Recept van de week: Niet zo Franse croquetjes

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

“Ik rotzooi maar wat an” zei Karel Appel ooit, en ik geloof dat dat ook wel zo’n beetje voor mijn geknoei in de keuken geldt. Maar ja, bij Appel kwamen er ongeëvenaarde kunstwerken van…, bij mij draait het met enige regelmaat uit op onverwachte fusion. Niet zo heel erg Franse croquetjes bijvoorbeeld, eigenlijk meer een combi van wat ik in de loop der jaren heb opgepikt en aan elkaar geknutseld: beetje Indisch, vleugje Frans, tikje eigenwijzigheid. Ik had er net een bergje van op het aanrecht gedeponeerd om af te koelen toen er onverwacht bezoek aanklopte. ‘Ah’ dacht ik meteen, ‘Hollanders in de buurt, kan niet missen. Fransen doen dat nooit, onverwacht aankloppen: een serieuze afspraak wordt weken van tevoren geagendeerd. En bij je thuis komen ze al helemaal niet, tenzij je hevig bevriend bent. Maar het was de buurman van een eind verderop: vrouw voor werk naar het buitenland (zij is heel modern, hij minder) en nou was de poes ook nog zoek. Er zou wat zwaaien als het poezenbeest niet terug was voordat zíj er morgenochtend was. “Misschien langs zien komen?”
‘Ja, vrijwel dagelijks’, wilde ik zeggen, maar de echtgenoot keek nogal bliksemend mijn kant uit dus ik hield wijselijk mijn mond en vertelde maar niet dat de bejaarde poes hier zo’n beetje ‘réfuge’ had gezocht (en gevonden, de echtgenoot verwent graag langslopertjes) sinds de buurtjes er een jong en hondsbrutaal katje hadden bijgenomen. Het leek de buurman ook niet echt te interesseren waar die kat uithing, hij snoof behaaglijk de verse-croquetjeslucht op: “C’est quoi, ça?” wees hij naar de frituurwaar op het aanrecht.
“Ach, een dingetje. Proeven?”
Hij zei geen nee. En ja hoor, hij wilde er best een glaasje bij. Zo’n twee uur later stommelde hij uiteindelijk de deur uit, alle croquetjes op, de ‘fontaine’ rosé flink ingedeukt. Zodra hij vertrokken was miauwde de kat aan de keukendeur om z’n avondeten. De buurman heeft morgen vast wat uit te leggen.

Ingrediënten:
1 blik corned beef (bij voorkeur Hereford, 330 gram)
1 grote ui
3 tenen knoflook
3 stengels selderij (met veel blad)
4 grote aardappels
4 eieren
½ runderbouillontablet
zoete ketjap
bloem
paneermeel
witte peper
olijfolie
olie om te frituren
plastic huishoudfolie

Bereiding:
Schil de aardappels, spoel ze af, snij ze in stukken en kook ze gaar. Giet ze af en laat ze zonder deksel op de pan afkoelen.
Pel en snipper de ui, pel de knoflooktenen.
Haal de bladeren van de selderijstengels en snij het blad in dunne reepjes.
Sloop het blik corned beef open: denk om je vingers, er zit zo’n lullig sleuteltje bij en de blikranden zijn vlijmscherp!
Verhit een klein scheutje (ècht een klein scheutje!) olijfolie in een ruime koekenpan en fruit de ui erin aan. Doe het selderijblad erbij, knijp de knoflooktenen er bij uit, zet de pan op de allerkleinste pit, draai het vuur laag en laat de boel zonder deksel erop langzaam gaar smoren en inkoken. Duurt toch al snel een kwartierje, af en toe omroeren om aanbakken te voorkomen.
Prak de corned beef met een vork fijn in de warme uienprut, verkruimel de halve bouillontablet erover, voeg een scheut ketjap toe en flink wat peper. Roer alles goed door elkaar en laat verder sudderen tot je een stevige brei hebt; zal nog een kwartiertje duren. Draai het vuur uit en laat alles afkoelen tot lauwwarm.
Stamp intussen de aardappels fijn.
Doe de corned beef-brei bij de aardappels, voeg 2 eieren toe en stamp alles goed door elkaar tot een egale massa.
Trek een lap plastic huishoudfolie van de rol (half metertje) en spreidt die uit op het aanrecht. Verdeel een deel van de massa langs de lange kant van de folie (een paar centimeter uit de kant blijven), ongeveer ter dikte van een frikandel, en rol de folie op. Draai de uiteinden strak aan, zodat de lucht uit de rol geperst wordt. Maak nog zo’n rol, en eventueel nog een kleintje; dan zal de pan wel leeg zijn.
Leg de rollen een paar uur/nachtje in de koelkast om op te stijven.
Verhit – na de afkoelingsperiode – de frituurolie. Dat kan in de frituurpan zijn, in een ruime braadpan, maar ik gebruik de wok: scheelt heel veel olie en je kunt er de croquetjes met een schuimspaan makkelijk in omdraaien.
Verwijder intussen de folie en snij de rollen in stukken van zo’n centimetertje of acht. Modelleer de uiteinden zo’n beetje rond.
Zet drie diepe borden naast elkaar: eentje met een bergje bloem, eentje met 2 losgeklopte eieren en eentje met een hoopje paneermeel.
Haal de croquetjes in wording eerst door de bloem, dan door het losgeklopte ei en tot slot door het paneermeel; zorg dat alles rondom goed bedekt is.
Bak ze per 4, hooguit 5 stuks tegelijk in de hete olie goudbruin en laat ze uitlekken op keukenpapier.
Kan bij de borrel, als snackje tussendoor en als lunch met een stevig stuk brood eronder. Het glaasje erbij mag elke kleur hebben, ik blijf nog even op rosé zolang het na-zomert.

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

Eén gedachte over “Recept van de week: Niet zo Franse croquetjes

  • za 30 september 2017 om 11:07
    Permalink

    Ha lekker croquetjes! Echt een troostrecept voor mij. Geweldig.

    Beantwoorden

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: