Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken. Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Bon, de supermarkt-schappen zijn nog niet overal leeg tijdens deze coronacrisis. Ik kreeg zelfs heel bemoedigende berichten van lezers her en der uit het land die helemaal nergens een leeg schap waren tegengekomen, zelfs het toiletpapier was nog volop voorradig. Hier op het platteland van Zuid-Frankrijk is het allemaal nou niet écht helemaal ‘comme d’habitude’. Dat brengt soms het beste in mensen boven, maar soms ook het slechtste. Zoals de mevrouw in de supermarkt die (mondkapje voor, handschoentjes aan) echt alles dat in het broodschap aanwezig was oppakte en uitvoerig bestudeerde en eventueel – je weet het niet hè – besmette. Klik hier voor het hele verhaal.
Ik heb een tijdje (nou, geruime tijd) geduldig gewacht en toen gedacht: sodemieter op! Ik bak zelf wel wat. Met wat we nog in huis hebben. Echt ingewikkeld is het allemaal niet, met een paar basis-ingrediënten ben je er al, je hebt er alleen wat tijd voor nodig. Nou, die hebben we genoeg tijdens onze ‘ophokplicht’ (confinement). We gaan dus voor een ouderwetsche fougasse.
In het oude Rome was de ‘panis focacius’ bedoeld om de temperatuur van de houtgestookte stenen oven te meten. De platte plak deeg werd in de as op de bodem gelegd, terwijl de oven werd opgestookt. Als het deeg eenmaal gaar en tot brood getransformeerd was, was de oven heet genoeg voor het serieuzere werk.
Maar een vers broodje – ook al is het een proefbaksel – gooi je natuurlijk niet weg. En omdat alleen deeg een beetje saai is, werden er langzaam maar zeker steeds meer ingrediënten aan toegevoegd. Eerst wat kruiden, later ander lekkers. De ‘foccacia’ zoals ie in Italië heet, kwam een eeuw of wat geleden, toen de Provence nog een provincie van Italië was, naar ons stukje Zuid-Frankrijk en heet ‘fogatza’ in het Provençaals. Dat werd ‘fougasse’ in algemeen Frans.
Dus ik stel voor zo’n broodje te bakken. Nee, ik begin geen solidariteitsactie of zo, daar zijn er al veel teveel (en veel teveel hypocriete) van. Bak gewoon een lekker broodje. Ben je ff lekker bezig en zit je deze rotcrisis misschien een stukkie beter uit.

Ingrediënten:
250 gram bloem (plus een beetje extra)
20 gram verse bakkersgist (of 1 zakje korrelgist)
olijfolie
2 theelepels oregano (of herbes de provence)
zout, peper
water
100 gram spekjes (facultatief)
12 kleine zongedroogde tomaatjes (ook facultatief)
1 ui
1 grote teen knoflook
12 olijven zonder pit

Bereiding:
Bij gebruik van verse gist: laat de gist vooraf in een kommetje met 2 eetlepels water oplossen. Korrelgist hoeft niet vooraf opgelost te worden en kan direct door de bloem gemengd worden.
Meng de 250 gram bloem, de gist (de ene soort óf de andere), 2 eetlepels olijfolie en een snuf zout in een ruime kom door elkaar. Doe er 15 cl water bij en kneed er een elastisch deeg van: je moet het als een harmonica uit elkaar kunnen trekken. Vorm het tot een bal. Leg een theedoek over de kom en laat het deeg anderhalf uur op kamertemperatuur rijzen.
Begin een half uurtje voor het einde van de rijstijd met de bereiding van de rest van de ingrediënten.
Verhit de oven voor op 210 graden.
Pel en snipper de ui, pel de knoflookteen. Snij de zontomaatjes in reepjes, de olijven in tweeën, de spekjes in hele dunne reepjes.
Verhit 1lepel olijfolie in een koekenpan en laat de ui erin kleuren. Doe de knoflook erbij en bak even mee. Voeg de spekjes toe en laat ze enkele minuten meebakken op laag vuur. Maak af met wat peper, roer nog eens door en zet het vuur uit. Laat wat afkoelen tot lauwwarm en giet alles door een zeef zodat het bakvet weglekt, anders wordt het brood straks te zompig.
Bestrooi het werkblad met wat bloem. Haal het deeg uit de kom als de rijstijd voorbij is en rol het deeg uit tot een plak van zo’n 2 centimeter dik, liefst zoveel mogelijk in de vorm van een rechthoek. Het luistert allemaal niet zo nauw, maar dan hebben we een idee.
Verdeel de uien/spekjesmassa over de helft van het deeg, verdeel de zontomaatjes en de olijven er gelijkelijk overheen. Klap de andere helft van het deeg over de vulling, druk de randen aan elkaar en modelleer de zijkanten nog een beetje; de boel moet niet open barsten. Bestrijk de bovenkant met wat olijfolie en strooi er de oregano of de herbes de provence over. Snij de bovenkant van de fougasse op een aantal plaatsen met een scherp mes in om te voorkomen dat het deeg door verhitting van de vulling gaat bubbelen.
Bedek een bakplaat met bakpapier en schuif de fougasse er voorzichtig op.
Bak het brood in zo’n 20 minuten in het midden van de oven gaar.
Kan warm en koud worden gegeten. Bij de maaltijd, bij het apéro, als snelle snack. En je kunt het invriezen ook.

1 reactie op “Fougasse”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Of reageer met je Facebook account

Scroll naar top