpen. Nee, die boeken lagen hier voor de eerlijke vinder. En laat ik nou net die eerlijke vinder zijn. Als een rasechte morgenster (afvalvorser in de vroege ochtenduurtjes) eigende ik me ‘L ‘Auvergne, une cuisine de caractère’ en het ‘All-Colour South African Cookbook’ toe. Over de titel van dat Zuid-Afrikaanse kookboek moest ik wel even nadenken trouwens, met dat ‘all-colour’. Maar na lezing van het voorwoord begreep ik dat de auteur zoiets als ‘alles en iedereen’ bedoeld zal hebben. En nee, ik voelde me niet schuldig of dieverig, integendeel. Ik gaf hier zomaar twee opgegeven kookboeken een herkansing. Te beginnen met vandaag. Met een stevig gekruide ‘bobotie’ uit het Zuid-Afrikaanse boek. Wel een klein beetje ver-Zuid-Franst, maar dat gaat nu eenmaal vanzelf.
Dus lekker eet en geniet die kos!

Ingrediënten:
1 kilo gehakt halfom
2 grote uien
2 tenen knoflook
2 eieren
1 dikke snee witbrood (pain de mie)
2 eetlepels amandelschaafsel
250 ml melk
125 gram rozijnen
3 eetlepels abrikozenjam
1 eetlepel currypoeder
½ eetlepel kurkuma
2 theelepels zout
1 theelepel pittige sambal
sap van 1 citroen
6 hele laurierbladeren
olijfolie

Bereiding:
Pel en snipper de ui, pel de knoflooktenen.
Verhit een scheut olijfolie in een ruime braadpan en bak de uien erin aan.
Voeg het gehakt toe, haal het los met een vork en laat een paar minuutjes meebakken. Knijp de knoflook erboven uit en roer om. Draai het vuur uit.
Verhit intussen de oven voor op 180 graden.
Doe de melk in een kom (maar hou een half kopje apart) en week het brood erin. Voeg alle overige ingrediënten toe (behalve 1 ei, dat halve kopje melk, en de laurierbladeren), meng alles door elkaar en voeg de brei bij het gehakt/uimengsel.
Schep alles in een ingevette ovenschaal. Schuif die in het midden van de voorverwarmde oven.
Klop intussen het achtergehouden ei los, voeg het halve kopje melk toe, en giet het mengsel uit over de ovenschotel, nadat die een kwartiertje heeft staan bakken. Leg er de laurierbladen bovenop ter garnering.
Zet de schotel terug in de oven en laat nog een minuut of 30-35 bakken, tot de bovenkant mooi goudbruin is geworden.
Geef er rijst bij en een salade (van bijvoorbeeld komkommer, tomaat en wat dungesneden uienringen, beetje zout & peper, besprenkelen met wat olijfolie en wijnazijn). En vergeet het glaasje koele rosé niet.

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ik leen wel eens vaker een receptje bij de Italiaanse buren van net over de grens als het om lekker eten gaat, dus stond er gisteren onvervalste Spaghetti Aglio e Olio op het lunchmenu. Hier in de Provence overigens beter bekend als Spaghettata. Terwijl ik opzocht op internet waar dat nou vandaan kwam, stuitte ik op een eethuisje dat zo heet. In Rotterdam! Je hebt je hielen nog niet gelicht of ze gaan daar ook ineens Zuid-Frankrijkje spelen, zelfs die pasta staat op het menu! Maar goed, spaghettata schijnt oorspronkelijk uit Napels te komen en betekent zo iets als ‘maaltje spaghetti’. Armeluis’ voedsel, want als je niks had, had je altijd nog wel wat pasta, knoflook, olie, zout & peper in huis. Maar ja, als je wat méér in huis hebt, ga je optutten. En dat doen ze hier in de buurt dan ook volop; er wordt dus van alles en nog wat aan die basispasta toegevoegd. Ik hou het liever bij de oervorm: dunne spaghetti met knoflook, olijfolie en een pepertje. Nou ja, met een béétje variatie dan; ik gebruik liever sambal in plaats van een fijngesneden pepertje (ik hou niet zo van een heel reepje peper in de bakkes), basilicum (in plaats van peterselie) vind ik smaakrijker, een schep zeezout vervang ik liever door wat groentenbouillon, tomatenblokjes maken het net wat vrolijker, en geraspte parmesan vind ik gewoon lekker. Spaghettata di casa mia dus! Moet kunnen.

Ingrediënten:
400 gram spaghetti
4 tenen knoflook
1 uitje
½ bosje basilicum (platte peterselie mag ook)
4 grote tomaten (blikje gepelde mag ook)
likje sambal (of een ragfijn gesneden pepertje)
½ groentenbouilllontablet
eventueel wat zout
olijfolie
geraspe parmesan

Bereiding:
Pel de knoflooktenen, pel en snipper het uitje.
Snij de basilicum (of peterselie) fijn.
Snij de tomaten in vieren, haal de harde kroontjes en de zaadlijsten eruit, snij het vruchtvlees in blokjes. (Of laat de bliktomaten uitlekken in een vergiet en snij die in blokjes.)
Kook de pasta in ruim water met een flinke scheut olijfolie beetgaar.
Verhit intussen een scheut olijfolie in een koekenpan, doe er het gesnipperde uitje en de uitgeperste knoflooktenen bij en laat op zacht vuur onder af en toe omroeren een paar minuten pruttelen. Verkruimel er de ½ groentenbouillontablet bij, voeg een likje sambal (of dat pepertje) toe, plus de tomatenblokjes, roer alles door elkaar en laat nog een minuutje doorwarmen. Eventueel wat sambal en/of wat zout toevoegen als de saus te flauw is. Draai het vuur uit.
Giet de gare pasta af in een vergiet (niet afspoelen!), schudt een paar keer om en doe over in een ruime kom. Voeg de saus plus de basilicum toe, schep alles om en verdeel over de borden. Bestrooi met geraspte parmesan.
Geef er een salade plus stokbrood en uiteraard een glaasje rosé bij.
Tip: voor een uitgebreidere maaltijd kun je er ook wat gegrilleerde (of gebakken) garnalen of kipsnippers bij geven.